The Play = Onschuld
...

De huid van de roodharige actrice Anne-Laure Vandeputte licht melkwit op in de donkere theaterzaal. Ze staat helemaal alleen op de scène. Of beter: op de smalle strook van de speelvloer voor het grijze, transparante gordijn. Ze ademt in en uit, strekt haar lijf en springt. Dat laatste wordt duidelijk door de daaropvolgende scène waarin Jovial Mbenga en Idrissa Mbengue twee vluchtelingen spelen die een vrouw met rode haren in het water zagen springen maar haar niet terug boven water zagen komen. Ze begrijpen dat de vrouw haar leven beëindigde.Dan schuift het grijze gordijn open. Je ziet een kale scène die is afgeboord door een cirkelvormige, grijze gordijnwand. Op de grond ligt tapijt, ook grijs. Luc Nuyens en Robby Cleiren zitten, centraal, als man en vrouw aan een tafeltje. In zwarte kleren. Ze treuren om hun gestorven kind. De vrouw die bij hen op bezoekt komt - een fantaste (Leen Diependaele) die zich uitgeeft voor de moeder van een dader - zorgt dat Cleiren als een plank-met-kokhalsneigingen onder de tafel glijdt. Nuyens ziet zieltogend toe. Dit soort tragikomische taferelen werkt erg verfrissend binnen de degelijke en erg tekstgerichte taal van De Roovers. Even verfrissend zijn de vijf gastacteurs waarmee De Roovers hier samenwerken. Samen spelen ze een 'uitgebeende' versie van Dea Lohers successtuk dat voor het eerst in 2003 in Berlijn werd opgevoerd en in 2007 in het Nederlands te zien was in het Ro Theater in Rotterdam. Loher schreef een verhaal over een dorpje aan zee waar iedereen tegen beter weten in wegvlucht van de schuld. Dat klinkt abstract maar dankzij Lohers loepzuivere, beschrijvende pen wordt het dat nooit. De Roovers geven Lohers tekst alle aandacht door de enscenering niet te uitbundig te maken en de scènes zo strak mogelijk (lees: duidelijk van elkaar gescheiden dankzij een ruk aan het gordijn) na elkaar te spelen. Ze sturen je aandacht naar de no-nonsense zinnen van Loher. Dat lukt. Je kijkt geïntrigeerd naar een komen en gaan van personages - van depressieve filosofen en verzuurde schoonmoeders via blinde paaldanseressen tot optimistische lijkenwassers - die tegen de grijsheid van hun bestaan vechten en gaandeweg veel meer met elkaar gemeen blijken te hebben dan op het eerste zicht leek. De actualiteit passeert subtiel de revue in een kort vermelden van de Amerikaanse president en de vluchtelingencrisis. Alsof De Roovers de relevantie van dit stuk willen onderstrepen. Al dwingt dit stuk voldoende relevantie af door de literaire kwaliteiten en de strakke manier waarop een complex dorpsverhaal verteld wordt. Toch zit die strakheid ook het ritme van de voorstelling in de weg. Dat voortdurend afbreken en zappen van de ene naar de volgende scène voelt soms stroef aan. Al die duidelijkheid zorgt voor wat te weinig schwung in de ganse enscenering. Wat te weinig tinten grijs, misschien?Els Van Steenberghe