The Play = Indiaan
...

En krak zegt de tak. Een seconde later staat een van de acteurs met een tak van een van de bomen op de speellocatie in zijn handen. Onbedoeld en ongewild. Hij zwaait er knullig mee in het rond en stopt de tak dan terug tussen de kruin van de boom. 'Je ziet er niets van, toch?' Het is spijtig genoeg een van de meest betekenisvolle momenten tijdens deze kabbelende Indiaan, ondanks de energie die de spelers er tegenaan gooien. Met Joke Emmers (jawel, de actrice die ook in Callboys en Beau Séjour schitterde) op kop. Indiaan is een voorstelling van De Hotshop. Dit is het jonge-makers-luik van De Warme Winkel, zowat het prettigst gestoorde collectief van Nederland. Met een ongeëvenaarde schwung en gekte gaan zij precaire onderwerpen te lijf. Dat geldt ook voor dit stuk. Vijf spelers (Vincent Brons, Anne Fé de Boer, Joke Emmers, Tarik Moree en Len Pillen) verdiepten zich, samen met Anneke Sluiters en regisseur Mara van Vlijmen, in de geschiedenis en het lot van de indianen of, correcter de 'American Indians' en maakten er een locatievoorstelling over.Via een smal paadje tussen het gras bereik je hun open plek. Daar ligt een wit, cirkelvormig podium op strobalen. Op, rond én onder dat podium spelen de vijf de sterren van de heldere hemel. Daarvoor hebben ze de energie. Ze hebben er ook de kleurige attributen (tennisnetten, pauwenveren, kleurige deurlinten, basketbalringen, ...) én de wereld verbeterende ingesteldheid voor. En toch loopt het fout met dit stuk. De voorstelling begint tenenkrommend cliché met Emmers als (bruin geschminkte...) indianenvrouw en Brons als haar (even bruine) man die samen met hun supermarktzak het publiek verwelkomen. Ze doen dat waardig. Je voelt in hun spel hoe zorgvuldig de acteurs research deden. Dan komen de andere spelers op het podium. Geschminkt, uitgedost, roepend en tierend, in 'trance' rakend, ... Je zit erbij en je kijkt er onthutst naar. Kan je dat anno 2017 nog maken? Kan je nog op zulk een stereotiepe en bij momenten ronduit grotekse manier de eerste bewoners van Amerika portretteren? Neen. Dat beseffen de spelers gelukkig ook. Algauw stappen ze uit hun rol, ontschminken zichzelf en verduidelijken dat ze deze voorstelling maken uit respect voor die volken en de respectvolle manier waarmee ze leven (leefden) in de natuur. Ze halen tal van voorbeelden aan en citeren een mail waarin verduidelijkt wordt dat niet alle American Indians even religieus zijn en dat velen zich intussen aanpasten en integreerden in de westerse samenleving. Na die uitleg gaan ze tóch opnieuw de verkleedtoer op. Ze willen een ritueel uitvoeren om de aarde te hernieuwen, de biodiversiteit en de naïeve kinderlijkheid terug te brengen, ... Dus sluipen ze als schimmen tussen de bomen, stuiven vervolgens op en rond het podium. De bomen rond dat podium baden plots in blauw en groen licht. De scènebeelden zijn bont en prachtig. Het spel is vol vuur. En dan, te midden alle rituele hitsigheid, sneuvelt - in de opvoering die wij bijwoonden - die tak, per ongeluk. Het publiek schrikt en zucht teleurgesteld. Zie daar de bruutheid waarmee de westerling door de natuur banjert waarvoor de American Indians vaak veel meer respect hebben. Het is veelzeggend dat net een ongelukkig toeval het cruciale en meest rakende moment in deze voorstelling is. Iets later verbreekt Joke Emmers het ritueel: 'Verdomme, waar zijn we in hemelsnaam mee bezig?'. Dat vraag je je samen met haar af.