The Play = Raphaël
...

Raphaël Billet ligt als een slappe lappenpop op de lichtgrijze speelvloer. Alexander Vantournhout komt achter hem staan, grijpt zijn schouders beet en duwt zijn danspartner dubbel. En nog eens. En nog eens. En nu harder. En nog wat harder. Alle toeschouwers - verdeeld over twee tribunes aan weerszijden van de speelvloer - maken zich op dat moment zorgen om de onderrug van Billet.Gelukkig wordt die onderrug geen zestig minuten lang als een scharnier open- en dichtgeklapt. Vantournhout kijkt - tussen het kwakken en slepen met Billets lijf door - de toeschouwers recht in de ogen. Hij speelt met onze blikken naar elkaar, naar hem, vangt onze blikken soms op en laat dat op den duur ook Billet doen (door Billets hoofd vast te nemen en hem naar het publiek te laten kijken). Die man speelt een pop (of een lijk?) en doet dat op een verontrustend levensechte manier. De eerst heftige en later almaar zachtere tot haast intiemere duetten - die het midden houden tussen marteling, dans en acrobatie - tonen een nieuwe tak van het circus van de eenentwintigste eeuw: een tak waar onder invloed van de hedendaagse dans een circusvorm geboren wordt die abstracte, existentiële thema's naar confronterende acrobatie vertaalt. Welk 'existentieel thema' boren Vantournhout en zijn sparringpartner dramaturg Bauke Lievens in deze creatie aan? Dit duo bouwde de afgelopen jaren een klein maar fijn oeuvre uit, met Aneckxander als onbetwist hoogtepunt. Die productie was een acrobatisch zelfportret dat - ook al - pijn deed aan de ogen (en wellicht ook aan het lijf van Vantournhout). Hij speelde de performance naakt, opgetooid met een papierenkraag en bijzonder vreemde schoenen. In Raphaël trekt hij een stijlvolle zwarte broek, een donker T-shirt en blauwe lederen schoenen aan. Hij lijkt de meester die zijn leerling al martelend doceert. Of is hij een necrofiel? Bovenal kun je in de verhouding tussen Vantournhout en Billet de hedendaagse mens herkennen die door alles wat de samenleving van hem verwacht net een pop wordt die zich almaar meer en dieper moet dubbelplooien. Gelukkig wordt die pop op tijd en stond gestreeld. Om hem gunstig te stemmen of daadwerkelijk om hem te liefkozen? Dat het publiek aan weerszijden van de scène zit, geeft de blikken - het kijken naar de ander, zijn intimiteit en zijn ellende - een centrale rol. Vantournhout en Lievens vangen de voyeuristische blik in een acrobatisch kader en laten ons nadenken over de ongenaakbaarheid van die blik. Wanneer Vantournhout via zijn 'pop' de hand reikt naar het publiek, reikt geen toeschouwer terug. Maar als hij - of de pop - in onze ogen kijkt, dan kijken de meeste mensen uitdrukkingsloos weg. Moraal van het verhaal lijkt wel: we kijken toe hoe iemand - van ambtenaar tot vluchteling - zich noodgedwongen laat en moet dubbelplooien maar we doen er niets aan. Dat zulk een naargeestige gedachte zulke spitse, acrobatische en subtiel belichte beelden oplevert, netjes opbouwend naar een intimistische apotheose én afgetopt met een toefje humor, is een knappe verdienste. Al mist de invulling van die beelden gaandeweg wat choreografische inventiviteit. Het arsenaal bewegingen mist variatie. Maar dat kan evengoed een weloverwogen keuze van het duo zijn. Dat Raphaël voluit inzet op de perfectie, de puurheid en een erg doordachte dramaturgie maakt dat je geboeid blijft kijken naar deze bondige creatie waarin een van de meest intrigerende jonge circuskunstenaars zich verder en veelbelovend ontplooit. Smaakmaker: Interview met Vantournhout - Trailer van Aneckxander, Vantournhouts doorbraak -Els Van Steenberghe