You love it or you hate it. Van dat zinnetje zijn de lieden van Ontroerend Goed fervente aanhangers. Dat blijkt ook uit hun nieuwste worp Loopstation. Vertrekpunt van die worp: de routine in het leven vieren. Dat klinkt niet bepaald als de perfecte basis voor het meest spannende stuk.

Toch slaagt regisseur Alexander Devriendt erin om een vreemd soort spanning in zijn draaiend stuk te moffelen. Een 'draaiend' stuk, jawel. Of, duidelijker, een stuk waarin alles zich afspeelt op een draaiende schijf - net het onderstel van een draaimolen - op de scène.

Op die schijf staan een ontbijttafel waaraan afwisselend een koppel (Sachli Gholamalizad en Jeroen Van der Ven) en een eenzame, oudere man (Hans Trentelman) zitten. Er zit een jongen (Max Wind) onder een druppende emmer (waaronder een meisje - Nona Demey Gallagher - een kommetje houdt). Er staat een cabaretière die voortdurend haar publiek bedankt (Karolien De Bleser). Er zit een telefoniste (Julia Ghysels) die het noodnummer bemant. Iedereen zit netjes achter elkaar. Daartussen loopt Angelo Tijssens die, verkleed als gele vogel, huis, bacterie of aardbei, telkens tracht een nieuwe zaak te openen.

Die schijf draait en draait maar. En de levens van die mensen draaien ook maar door. Er wordt Nieuwjaar gevierd. Boem! 'Oooh!' Er komen levens, en ze gaan ook weer... Kortom, the usual stuff.

Wat het boeiend maakt, is de visuele schoonheid van het minutieus gecomponeerde geheel. Deze voorstelling balanceert daardoor echt tussen theater en beeldende kunst. Dat iedereen zijn best doet om zijn of haar eigen leven te leiden maar daarbij sowieso de levens van de anderen doorkruist, raakt evengoed. We zijn allemaal verbonden in ons aandoenlijk gepruts en onze routine, zo blijkt.

© Mirjam Devriendt

En, we putten allemaal troost uit warme stemmen. De warme stem van Ghysels - als de dame die het noodnummer bemant - is een baken van rust. Maar Devriendt zet niet enkel in op Ghysels stem. Hij vroeg, niet voor de eerste keer in zijn carrière, aan Joris Blanckaert om een repetitieve compositie voor vier stemmen te componeren. Die stemmen klinken van achter de draaiende schijf. Daar zitten Fabienne Seveillac, Christie Finn, Laurence Servaes en Pauline Claes. Samen vormen ze het vocaal ensemble Hyoid. Hun hoog gezang vormt het hart van de voorstelling.

De muziek geeft kleur aan het secce spel en maak vant Loopstation een verstild, ludiek en teder portret van het routinematige leven waarin we allemaal meedraaien. Een kleinood zonder wereldschokkend artistiek of maatschappelijk statement maar vol zacht gezongen troost. Wellicht ook de troost die Devriendt tijdens het creatieproces nodig had. Want in november 2018 stierf zijn vader.

Een toeschouwer verliet voortijdig de zaal. Maybe he hated it? Wij niet. We loved it.

You love it or you hate it. Van dat zinnetje zijn de lieden van Ontroerend Goed fervente aanhangers. Dat blijkt ook uit hun nieuwste worp Loopstation. Vertrekpunt van die worp: de routine in het leven vieren. Dat klinkt niet bepaald als de perfecte basis voor het meest spannende stuk. Toch slaagt regisseur Alexander Devriendt erin om een vreemd soort spanning in zijn draaiend stuk te moffelen. Een 'draaiend' stuk, jawel. Of, duidelijker, een stuk waarin alles zich afspeelt op een draaiende schijf - net het onderstel van een draaimolen - op de scène. Op die schijf staan een ontbijttafel waaraan afwisselend een koppel (Sachli Gholamalizad en Jeroen Van der Ven) en een eenzame, oudere man (Hans Trentelman) zitten. Er zit een jongen (Max Wind) onder een druppende emmer (waaronder een meisje - Nona Demey Gallagher - een kommetje houdt). Er staat een cabaretière die voortdurend haar publiek bedankt (Karolien De Bleser). Er zit een telefoniste (Julia Ghysels) die het noodnummer bemant. Iedereen zit netjes achter elkaar. Daartussen loopt Angelo Tijssens die, verkleed als gele vogel, huis, bacterie of aardbei, telkens tracht een nieuwe zaak te openen. Die schijf draait en draait maar. En de levens van die mensen draaien ook maar door. Er wordt Nieuwjaar gevierd. Boem! 'Oooh!' Er komen levens, en ze gaan ook weer... Kortom, the usual stuff. Wat het boeiend maakt, is de visuele schoonheid van het minutieus gecomponeerde geheel. Deze voorstelling balanceert daardoor echt tussen theater en beeldende kunst. Dat iedereen zijn best doet om zijn of haar eigen leven te leiden maar daarbij sowieso de levens van de anderen doorkruist, raakt evengoed. We zijn allemaal verbonden in ons aandoenlijk gepruts en onze routine, zo blijkt. En, we putten allemaal troost uit warme stemmen. De warme stem van Ghysels - als de dame die het noodnummer bemant - is een baken van rust. Maar Devriendt zet niet enkel in op Ghysels stem. Hij vroeg, niet voor de eerste keer in zijn carrière, aan Joris Blanckaert om een repetitieve compositie voor vier stemmen te componeren. Die stemmen klinken van achter de draaiende schijf. Daar zitten Fabienne Seveillac, Christie Finn, Laurence Servaes en Pauline Claes. Samen vormen ze het vocaal ensemble Hyoid. Hun hoog gezang vormt het hart van de voorstelling. De muziek geeft kleur aan het secce spel en maak vant Loopstation een verstild, ludiek en teder portret van het routinematige leven waarin we allemaal meedraaien. Een kleinood zonder wereldschokkend artistiek of maatschappelijk statement maar vol zacht gezongen troost. Wellicht ook de troost die Devriendt tijdens het creatieproces nodig had. Want in november 2018 stierf zijn vader. Een toeschouwer verliet voortijdig de zaal. Maybe he hated it? Wij niet. We loved it.