'Wanneer je, zoals ik, opgroeit in een gezin dat je niet sterkt maar verzwakt, dan word je van je kansen en je mannelijkheid beroofd. Je wordt als het ware gecastreerd.', dat vertrouwt Bruce Springsteen aan Barack Obama toe in de podcast en het net verschenen boek Renegates. Born in the U.S.A.'.
...

'Wanneer je, zoals ik, opgroeit in een gezin dat je niet sterkt maar verzwakt, dan word je van je kansen en je mannelijkheid beroofd. Je wordt als het ware gecastreerd.', dat vertrouwt Bruce Springsteen aan Barack Obama toe in de podcast en het net verschenen boek Renegates. Born in the U.S.A.'. Dat is aan de hand in het gezin dat Gorges Ocloo en Josse De Pauw opvoeren in The Butcher, de engel kwam niet bij muziektheater LOD. Vader Bram is slager, weduwnaar en torst een loodzwaar verdriet met zich mee dat als een schaduw over zijn gelaat en zijn huis hangt. Ocloo vertolkt de gehandicapte zoon Isa. Aan de lezers die vermoeden dat de naam 'Bram' een afkorting van Abraham is en dat de naam 'Isa' naar Abrahams zoon Isaac verwijst: dat vermoeden klopt. Ocloo - die dit stuk regisseert - gebruikt het Bijbelse verhaal waarin God aan Abraham vraagt om zijn zoon Isaac te offeren als uitgangspunt van dit stuk. Ocloo laat je werken voor je theatergenot. Er moet geluisterd, geassocieerd en per gelaagd beeld goed nagedacht worden. Maar bij aanvang geeft hij wél een gouden sleutel weg. De voorstelling opent met een filmpje, geprojecteerd op de goudgele wand van het decor, waarop een hand met een stukje houtskool 'de wereld' schetst. Eerst zijn er bomen, dan komen er mensen die met elkaar dansen, kussen en kinderen maken. Dan vergaat dat getekende park tot een donkere plek waar enkel een huilende vuilbak standhoudt. Moraal van dit getekende verhaal: als zwartgeblakerde haat steeds meer het goudgeel domineert, komt er ellende van. Die moraal wordt in het komende anderhalf uur met verve geïllustreerd.Ocloo poot een hyperrealistisch decor op de scène. Je ziet een knusse slagerswinkel en 'den achterbouw' waar de slager en zijn zoon wonen. Centraal staat een zware slachttafel op een ijzeren. Links is een gevel met brandsporen te zien, rechts staat er een door transparante gordijnen afgeschermd keukentje waarop de letters Machpelah prijken, een verwijzing naar het graf van Abraham in Hebron. We bevinden ons anno 2070 in een naoorlogs Vlaanderen waar de Polen de plak zwaaien. De radio braakt afwisselend Poolse propagandataal en Vlaams-nationalistische taal. Die radio praat meer dan de personages. Zo toont Ocloo hoe het zwijgen in de plaats van het vrijuit spreken te hard in het 'Vloms DNA' is ingebakken. Je kijkt toe hoe Josse De Pauw zich in de rol van stroeve slager murwt die meebrult met de radio als daar dé Vlaams-nationalistische kreet klinkt: 'Awoe!'. Je staart bedremmeld naar zijn zoon - een teder en indringend spelende Ocloo - die in een elektrische rolstoel rijdt, spreekt met de sublieme stem van sopraan Astrid Stockman en altijd een roze slaapkleedje en witte steunkousen draagt. Je ziet hoe het gesprek stokt als moeder vernoemd wordt. Je ziet hoe het gesprek stokt als de jongen aangeeft zich gecastreerd te voelen. Je ziet hoe het gesprek stokt als de slager zij hoofd te rusten legt op een wit kinderstoeltje. Er wordt niet gesproken. Niemand raakt elkaar aan. Er wordt opgekropt tot de zielen stinken van de gistende emoties.Het gesprek stokt heel af en toe niet: als Bram huiveringwekkend hard 'bidt' tot God én wanneer Bram de woonruimte verlaat. Dan - en dat is een van de meest fantastische en ontroerende scènes - durft Isa zijn openhartige zelve te zijn en een even hilarische als bloedmooie Engelse/Franse versie van Willy Sommers' hit Als een leeuw in een kooi brengt.Ocloo vertaalt de stroeve Vlaamse inborst naar een stroeve regie: er is geen vlot gemonteerd familieverhaal, er zijn slechts fragmenten die uit dat verhaal gerukt worden tot aan het hartverscheurende, bloedrode einde. Dat is wennen en confronterend. Hebben we dan niets geleerd sinds Cyriel Buysse in 1903 Het gezin Van Paemel schreef, evengoed een stuk over een verbitterende familie die zich te krampachtig vastklampte aan de traditie?Ocloo laat je ogen voortdurend springen van het lichtbord boven de 'woonruimte' van Bram en Isa naar het voetpad voor de winkel, waar gitarist Toon Carlier en saxofonist Bertel Schollaert van jetje geven en de voorstelling marineren in opzwepende, soms dreigende of zalvende klanken die jazzy, operatesk en dan weer als pure hiphop klinken. Hij giet monden vol letters - gesproken, gezongen, geschreeuwd - over het publiek uit, maar het belangrijkste zit vervat in wat niet gezegd wordt. Bram is een norse man die verbitterd door verdriet zijn hart enkel kan luchten met de kreet 'Awoe'. Mijn dierbaar Vlaanderen, wat is er met je gebeurd? Je was zo warm, nu ben je zo koud?', klinkt het slotlied.Het maakt The Butcher, de engel kwam niet een met veel spelplezier en schwung gebracht sciencefictionportret van een stuurs Vlaanderen waarin mensen die 'anders' zijn weggemoffeld of genegeerd worden en waar 'awoe' roepen de enige vorm van samenhorigheid lijkt. De 'stroeve' regie is inhoudelijk perfect te verdedigen maar het bemoeilijkt het spelen en het beleven van dat spel waardoor het ritme al eens keldert. 'Everybody's got a hungry heart', zong Springsteen in de jaren '80. The Butcher, de engel kwam niet toont met een radicaal rauwe regie wat er gebeurt als zo'n hongerig hart niet gevoed maar ondervoed raakt door het opkroppen van emoties, door verbittering, verdriet en een doorgeslagen angst voor het vreemde en verandering.