'De dood is als een geboorte, het heeft zijn tijd nodig.' Of ook: 'Eenzaamheid is als de stilte in elke symfonie.' En ook: 'Therapie is zoiets als koeken. Wil ik dat nog?' Het zijn slechts enkele van de prachtzinnen die aan Peter De Graefs pen ontsnapten tijdens het schrijven van Geen kersentuin, op verzoek van Elise Bundervoet en voor het Gentse productiehuis Compagnie Cecilia.
...

'De dood is als een geboorte, het heeft zijn tijd nodig.' Of ook: 'Eenzaamheid is als de stilte in elke symfonie.' En ook: 'Therapie is zoiets als koeken. Wil ik dat nog?' Het zijn slechts enkele van de prachtzinnen die aan Peter De Graefs pen ontsnapten tijdens het schrijven van Geen kersentuin, op verzoek van Elise Bundervoet en voor het Gentse productiehuis Compagnie Cecilia. Anton Tsjechovs klassieker De kersentuin geldt als uitgangspunt maar de enige referentie aan die klassieker lijkt de visbokaal te zijn waarin drie goudvissen in troebel water zwemmen. Die vissen zitten gevangen in hun leven en bokaal. Dat is exact wat ook Tsjechovs personages zijn en dat is precies de toestand waartegen De Graefs personages vechten in Geen kersentuin. Hij voert de net gepensioneerde David Van Oostende op. De man krijgt verschrikkelijk nieuws over zijn gezondheidstoestand. Hij treuzelt om het te vertellen aan zijn pronte eega Valerie (Bundervoet) en hun piepjonge huishoudhulp/palliatief verpleegster-in-opleiding Oda. De ontwikkelingen die zich vervolgens afspelen tussen het krijgen van het nieuws en het heengaan van David zijn te zorgvuldig uitgedacht en te geestig om hier zomaar te verklappen. 'Te geestig?' Jawel. Ondanks het onderwerp slaagt De Graef er voortreffelijk in doorheen zijn tekst en zijn spel - hij speelt het stuk samen met Bundervoet en Loes Swaeepoel - voldoende humor te verweven. Al moet gezegd dat vooral hij in zijn spel dat troostrijke evenwicht tussen humor en tragiek weet te vinden. Swaenepoel zet bovenal een uiterst gevoelige, empathische Oda neer en Bundervoet zet, met soms iets te veel dramatiek, een sterke vrouw neer die vooral met haar blik slinks de grap opzoekt in de volle tragiek van het moment. Het minpuntje van deze voorstelling is de karige vormgeving. Zowel het decor als de kostuums zijn bovenal functioneel en ondersteunen het verhaal en de karakters accuraat maar vlak. Zonder de minste verrassing. Zo sprankelend schoon en rijk de taal is, zo karig is de vormgeving. Dat is jammer maar het stoort geenszins. De Graef en co nemen je twee uur lang op sleeptouw door een ontroerend verhaal waarin drie mensen in een complexe driehoeksverhouding zoeken naar hoe ze elkaar moeten liefhebben terwijl de ouderdom hen frustreert en de dood in hun nek hijgt. De Graef doet overigens veel meer dan ons op sleeptouw nemen in dat verhaal. Hij neemt je ook op sleeptouw doorheen je eigen leven. Als David na de slecht nieuws-telefoon met diepe snikken huilt of als Oda tegen Valerie zegt dat 'de dood als een geboorte is, het heeft zijn tijd nodig', valt een diepe stilte over het publiek. Het is de stilte van mensen die naar het moment uit hun eigen leven gekatapulteerd worden waarin ze dit zelf meemaakten. Het is geen eenzame stilte maar de typische theaterstilte waarin je met een bomvolle zaal elkaars zwaarmoedigheid draagt en die, met de hulp van de spelers, zachtjes neerlegt met een lach. Want een familielid - Valerie, in dit geval - snurkend en in foetushouding op de grond zien liggen, wachtend op de dood van haar geliefde in zijn ziekbed, is naast vertederend ook gewoon grappig. Daar neemt de verrukkelijke verbeelding het heerlijk over van de verdrietige herinnering. Zo helpt theater om in alle openheid de dood te (ver)dragen.