'Amai, wat zal die scène erin hakken als je dit vanuit de zaal mag meemaken', is de gedachte die ons het vaakst overviel terwijl we het twee uur durende Yellow beleefden. Filmregisseur Daniël Demoustier haalde alles uit de kast - veel camera's, een zwartwitfilter, scherpe montage - om de meesterlijke regiestijl van Luk Perceval - sober maar explosief en zinderend van emotie - met zijn camera's te registreren. Daar slaagde hij wonderwel in. Maar, daardoor kijk je naar gefilmd in de plaats van verfilmd theater. Misschien had Demoustier wat radicaler voor film moeten kiezen en niet zo respectvol met Percevals voorstelling omgaan?
...

'Amai, wat zal die scène erin hakken als je dit vanuit de zaal mag meemaken', is de gedachte die ons het vaakst overviel terwijl we het twee uur durende Yellow beleefden. Filmregisseur Daniël Demoustier haalde alles uit de kast - veel camera's, een zwartwitfilter, scherpe montage - om de meesterlijke regiestijl van Luk Perceval - sober maar explosief en zinderend van emotie - met zijn camera's te registreren. Daar slaagde hij wonderwel in. Maar, daardoor kijk je naar gefilmd in de plaats van verfilmd theater. Misschien had Demoustier wat radicaler voor film moeten kiezen en niet zo respectvol met Percevals voorstelling omgaan? Die voorstelling - een coproductie van NTGent met Landestheater Niederösterreich - wortelt in een beschamend stukje vaderlandse geschiedenis: het stukje waarin een bataljon Vlamingen uit de jaren 1930 en 1940 gelooft dat Adolf Hitler Vlaanderen groot zal maken. Perceval poot een bende kanjers van acteurs op de scène: Peter Seynaeve (vader Staf), Chris Thys (moeder Marije), Lien Wildemeersch (dochter Mie), Bert Luppes (nonkel Hubert), Maria Shulga (Channah), Oscar Van Rompay (nonkel en priester Laurens), de Oostenrijkse acteur Philip Leonhard Kelz (Otto Skorzeny) en Valéry Warnotte (Léon Degrelle).Zij vertolken een familie van wie de jongste zoon, Jef, zich aansluit bij het Vlaamse legioen aan het Oostfront. Per brief houdt hij contact met de thuisbasis. Behalve nonkel Hubert - hij is de broer van vader Staf, lid van de Dietse Militie-Zwarte Brigade - staat die basis als een front achter hun jongen. Dochter Mie heeft zelfs een relatie met Otto Skorzeny, de beruchte kolonel van de Waffen SS. Maar, hoe langer de oorlog duurt en hoe meer Joden gedeporteerd worden, hoe meer barsten er in dat front komen. Ondanks de opruiende samenkomsten van de zogeheten 'rexisten'...Die 'rexisten' zijn Vlaamse fascisten, de beweging werd in 1930 opgericht door Léon Degrelle. Perceval verweeft Degrelles speeches doorheen het familiedrama. De samenkomsten van die rexisten exploderen in gedans, gescandeer en gewapper met witte vlaggen. Je zit erbij, kijkt naar je scherm en denkt: 'Kleiner acteren, mannekes, dit komt zó overdreven over.' Op scherm ogen die scènes ongewild karikaturaal en daardoor compleet ongeloofwaardig. Dat is doodzonde. De bijzondere kracht van Yellow is dat Perceval er net opvallend genoeg in slaagt begrip te genereren voor collaborateurs én met chirurgische precisie barsten in hun overtuiging aanbrengt. Begrip genereren voor wat niet te begrijpen lijkt: dat is de kracht van theater en Perceval weet die kracht perfect te gebruiken. De allermooiste scènes zijn deze waarin Demoustier niet flirt met het theater maar wél voluit voor film gaat en de machtig close-ups aan elkaar rijgt. De gesprekken tussen Bert Luppes en Maria Shulga als Nonkel Hubert en de joodse Channah, bijvoorbeeld, zijn ontroerend en dragen in elk woord, elke blik de wanhoop in zich die deze tijd kenmerkte. Waarom? Omdat de twee gewoon wat wandelen in de coulissen. En amper een voet op het podium zetten. Op dat podium speelt alles zich af omheen de robuuste tafel die ook al het hart van Black vormde. In het openingsshot van 'Yellow- de film' heb je het gevoel mee aan tafel te zitten met het gezin. De pianomuziek leidt je het verhaal in. Van zodra Demoustier uitzoomt, word je een kijker - géén toeschouwer - en kijk je naar wat de beste teaser is van een overweldigend straf stuk met acteurs die hun ziel binnenstebuiten keren, een doortimmerde tekst (geschreven door Peter van Kraaij) waarin geen woord te veel of te weinig staat, Sam Gysels bloedmooie soundscape die met piano, drum, gezang en het tikken van een klok altijd de juiste sfeer bij elke scène creëert plus een regie die van de ene indrukwekkende scène in de andere tuimelt. Maar op het scherm zie je acteurs die te vaak te groot spelen voor de camera en zich wentelen in nepsneeuw. De camera ontmaskert de magie van het theater. Helaas.