Een geluk bij al het pandemie-ongeluk: Romeo Castellucci, de Italiaanse grootmeester die met lijven, licht, klanken en sobere maar grootse decors zijn publiek de meest intense muziektheaterervaringen bezorgt, bezet tijdens het Brusselse Kunstenfestivaldesarts een plein. Meer bepaald: het Congresplein tussen de Koningstraat en de Pachecolaan, vlakbij de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal. Vanop dat plein heb je een imposant zicht over de hoofdstad. Naast het plein hangt momenteel een enorme affiche van de politiezone Brussel Hoofdstad Elsene die er aan een nieuw hoofdkwartier bouwt.
...

Een geluk bij al het pandemie-ongeluk: Romeo Castellucci, de Italiaanse grootmeester die met lijven, licht, klanken en sobere maar grootse decors zijn publiek de meest intense muziektheaterervaringen bezorgt, bezet tijdens het Brusselse Kunstenfestivaldesarts een plein. Meer bepaald: het Congresplein tussen de Koningstraat en de Pachecolaan, vlakbij de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal. Vanop dat plein heb je een imposant zicht over de hoofdstad. Naast het plein hangt momenteel een enorme affiche van de politiezone Brussel Hoofdstad Elsene die er aan een nieuw hoofdkwartier bouwt.Elke avond kijkt de politie vanop die affiche toe hoe Castellucci de toeschouwers uitnodigt om op een lange rij - naast elkaar - aan de rand van het plein te staan. Er ijsberen twee als agent uitgedoste mannen met politiehonden. We mogen de mannen geen 'acteurs' noemen want Castellucci trommelde een veertigtal vrijwilligers op die enkel een uniform van de New Yorkse politie moeten aantrekken én de bevelen dienen te volgen die hen via een oortje worden meegedeeld. Er wordt niet gerepeteerd. Castellucci's jarenlange kompaan, geluidskunstenaar Scott Gibbons, vult het plein van bij aanvang met dreigende klanken. In dat dreigende geluidsdecor - geregeld vanuit de stad aangevuld met échte politiesirenes - marcheren de agenten van de overzijde van het plein tot vlakbij de toeschouwers. Elke toeschouwer staat oog in oog met een van de streng en zo onbewogen mogelijk kijkende mannen.Die mannen gaan vervolgens een van hun collega's te lijf, doen obscure dansjes met het netjes opgevouwde uniform van de collega, gooien rookbommen, dansen met zwarte vlaggen maar... ze gooien evengoed met taart, huppelen in het rond of 'grappen' met een handdoek die ze over het gezicht van een collega leggen en waarover ze vervolgens water gieten. Een onthutsende verwijzing naar het zogeheten waterboarding. Hij toont hoe dun de lijn soms is tussen ordehandhaver en ordeschender. Castellucci doet waarin hij uitmunt: je doorheen een wervelstorm van vaak ongemakkelijke emoties sturen en je dwingen tot (h)erkennen van wat je ziet. Je tuimelt van gegriezel naar gelach naar verbijstering en naar ontroering. Zonder nette overgangen. Die zijn er in het echte leven evenmin. Maar, wat er in het echte leven niet is en op het plein wél: een contratenor in politie-uniform - Logan Lopez Gonzales - die smeekt om te sterven door het wonderschone Mea Tormenta, Properate van de barokcomponist Johann Adolf Hasse te zingen terwijl op het plein een rank en prachtig belicht beeld van een weerloze mens verrijst. Ook dat is Castellucci: performers en publiek naar de ultieme, door visuele en muzikale poëzie aangedreven ontroering loodsen. En, en passant, de tere ziel in elk stoer politielijf laten resoneren. In Buster raakt hij aan wat hij in de avondvullende voorstelling Bros wil uitdiepen. Daarin zal Castellucci met dezelfde werkwijze een troep agenten opvoeren, in een stijl die verwijst naar de begindagen van de filmindustrie, toen Buster Keaton hoogtijdagen beleefde en vier broers Warner Bros oprichtten. Agenten werden en zijn nog steeds een van de meest opgevoerde filmpersonages die kolder en geweld op een bevreemdende manier in zich verenigen.In afwachting van Bros toont Buster alvast dat Castellucci ook een meester is in het bedwingen en vormgeven van openluchtlocaties én dat hij, via de secuur gebeeldhouwde esthetiek en een doordachte regie, toont hoe efemeer de grenzen zijn tussen de ordehandhavers en de ordeverstoorders. Hoe in elk uniform een kwetsbaar mens schuilt die houdt van grappen, graag gehoorzaamt maar soms doldraait. Hoe in dreigende tijden de politie geweld mag gebruiken maar soms geweld misbruikt.