'Misschien moeten we gewoon stoppen? Falen als een vorm van verzet?' Joris Van den Brande - in een te grote sweater en met haar dat net geëlektrocuteerd lijkt - richt zich tot het publiek. Je voelt aan de concentratie in de zaal dat hij een gevoelige snaar raakt bij de 21ste eeuwse sterveling. Wie droomde er nog nooit van om 'alles' overboord te gooien en te verkassen naar een paradijselijke plek, zoals die snoodaards waar de Britse televisiepersoonlijkheid Ben Folge zijn camera op richt in Where the wild men are?
...

'Misschien moeten we gewoon stoppen? Falen als een vorm van verzet?' Joris Van den Brande - in een te grote sweater en met haar dat net geëlektrocuteerd lijkt - richt zich tot het publiek. Je voelt aan de concentratie in de zaal dat hij een gevoelige snaar raakt bij de 21ste eeuwse sterveling. Wie droomde er nog nooit van om 'alles' overboord te gooien en te verkassen naar een paradijselijke plek, zoals die snoodaards waar de Britse televisiepersoonlijkheid Ben Folge zijn camera op richt in Where the wild men are?Ook wanneer Simon De Winne - voor de gelegenheid in een lange rok en een kokette blazer - ons aanmaant tot verandering zindert er wat doorheen het publiek. De vijf spelers staan als revolutionairen op de scène en hebben daarmee duidelijk een thema beet dat hun toeschouwers beroert. Net daarom is het jammer dat de pertinente woorden iets te vaak verdwijnen tussen gedol. Het lijkt alsof de makers bang zijn om hun jongerenpubliek te vervelen met te veel gebabbel. Dus zorgen ze voor (te) veel speelse nonsens tussen de pertinente woorden. Dat speelse oogt en klinkt absoluut heerlijk. De pretogen waarmee Günther Lesage nals eerste de rommelig ingerichte scène (met veel roodfluwelen gordijnen en enkele planken waar zowel een plankenvloer als een lange tafel mee gebouwd kan worden) op stapt, spreken boekdelen. Hij speelt een paranoïde revolutionair die geregeld van outfit (inclusief haartooi) wisselt om toch maar niet opgespoord te kunnen worden. Hilarisch!Ook zijn collega's belichamen elk een 'type revolutionair'. Van den Brande is de dromer, De Winne de verhalenverteller, Dominique Collet is de felle tante van dienst en Greg Timmermans haalt de boel telkens weer ludiek onderuit (maar zet zijn opgezette kat wél een gasmaskertje op zodat het dier elke revolutie kan overleven...). Hun zotte outfits zorgen voor schwung op de zot ingerichte scène. Genoeg schwung om er wat steviger woorden op neer te poten. Helaas! Er moet eerst geluld worden, op café gegaan worden en soep gemaakt worden, alvorens de vijf zich éindelijk rond de tafel scharen en letterlijk plaats en ruimte maken voor de echt grote, stevig onderbouwde woorden. Hèhè.Salon secret - de titel verwijst naar de geheime salons waar de kiem van de Franse Revolutie gezaaid werd - is ontzettend geestig om naar te kijken maar het schakelt iets te laat naar een hoger én gigantisch veel interessanter niveau. De vijf podiumbeesten amuseren zich te pletter maar ze doen wat revolutionairen liever bevechten: ze willen naast urgent ook leuk zijn. Vormelijk én inhoudelijk. Net deze makers hadden het lef moeten hebben om op hun zeer leuke vorm een zeer stomend, straffe inhoud te bouwen die geen toegevingen doet aan de leukigheid.