'Dankuwel, Sportpaleis!!!', klinkt het op de bovenverdieping van de voormalige Wasserij der Vlaanderen waar Camping Sunset de stembanden opwarmt. Intussen schuifelen de toeschouwers elk met een stoel door de lege fabriek naar de tribune. De tl-lampen hangen schots en scheef aan het plafond, een deel van de vloer is opengebroken en tot een soort 'binnenstrand' verworden, geen muur is ongeschonden. Toch is het er allesbehalve troosteloos. Dankzij het gejoel, het gejank, het getier en het gezang van de campingleden die zich boven de toeschouwershoofden klaarstomen om het publiek te trakteren op Happiness: een twee uur durende (on)gelukstrip om bij te gieren en te huilen.
...

'Dankuwel, Sportpaleis!!!', klinkt het op de bovenverdieping van de voormalige Wasserij der Vlaanderen waar Camping Sunset de stembanden opwarmt. Intussen schuifelen de toeschouwers elk met een stoel door de lege fabriek naar de tribune. De tl-lampen hangen schots en scheef aan het plafond, een deel van de vloer is opengebroken en tot een soort 'binnenstrand' verworden, geen muur is ongeschonden. Toch is het er allesbehalve troosteloos. Dankzij het gejoel, het gejank, het getier en het gezang van de campingleden die zich boven de toeschouwershoofden klaarstomen om het publiek te trakteren op Happiness: een twee uur durende (on)gelukstrip om bij te gieren en te huilen. Halfvolle wijnglazen in een hoekje, handdoeken over een drumset, ogenschijnlijk verdwaalde Bancontacttoestelletjes, een mobiele vitrine vol drank, slagroomspuitbussen en enkele kerstomaatjes verraaden het: hier zijn jonkies aan het werk die met een minimum aan middelen een maximum aan spel- én kijkplezier willen genereren. Lukt hen dat? Helemaal.De twintigkoppige bende - acteurs, regisseur, dramaturg, kostuumontwerpers, muzikanten, techniek, producent, communicatiespecialist, ...- haalden het in hun jonge, gekke hoofden om op een luttele twee weken de film Happiness van Todd Solondz te vertimmeren tot een stuk. Waarom net die film? Omdat in die zwarte komedie drie zussen - Joy, Helen en Trish - en hun familie plus vrienden, buren en collega's allen in hun te stressvolle of net te lege bestaan snakken naar geluk. Herkenbaar, niet? In dat gesnak doen ze soms héél gekke dingen. Enkelen plegen ronduit criminele feiten om dat geluk even in de grijpgrage pollen te omklemmen. Voorbeeldjes? Brave huismoeder Mona die haar drie dochters Joy, Helen en Trish opvoedde, verneemt dat haar man Leny een boontje heeft voor een andere vrouw en gaat daarom over tot een impulsaankoop die een aderlating voor haar spaarboekje betekent. En Bill, een ogenschijnlijk brave huisvader, tracht zijn pedofiele neigingen te onderdrukken. Tracht... Een laatste voorbeeldje: de vreemde vrijgezel Kristina maakt érg korte metten met haar opdringerige buurman. Het bijzondere is dat er zorgvuldig maar met lekker veel branie en gretig gebruikmakend van alle hoeken en kanten van de speellocatie wordt toegewerkt naar het moment waarop het brein van deze mensen explodeert en hen tot waanzinnig gedrag aanzet. Materiaal van goud voor spelers van goud, zo blijkt. Want die weg naar de waanzin spelen de acht campingacteurs met de energie van een toreador die een woeste stier moet en zal temmen. Dat houdt het tempo torenhoog. Al zorgt het er wél voor dat sommige scènes aan kracht inboeten net omdat ze iets te energiek gespeeld worden. Wanneer Mona (een goddelijke Mitch Van Landeghem) aan de telefoon met een van haar dochters breekt, pompt Van Landeghem een onsje teveel energie in dat brekende lijf en tuimelt even de ongeloofwaardigheid in. Ook in de openingsscène speelt de voorts imposant acterende Carine van Bruggen haar personage Joy met iets te veel pit en gegesticuleer, in net te grote tegenstelling tot Eleonore Van Godtsenhoven die haar Stuart, het ex-lief van Joy, als een hoopje tot mens gestold verdriet speelt. En Menzo Kircz kleurt zijn vertolking van de wat lamme Allen aanvankelijk met iets te weinig scherpte in. Jaja, we muggenziften. Deze uitschuivers vallen op omdat de scènes waarin de spelenergie secuur uitgebalanceerd is, in de absolute meerderheid zijn. Die scènes worden zowat allemaal gepolijst door de stemmige muziek van VENTILATEUR én door humor. Tijdens het klaarzetten van een restaurantscène, bijvoorbeeld, spat de acrobatische slapstick met tafels, mondmaskers en ontsmettingsmiddel van het zanderige podium. De in pasteltinten gedrenkte droomscène (met dank aan de driekoppige kostuumploeg) van 'brave' huisvader Bill (een steengoede Arne De Tremerie) zal zelfs Solondz jaloers doen slikken. De scène waarin de eenzame Kristina (een verduiveld intrigerende Flor Van Severen) een ijsje eet en intussen vertelt hoe ze haar verkrachter verhakte, laat je gruwelen en grijnzen tegelijk. Het stomverbaasde gezicht van Mitch Van Landeghem als Mona wanneer de immomakelaar een elleboog in de plaats van een hand geeft, doet je haast uit je bubbel rollen van het lachen. De scène waarin Allen in de omhelzende houding blijft staan terwijl zijn onenightstand het aftrapt, is schrijnend en geestig... Het zijn telkens in spel en in compositie ware juweeltjes. We kunnen nóg een paragraaf vullen met het opsommen van heerlijk gespeelde en geregisseerde scènes die op ons netvlies gebrand staan. Dat gaan we niet doen. Wie wil, kan de voorstelling een keer bijwonen. Of twee keer, want u krijgt een heuse ponskaart - wanneer gebruikte u dit woord voor het laatst? - die u het recht geeft om de voorstelling minstens twee keer te zien. Dit is een scharniervoorstelling van een jong collectief dat bulkt van het talent, de ideeën, de energie en de goesting om toneel met grote zwier te brengen. Eindelijk nog eens. Dat levert naast wat jachtig gestuiter dat de oprechte emotie al eens in de weg zit vooral wervelend, een integer, geestig en spannend stuk op over de woelige ziel van de door stress en/of (geld)zorgen verkrampte mens. Vorig jaar imponeerde dit collectief met hun stomende openluchtversie van Maksim Gorki's Zomergasten. Volgend jaar trakteert deze bende op een enscenering van Tom Lanoyes Ten Oorlog, een marathonstuk uit 1997 waarin Lanoye alle koningsdrama's van William Shakespeare door zijn schrijfmolen ramde. We kunnen niet wachten. Want Camping Sunset smaakt naar meer en die smaak wordt de komende jaren ongetwijfeld nóg beter.