'Dit is de eerste keer dat ze een show maakt zonder subsidies', laat Han Coucke halverwege de voorstelling vallen. Griet Dobbelaere, de ze in kwestie, pareert: 'Voor het eerst begeef ik mij in het plattere circuit.'

Het is niet de eerste keer dat de twee spelers op het podium, die een verleden in de toneelschool delen, de schijnbare kloof tussen hen benadrukken. Coucke is een door de wolf geverfde comedian die u kent als Han Solo, terwijl Dobbelaere voor het theater koos. Nu gaan ze voor the best of both worlds: Coucke wil zijn ware, emotionele zelf tonen, Dobbelaere gaat voor ongemakkelijke grapjes over grote spuiten.

Aanvankelijk lijkt dit stuk zich vooral op een andere tweedeling te focussen, die tussen de seksen, maar de 'omverwerping van het laatste seksistische bastion in de podiumkunsten' - hun woorden, niet zonder ironie gedeclameerd - komt niet van de grond. Het gepingpong tussen beiden kan ons tijdens het openingskwartier niet overtuigen: niet inhoudelijk genoeg voor theater, niet witty genoeg voor comedy.

De 'omverwerping van het laatste seksistische bastion in de podiumkunsten' komt niet meteen van de grond.

Het man-vrouwidee wordt één keer interessant benut, in een bit over de reclamespotjes die Dobbelaere ooit insprak. Terwijl zij haar eigen tamponreclame imiteert, gaat hij los op het soundboard vol scheten en trompetten. Zij eigent zich vervolgens het plezier toe om 'dikke vette schaamlippen te zeggen', waarop hij dan weer steigert. Wie is hier nu eigenlijk de grootste vetzak? Voor we die vraag kunnen beantwoorden, raken we in een routine verzeild over de stiftjes van Damiaanactie, meteen het beste stuk van de show. De sketch begint warrig, maar blijkt achteraf gestructureerd volgens het comedyboekje. Een achttienjarige toeschouwer krijgt de hoofdrol, staat erbij en kijkt ernaar.

Het afsluitende deel, over een uit de hand gelopen toneelkus van twintig jaar geleden, had evengoed uit een stand-upshow kunnen komen, zo associatief is het opgebouwd. Het enige verschil is de dialoogvorm, en daar zit 'm net de angel: met twee kun je de voor-de-vuist-weg-mentaliteit van de meeste comedians - de kunst om de zaken te vertellen alsof je ze net hebt bedacht - niet hooghouden. Door als duo te werken, zetten Coucke en Dobbelaere de regels van de bühne op losse schroeven. Misschien is de stand-upper wel evenveel acteur als de speler in het gesubsidieerde gezelschap, denken we onvermijdelijk na vijf kwartier.

We moeten eerlijk zijn: als comedyvoorstelling duikt Han en Grietje af en toe onder de lat. De spelers proberen met de genderclichés te dollen, maar puren daar te weinig grappen of andere interessante dingen uit. Wél is deze voorstelling een fijn experiment op meerdere vlakken, dat de toeschouwer een blik gunt op de achterkant van de comedy en op de juiste momenten slim genoeg is om ons zin te laten krijgen in meer van dit geëxperimenteer.