We moeten u waarschuwen: er zijn twee kanten aan Stephen Lynch, de man uit Michigan die deze week de Antwerpse Arenbergschouwburg aandoet. De ene kant luisterde als kind naar Paul Simon, geraakte later in de ban van Bob Dylan en Joni Mitchell, won bijna een Tony Award voor zijn rol in The Wedding Singer en nam zijn laatste album Lion op in countryhoofdstad Nashville.
...

We moeten u waarschuwen: er zijn twee kanten aan Stephen Lynch, de man uit Michigan die deze week de Antwerpse Arenbergschouwburg aandoet. De ene kant luisterde als kind naar Paul Simon, geraakte later in de ban van Bob Dylan en Joni Mitchell, won bijna een Tony Award voor zijn rol in The Wedding Singer en nam zijn laatste album Lion op in countryhoofdstad Nashville. Maar Lynch heeft ook een dark side, die hij al twintig jaar aanwendt om zijn publiek te laten lachen met absurde songteksten, die bij momenten tot hun liezen in het moeras van de donkere humor wegzakken. Wie hem een beetje kent, ruikt al van ver onraad als Lynch een ode aan zijn overleden grootvader afsteekt (I love you to death / but I've got bills to pay), een boompje opzet over de broer van Jezus - spoiler: hij heet Craig - of uitlegt waarom hij fan is van vanille-ijs (I like chocolate instead en wat later I just prefer black girls, the brown girls, the café au lait / The caramel girls and mocha girls just blow me away).Maar de muziek kwam eerst in Lynch' leven en is altijd het belangrijkste geweest voor de comedian. 'Heel lang was ik nauwelijks geïnteresseerd in comedy. Ik prutste aan liedjes en speelde die voor, met af en toe een grapje ertussen, terwijl mijn vrienden wiet rookten en dronken werden.' De klik kwam er toen Lynch de legendarisch nep-rockdocu This is Spinal Tap zag. 'Onder de teksten van Spinal Tap, die bewust heel slecht en dus grappig zijn, zitten degelijke rocksongs. Sindsdien wil ik goede songs maken die op zichzelf staan, maar tegelijk ook grappig zijn. STEPHEN LYNCH: Een intieme avond met een singer-songwriter, maar dan eentje die tussendoor slechte grappen vertelt. (grinnikt) Denk aan Neil Young of Ryan Adams, maar beeld je in dat die dan de hele tijd over piemels zou praten. LYNCH: Nee, of toch nooit echt. Ik maak wel ernstige nummers hoor, maar die mogen niet uitgebracht worden voor mijn dood. (lacht)Ik schrijf die gevoelige liedjes meestal in een bevlieging. Tijdens mijn gewone werkuren neig ik toch altijd weer naar een punch line. LYNCH: Ik vat comedy op zoals de meesten hun job opvatten: ik ga er 's ochtends voor zitten en ik schrijf, anders lukt het niet. Vraag me hier en nu om een nummer te schrijven en het lukt me wellicht, maar het uitbrengen zou vreselijk aanvoelen voor mij. Ook tijdens de try-outs blijf ik aan nummers sleutelen, maar als ze dan eenmaal af zijn, kan ik ze wel volledig loslaten. Dan is het enkel nog een kwestie van een playlist te maken en de tijd tussen de nummers te vullen met banter over vanalles en nog wat. Maar om op het podium spontaan te zijn, moet ik zorgvuldig te werk gaan in de schrijfkamer. LYNCH: Niet alle nummers worden mooi oud, en ik durf ook een liedje te laten vallen als het zijn beste tijd heeft gehad. Maar er zijn een paar nummers die de mensen ook na twintig jaar willen horen, en die speel ik dan gewoon. Het publiek lacht dan wel niet meer, maar het zingt wel mee. Een andere vorm van voldoening, zal ik zeggen. LYNCH: Dat kan wel kloppen. Twintig jaar geleden merkten mensen mij op omdat ik vrolijke liedjes schreef over onderwerpen waar niemand überhaupt over durfde te spreken. Dat schokeffect interesseert mij nu niet meer. Donkere humor is nog steeds mijn ding hoor, maar de manier waarop ik het aanbreng is subtieler geworden. LYNCH: Het wordt in elk geval moeilijker om onderwerpen te vinden naarmate ik ouder word. Ik betrap mezelf er steeds vaker op dat ik een nummer wil schrijven over iets waar ik het drie albums geleden over had. (denkt na) Weet je, misschien moet ik me toch eens wat gaan toeleggen op die serieuze nummers. (stilte) Ik denk dat je me net uit de comedy hebt geluld. (lacht)LYNCH: Fans mogen van mij liedjes verspreiden zoveel ze maar willen. Ik vraag enkel dat ze wachten tot ik de song in kwestie zelf heb uitgebracht. Ik verkoop daardoor minder platen dat weet ik, maar wel meer kaartjes voor mijn shows. Het is niet toevallig dat mijn carrière is beginnen te groeien toen YouTube opkwam. En wees eerlijk, niemand leeft vandaag nog van de verkoop van zijn muziek, tenzij Beyoncé of zo. Bij dezen een boodschap voor de Belgen: verspreid het woord!LYNCH: Nee, en ik zou het ook weigeren. Netflix-specials zijn in eerste instantie Netflix-producten en ik wil mijn eigen ding doen. Dat wil zeggen: niet opnemen in een of ander New Yorks theater, maar in Kalamazoo, mijn thuisstad in Michigan. Dat wil ook zeggen: een paar shows opnemen, zodat ik de beste fragmenten bij elkaar kan zoeken. Dat kan ik nu, met mijn eigen mensen en budget, en de mensen kijken er nog naar ook.