'Zijn er nog vragen? Natuurlijk zijn er geen vragen. Het is een Vlaams publiek op een zondagavond.' Twee poppenkastfiguren turen schalks naar de publiekstribune van theater Zuidpool. In de zaal ruikt het naar verwarring en de tranen van de eerste herfstbuien. Ergens in het publiek weerklinkt een geënerveerd lachje. Tot voor enkele ogenblikken hadden de twee poppen liggen ruziën over wat de voorstelling Er is geen begin - midden - einde tot nog toe had betekend. Over welke boodschappen er wel of niet verstopt zaten in de abstracte beeldtaal van speler en regisseur Ruud Horrichs van theatercollectief De Eenzamen.

Een theatermaker die halverwege zijn voorstelling moet uitleggen wat u te zien kreeg? Dat is zelden een goed teken.

En toch, Horrichs zit er niet ver naast. Ook wij konden enige context gebruiken. Voor zijn voorstelling liet de maker zich immers inspireren door dementie, zo lazen we bij het bestellen van onze tickets. Op het speelveld blijft er echter weinig van de premisse overeind. Samen met muzikant Bart Oostindie tracht Horrichs een portret te construeren van een mens en zijn wereld die steeds meer afbrokkelen. Aan de hand van een bijzonder abstract, fragmentarisch spel trekt hij de puzzelstukken steeds verder uit elkaar. Van het verhaal dat de voorstelling zou vertellen, blijft dan ook al snel weinig over.

Horrichs en Oostindie lijken zelf niet goed te weten waar dit alles naartoe leidt. Alsof alle ideeën uit de brainstorm gewrongen moesten worden in een te klein kader.

Het ontbreekt de theatermakers nochtans niet aan knappe visuele vondsten. Het speelvlak is verzadigd met afgietsels, poppen en lampen in de vorm van Horrichs hoofd. 'Het hoofd van Ruud is overal te vinden. Het is nergens te vinden', klinkt Oostindie poëtisch. Even later zou Horrichs letterlijk in zijn eigen hoofd kruipen. Bij aanvang had de theatermaker nog zitten vechten tegen een dovende spot, alsof hij niet wilde dat het licht zou uitgaan. Figuurlijk dan. 'Het publiek kan niet dealen met zo'n abstracte theatertaal', zou een van de poppenkastfiguren later schreeuwen tegen zijn kompaan. 'Dan krijg ik weer allemaal vragen van mensen die er geen fuck van begrepen hebben.' Zelfspot met een wrang nasmaakje.

De weinig samenhangende beeldtaal legt namelijk meteen een van de grootste pijnpunten van de voorstelling bloot: Horrichs en Oostindie lijken zelf niet goed te weten waar dit alles toe leidt. Alsof alle ideeën uit de brainstorm gewrongen moesten worden in een te klein kader. 'Ik begrijp er zelf ook geen flikker van', biecht Horrichs naar het einde toe zelf op. Tussen alle sketches, muziek en abstracte scènes schemert het thema dementie dan wel licht door, algauw raakt de rode draad in de knoop dankzij een wirwar van vreemde bochten en sprongen.

Algauw geraakt de rode draad in de knoop dankzij een wirwar van vreemde bochten en sprongen.

Er is geen begin - midden - einde is namelijk niet alleen een knipoog naar de gefragmenteerde geest van iemand met dementie, het is tevens een rebelse opstand tegen het klassieke theater. Ironisch genoeg lijken de heren net baat te hebben bij een minder abstracte aanpak. Met een zwaar hoofd lopen we de eerste herfstbuien weer tegemoet. De stad is klaar voor haar nachtshift. Gewikkeld in een klamme jas verliezen we enkele straten verder de voorstelling alweer bijna uit onze verwarde geest.

Dat is zelden een goed teken.

Love at First Sight

Deze voorstelling werd vertoond tijdens de vierde editie van het festival Love at First Sight. Verspreid over Antwerpen tonen jonge makers er wat ze in hun mars hebben. Het festival, waar het werk van jonge podiumkunstenaars centraal staat, wordt georganiseerd door een tijdelijke alliantie van Arenberg, De Singel, Zuidpool, Toneelhuis, De Studio, Kultuurfactorij Monty, d e t h e a t e r m a k e r, Troubleyn/Jan Fabre, Kavka en Rataplan.