Gorges Ocloo en Astrid Stockman - generatiegenoten en beide behept met een niet in te dijken podiumhonger - laten zich niet uit hun lood slaan door een pandemie. Terwijl Stockman gezwind Karl Vannieuwkerkes tafelgasten op een streepje muziek trakteerde in het Eén-programma Vive la vie, timmerde Ocloo als artistiek leider van het Mechelse figurentheater De Maan onder meer een zomerwandelroute door Mechelen uit. En intussen broedden de twee op Interbellum 2020, in opdracht van LOD Muziektheater en Bijloke Wonderland.
...

Gorges Ocloo en Astrid Stockman - generatiegenoten en beide behept met een niet in te dijken podiumhonger - laten zich niet uit hun lood slaan door een pandemie. Terwijl Stockman gezwind Karl Vannieuwkerkes tafelgasten op een streepje muziek trakteerde in het Eén-programma Vive la vie, timmerde Ocloo als artistiek leider van het Mechelse figurentheater De Maan onder meer een zomerwandelroute door Mechelen uit. En intussen broedden de twee op Interbellum 2020, in opdracht van LOD Muziektheater en Bijloke Wonderland. Ocloo schreef een tekst over een plantkundige die zijn verantwoordelijkheid wil nemen in de 'oorlog' die de wereld momenteel voert tegen covid-19. Zijn geliefde - haar naam is Mia (onthoud dat!) en ze draagt een jurk met plantenprint - wilde evengoed haar verantwoordelijkheid nemen maar blijkt een risicopatiënte te zijn. Zij blijft thuis en draagt er, al zingend vanachter haar vleugelpiano, zorg voor de planten van haar geliefde. Aan de muur met bloemetjesbehang prijken foto's van haar kat, haar geliefde én van Vlaams Minister van Cultuur Jan Jambon. (Het kadertje van die laatste hangt scheef en dat is absoluut niet toevallig.)Maar de naam 'Jan Jambon' valt niet. Ocloo verliest zich niet in een klaagzang over het bedroevende lot van de kunstenaars tijdens de coronacrisis. Heel even ontvlamt zijn woede over het beleid. Maar hij brengt die kritiek met een lichte grijns. 'In dit technologische tijdperk schrijft niemand nog brieven. De overheid schrijft nog wel brieven. Niet om te vragen hoe het met je gaat, maar met een dikke factuur erin. De overheid mag godverdomme in deze wrange tijden eens brieven sturen om te vragen hoe het met de burger gaat.' Hij monkelt. En je doet met hem mee. Stockman op haar beurt verdrinkt allerminst in de meest diepdroevige liederen uit het operarepertoire. De twee zetten bovenal slim in op eenvoud, herkenbaarheid én ontroering die het publiek langzaam besluipt. Stockman opent de voorstelling met een wervelend In this city. Ocloo - eenvoudig gekleed in een blauwe overall, het mondmasker nonchalant rond de hals - zit aan de laptop waar hij zowel de muziek als de opgenomen tekstfragmenten live samplet. 'Hoezo, Ocloo gaat een beetje opgenomen tekst samplen en niet live brengen?', denk je aanvankelijk, een beetje verbolgen. Op het einde van de voorstelling wordt duidelijk waarom het zó moet en niet anders.Ocloo klikt de geluidsfragmenten aan waarin hij - als de plantkundige - zijn geliefde schrijft vanuit de covid-19-afdeling van het ziekenhuis. Hij lucht zijn hart over de ellendige taferelen, over onze ouderenzorg die hij amper nog 'zorg' durft te noemen, ... 'Ik huil als de Agapanthus Summer Skies die om droogte smeekt', schrijft hij haar. Zijn geliefde antwoordt telkens met een lied. Die liederen zijn creaties van Stockman maar evengoed een hartverscheurend mooie versie van Judy Garlands Somewhere over the rainbow. Terwijl Stockman zingt, zet Ocloo het podium vol nepplanten. De structuur van de voorstelling - brieffragment, lied, brieffragment, lied, enz. - is bijzonder eenvoudig. Het verhaal is dat ook. De weinige repetitietijd dwong hen tot die eenvoud. Maar de apotheose waar ze naartoe werken is krachtig, overtuigend en verrassend. We kunnen verklappen dat een flamboyant zingende Stockman en een rappende Ocloo zich heerlijk verliezen in een overweldigende 'covid-19-versie' van Gorki's Mia. Zo verrassend schoon dat Luc De Vos ongetwijfeld ligt te stralen in zijn graf. Interbellum 2020 is een miniatuurvoorstelling die gemaakt is met heel weinig middelen en tijd maar met veel passie en warme bekommernis om de wereld. De droge humor waarmee Ocloo de schrijnende brieven van de plantkundige brengt, de troost die Stockmans klaterende sopraanstem geeft: het zorgt voor wat ademruimte in alle ellende. Zelfs het aangrijpende einde - het podium is intussen een jungle van nepplanten, net zoals de wereld momenteel een jungle vol emoties en meningen is - krijgt daardoor iets opgewekts. Het maakt Interbellum 2020 tot een pretentieloos mooi muziektheaterminiatuurtje dat de zorgverleners huldigt en de kritiek op het beleid allerminst schuwt, maar op een 'plant-aardig' bedje brengt.