Jezelf heruitvinden, is in deze coronatoestand de boodschap voor alle podiumkunstenaars. Dus snelde Peter de Caluwe - directeur van De Munt - de kantoren van Michael De Cock (directeur van KVS) en Fabrice Murgia (directeur van Théâtre National) in. 'Als we nu eens Mozarts Der Schauspieldirektor opvoeren?', was zijn vraag.
...

Jezelf heruitvinden, is in deze coronatoestand de boodschap voor alle podiumkunstenaars. Dus snelde Peter de Caluwe - directeur van De Munt - de kantoren van Michael De Cock (directeur van KVS) en Fabrice Murgia (directeur van Théâtre National) in. 'Als we nu eens Mozarts Der Schauspieldirektor opvoeren?', was zijn vraag. Dit Singspiel uit 1786 is een korte, komische eenakter. Het stuk begint met de - tot voor coronatijden - banale zin: 'Directeur, we hebben de toestemming om te spelen!'. Wat volgt, is een gezapig verhaaltje over een theaterdirecteur die zijn theater rendabel moet houden en, met de steun van een bankdirecteur die een oogje heeft op een actrice, de nodige centen krijgt om een nieuwe productie te maken. Intussen moet hij vetes tussen diva's ontmijnen en erop toezien dat de nieuwe productie goed oogt én klinkt. Directeur Frank doet dat met verve. Veel meer valt er niet te vertellen over het magere libretto van Johann Gottlieb Stephanie. Het regieduo De Cock / Murgia doet weinig moeite om dit mager verhaaltje te verfraaien. De streamvoorstelling begint met een tobbende Mieke De Groot die, uitgedost als directeur Frank uit de 18de eeuw, met het hoofd op de armen naast de telefoon ligt, wachtend op groen licht om te spelen. Anno 2021 komt de toestemming er eindelijk. We volgen - cameragewijs - de verheugde directeur door de coulissen naar de loge van diva Madame Pfeil (een rol voor Marie-Aurore d'Awans). Daar wordt het goede nieuws gevierd en ontspoort een discussie over het loon van de diva net niet. De Groot houdt zich groot als directeur dankzij haar speelstijl die subtiel precies karikaturaal genoeg is om grappig én geloofwaardig te zijn. Haar medespelers (onder wie Achille Rdolfi als Eiler, bankdirecteur, acteur en minnaar van Madame Pfeil en Dietrich Henschell als acteur Buff) slagen daar minder goed in. Waar komen de vier sterren vandaan als het acteerwerk eerder pover dan glansrijk is? Van de magistrale muzikale uitvoering van het werk, royaal bijgekruid met fragmenten uit Mozarts Le Nozze di Figaro en Der Zauberflöte én door het geheime wapen van KVS-directeur Michael De Cock: danstalent Nadine Baboy. Samen met Hervé Loka Sombo vertolkt Baboy 'Mesdames Krones' en komt auditie doen voor het nieuwe stuk in het theater van directeur Frank. De twee introduceren zichzelf met een straf staaltje slam op het Muntplein en dansen vervolgens via de artiesteningang De Munt in. Hun wandeling - stel je twee cool uitgedoste dansers voor, hiphoppend en flirtend met de kleurige spots die op hen gericht zijn - door de catacomben van De Munt vol vreemde decorstukken, glitterkostuums en rekken met rekwisieten vormt een verfrissend hoogtepunt én een hopelijke voorbode van de postcoronaopera met (veel) meer kleur en diversiteit op, onder, naast en voor het podium. Naast die verfrissende input van Baboy en Loka Sombo is dirigent Alain Altinoglu in hoogsteigen persoon verantwoordelijk voor het opkrikken van dit streamstuk tot een viersterrenervaring. Dat de blazers van het Symfonieorkest van De Munt in een soort plexiglazen doolhof zitten, dat zijn orkestleden anderhalve meter van elkaar zitten én dat alle muzikanten ook nog eens een mondmasker dragen, deert hem niet. Flamboyant en met zichtbaar groot genoegen verleidt hij zijn orkest en de drie zangers (Yves Saelens, Lenneke Ruiten en Simona ¦aturová, die elk schitteren in een lyrische aria die de kunsten relativeert én bezingt) tot een sprankelende uitvoering van Mozarts meest elegante en oorstrelende muziek. Als toeschouwer laat je je graag mee verleiden. Dit Singspiel regisseren is geen groots cadeau aan een regisseur. De spelscènes steken, ondanks de geestige Mieke De Groot, stroef af tegenover de dansscènes onder De Munt en de geweldige muzikale momenten. Het orkest speelt dezer dagen vanop het podium van De Munt. De acteurs kijken vanuit de zaal bewonderend toe. In Der Schauspieldirektor is die opstelling perfect logisch: het zijn de muziekkunstenaars die de meubels op een majestueuze wijze redden terwijl de acteurs onthand toekijken.