The Play = Een ontgoocheling
...

'Ik wil dokter worden. Zoals iedereen. Dat is de droom van iedereen.', aldus de 'losse stem' tijdens de audiowandeling in het Koninklijk Atheneum van Antwerpen. De wandeling vormt het voorspel van De ontgoocheling . Het muziektheaterstuk van Het nieuwstedelijk speelt in de feestzaal van dat Atheneum en is een montage van gesprekken die de leerlingen van de school voerden met de theatermakers. Het gespreksonderwerp? Het boek De ontgoocheling. Dat boek werd in 1921 geschreven door een ex-leerling van de school: Willem Elsschot. In het verhaal voert hij Kareltje op. De jongen stelt zijn vader diep teleur omdat hij niet over de capaciteiten beschikt om advocaat te worden. Die vader is ook teleurgesteld in zichzelf (als matig succesvol sigarenfabrikant en doffe voorzitter van een doffe kaartclub) en in de liefde. Die teleurstellende levenswandel vangt Elsschot meesterlijk in simpele, snedige zinnen - waarin hij niet zozeer 'reflecteert' maar acties beschrijft en zijn personages in dialoog laat gaan - die je in de leefwereld van Karel anno 1920 zuigen. Regisseur Adriaan Van Aken bewerkte het boek tot een monoloog en slaagde erin om de roman zó te bewerken dat je Elsschots pen blijft herkennen. Van Aken is niet aan zijn proefstuk toe. Enkele zomers geleden bewerkte hij al Elsschots Dwaallicht, met een bevlogen Warre Borgmans in de hoofdrol. Nu plaatst Van Aken Jurgen Delnaet op het voorplan. Delnaet kruipt, sluipt, zingt, tiert, fluistert, springt en wandelt als Karel(tje) over de scène met een blik waarin deugnieterij en diepe wanhoop elkaar op intrigerende wijze afwisselen. Delnaet kan met zijn spel- en verteltalent wat Elsschot met zijn pen kan: je onderdompelen in een andere wereld. Hij heeft de ganse lengte van de feestzaal ter zijner beschikking. In het midden van die langgerekte speelvloer staat een podiumpje waarop de vier muzikanten - Benjamin Boutreur (onder meer sax), Joris Caluwaerts (toetsen), Lot Vandekeybus (tuba en zang), Tim Coenen (percussie en gitaar) - de voorstelling van vaart voorzien. De zaal is aangekleed met dertig vlaggen die netjes boven de ramen zijn bevestigd. Op elke vlag staat een zin uit een hoofdstuk van het verhaal. De structuur is helder, het verhaal ook en Delnaet speelt - net als de muzikanten - met een aanstekelijke gretigheid, de gretigheid waarmee kinderen op de laatste schooldag voor de zomervakantie naar het uurwerk in het klaslokaal kijken. Het levert een innemende voorstelling op die sowieso nog aan schwung zal winnen tijdens de lange speelreeks. Tijdens de eerste voorstellingen verliep het samenspel tussen acteur en muzikanten nog iets te stroef.De ontgoocheling katapulteert je naar een andere tijd maar doet je tegelijkertijd, dankzij de audiowandeling, stilstaan bij het lot van de Kareltjes die anno 2017 gebukt gaan onder de torenhoge verwachtingen van hun ouders. De 'losse stem' heeft een laconiek antwoord klaar: 'In België kan je niet anders. Eigenlijk. Dan iets bereiken. Dat is het minste wat je kan doen'.Smaakmaker: