Schuchter schuift het roodfluwelen gordijn van de ene kant van het podium naar de andere kant. Actrice Karolien De Bleser kijkt trots en goedkeurend toe. Zij beschreef eerder dat dit zou gebeuren en gebruikte daarbij een maquette die ze op knarsende wieltjes het podium op reed. 'Kijk, dit gordijn zal dadelijk naar de andere kant schuiven en dan komt er een sneller bewegend gordijn aan...'
...

Schuchter schuift het roodfluwelen gordijn van de ene kant van het podium naar de andere kant. Actrice Karolien De Bleser kijkt trots en goedkeurend toe. Zij beschreef eerder dat dit zou gebeuren en gebruikte daarbij een maquette die ze op knarsende wieltjes het podium op reed. 'Kijk, dit gordijn zal dadelijk naar de andere kant schuiven en dan komt er een sneller bewegend gordijn aan...'De Bleser nam het woord 'schuchter' nooit in de mond. Dat zagen wij erin. Voilà. Dat is de sleutel - denken wij - tot Ontroerend Goeds verse worp Every Word Was Once An Animal. ''Elk woord was ooit een dier' slaat op het idee dat er eerst een realiteit is en pas dan de woorden om ze te benoemen. Verschillende mensen kunnen over dezelfde waarneming spreken en ze toch volslagen anders weergeven.', aldus regisseur Alexander Devriendt. Dus kijk je toe hoe eerst De Bleser ten kale tonele verschijnt om te zeggen dat ze de show niet zal openen - wat ze eigenlijk wél doet - en hoe vervolgens Charlotte De Bruyne de scène op wandelt om evengoed te verkondigen dat ze de show niet zal openen, wat ze technisch gezien ook niet doet. Twijfel getwijfel! Bent u er nog? Devriendt laat zijn vijf acteurs niets meer doen dan dat: elk om beurt op het podium stappen en het publiek geruststellen: 'straks krijgt u zeker ook Aaron te zien', 'Als er wat is, vertrouw Boss', 'Natuurlijk gaan we u verhalen vertellen', ... Op vertrouwen kijk en luister je naar én twijfel je over al dit gaan en komen. Je tuurt naar de dansende gordijnen. Je staart naar de gefilmde 'straatstillevens' uit de lockdown van vorig voorjaar. Ook toen moesten we onze eigen verhalen maken. Ineens herken je Every Word Was Once An Animal als een bevreemdend theaterportret van het 'lockdowngevoel'. Vertwijfeld wachten op verhalen en intussen jezelf een verhaal vertellen, dat was corebusiness tijdens de lockdown en dat is het ook in deze voorstelling. Al bouwt Devriendt gaandeweg meer 'verhaallijnen' in, geïnspireerd door de bewogen verhouding van onze werkelijkheid tot de waarheid. Er worden fictieve brieven voorgelezen van piepjonge toeschouwers of van de kroost van een van de actrices. En er wordt met een good oldpostkaartje geantwoord op die brieven. Je zit erbij en kijkt er gefascineerd naar. Je kijkt ernaar zoals je naar een abstract schilderij staart tot je verbeelding in actie schiet. Je krijgt een ragfijne analyse van wat er in het theater precies gebeurt: mensen komen op en gaan af, gordijnen gaan open en weer dicht. Devriendt pelt het theater als een ui. Een ui is ook het enige rekwisiet van de voortelling. Hij pelt tot de kern. Het lijkt een banale handeling die het 'banale van theater' toont. Maar zo banaal dit oogt, zo nodig (en gemist) bleek die banaliteit tijdens de pandemie. Daarom is dit stuk ook een intieme liefdesverklaring aan het theater, eentje met analytische allures. Every Word Was Once An Animal eindigt met alle gordijnen open. Het spektakel kan eindelijk (her)beginnen! Dit piekfijn gemonteerd en ietwat bevreemdend kleinood geldt als een ingetogen voorspel dat tot nadenken stemt én zin in meer theater geeft. Want de grote theaterhonger wordt hiermee niet gestild...