Enkele maanden geleden spreidde Marijke Pinoy haar vleugels, steeg op in Evergem en landde - op goed gevoel - in een verwilderde achtertuin in Oostende. Daar legde ze zich languit op de zompige grond. Tussen het gras en het onkruid. Gelukkig beschermde haar lange, zachtroze regenjas, die ze consequent haar 'imperméable' noemt, haar tegen het vocht. Ze bleef zó lang liggen dat haar zoon, muzikant Cesar De Sutter-Pïnoy, een kijkje kwam nemen. Hij zag dat het er goed was, nam een stoel, ging zitten en plugde zijn gitaar in de versterker.
...

Enkele maanden geleden spreidde Marijke Pinoy haar vleugels, steeg op in Evergem en landde - op goed gevoel - in een verwilderde achtertuin in Oostende. Daar legde ze zich languit op de zompige grond. Tussen het gras en het onkruid. Gelukkig beschermde haar lange, zachtroze regenjas, die ze consequent haar 'imperméable' noemt, haar tegen het vocht. Ze bleef zó lang liggen dat haar zoon, muzikant Cesar De Sutter-Pïnoy, een kijkje kwam nemen. Hij zag dat het er goed was, nam een stoel, ging zitten en plugde zijn gitaar in de versterker. Met dat beeld begint Our(S)Sonate. Wie nu diep zucht bij de gedachte nog maar eens een van melancholie druipend autobiografisch stuk door de strot geramd te krijgen, kunnen we geruststellen: niets van! Pinoy - pronte moeder van vier - wurmt zich in de huid van de kinderloze Rosa Demeyer. Zij blijkt een fameuze architecte wiens liefde voor lijnen haar moederliefde én haar liefde voor haar vader insnoerden. Gelukkig zijn er vogels, en een burn-out. Al laat Pinoy dat laatste lelijke woord niet uit haar mond ontsnappen. Pinoy vertelt, zachtjes deinend of wild dansend op de gitaarklanken van haar zoon, een goed gecomponeerd verhaal met veel humor, veel pijn en veel metaforen.Héél veel metaforen. Het moet gezegd: Pinoy propte de door de pandemie vrijgekomen tijd vol boeken. Vooral boeken van de filosofe Hannah Arendt. Ook Arendt vermeldt ze niet tijdens de voorstelling. Maar hoe charmant ze de voorstelling ook opent door haar publiek welkom te heten, ze jaagt dat publiek ook een klein beetje schrik aan. Ze blijft het eerste kwartier heel abstract vertellen over een niet-plek (een term van Arendt) waar het oké is om 'even niet te weten'. Net wanneer de publiekstribune collectief vreest dat Marijke Pinoy als Rosa Demeyer vooral veel zweverig zevert, zegt ze het zélf: 'Ik ben hier nogal aan het zeveren, hè?' Oef!Dan schakelt Pinoy resoluut enkele narratieve versnellingen hoger. De vogelgeluiden - puur natuur plus geluidsopnames - geven haar vleugels. Ze neemt ons eindelijk mee op reis. Eerst passeren we langs Rosa's jeugd. Het kind stuift altijd de velden in, de beesten achterna. Tot haar vader roept: 'Rosa, keer ne keer were!' Hij zet zijn dochtertje - over moeder wordt heel even in de verleden tijd gesproken... - aan een tafel vol vijzen uit zijn vijzenwinkel. Dochter en vader stellen vast dat de dochter het bouwen in de vingers heeft. Ze vliegt uit, wordt een van de toparchitecten en negeert de Rosa, keer ne keer were-vraag van haar steeds ouder wordende vader.... Pinoy doet waarin ze al jaren zo deugddoend straf is: met het hart op de tong speelt, schrijft, schreeuwt en danst ze als een vogel die niet meer kan of durft te vliegen, deels dankzij de tips & trics van choreografe Lisbeth Gruwez. Ze vezelt, ze krast met krijt een klein gedicht op de achtermuur en ze wiegt zich samen met haar zoon-in-berenjas naar een ontwapenend mooie, op de première ietsje te lang uitgesponnen, apotheose. Daarin stuurt ze ons als een klanken kotsend klein roodborstje huiswaarts. In onze jaszak: wat verdomd te koesteren levenswijsheden plus een prachtig vooruitzicht: Pinoy schrijft, een tikkeltje onwennig, met een pen die de actrice in haar vleugels geeft. Benieuwd waar ze met haar publiek nog heen zal vliegen!