Alsof we op de preparty van de nagelnieuwe zomerconcertreeks Focus Music Box verzeild zijn. Zo feestelijk kinky klinkt en oogt de loods in de Gentse havenbuurt waar Camping Sunset nog tot 27 juni kampeert om er het eerste deel van Tom Lanoyes Ten Oorlog (1997) - waarin acht koningsdrama's van Shakespeare tot een zinderend kluwen verwerkt zijn - op te voeren.
...

Alsof we op de preparty van de nagelnieuwe zomerconcertreeks Focus Music Box verzeild zijn. Zo feestelijk kinky klinkt en oogt de loods in de Gentse havenbuurt waar Camping Sunset nog tot 27 juni kampeert om er het eerste deel van Tom Lanoyes Ten Oorlog (1997) - waarin acht koningsdrama's van Shakespeare tot een zinderend kluwen verwerkt zijn - op te voeren. Terwijl je je uiterste best doet om aan de ingang van dat bruisende terrein de 't is mee duwen-ontsmettingsgelverdeler aan de praat te krijgen, worden je ogen verleid door wat er zich in de loods - 'ons kasteel', aldus Camping Sunset - afspeelt. Is het stuk al bezig? Neen. Maar de opwarming wél. Elf in flashy roze bodysuits gehulde performers houden er een dansfeestje. Ze draaien, kronkelen, springen en (doen) genieten. Die dansvloervibes bepalen het spel. Na een sputterende opening, weliswaar... Bij deze pruilopmerking hoort een kanttekening. Camping Sunset houdt van hangmatten - er hangt er ook eentje in hun 'kasteel' - maar lui zijn ze allerminst. Deze bende wil één ding: spelen met zoveel sprankel, drive en sensualiteit dat hun publiek watertandend de tribune verlaat. Hongerig naar méér. Daarom repeteert de bende nooit langer dan twee weken aan een stuk. Ze ontdekken tijdens het spelen wel hoe ze het stuk zullen spelen. Elke toeschouwer mag dezelfde voorstelling meerdere keren beleven zonder een nieuw ticket te moeten kopen. Die visie maakt Camping Sunset deugddoend genereus, jaloersmakend moedig én kwetsbaar.En dat zorgde dus voor een sputterstart. Tijdens die sputterstart - na een spetterende openingsscène met lekker veel gekrijs, rook en nepbloed - staan de personages allemaal netjes op een rij voor de toeschouwerstribune en stellen ze zichzelf voor. Je begrijpt er geen barst van. Dat maakt gelukkig niet uit. Camping Sunset heeft evenveel spelerstalent in huis als Elon Musk dollars op zijn bankrekening. Carine van Bruggen sleurt het spel vervolgens op gang als de resolute Richard II die zijn onderdanen en familieleden moeiteloos liquideert of bedriegt. Hoe zorgvuldig Lanoye zijn woorden en zinnen ook kapte uit de ruwe brok Shakespearemarmer, Camping Sunset gebruikt niet meer dan wat nodig is om het spel aan te vuren. En een hilarische tuinwandeling van de koning - in een gigantische hoepeljurk die telkens tegen de onderdanen botst -, is veel leuker om te spelen dan lappen tekst debiteren. Toch? Bovendien slagen de spelers er behoorlijk in om de kern van het verhaal - een rotzak van een koning denkt alleen aan zichzelf en moordt alle tegenstand uit - in guitige scènes te verpakken zonder die kern al te zeer af te zwakken. Lachen de jonkies alles weg? Neen. Ze vinden bijna steeds de balans tussen vlammend spel met véél kinderlijk enthousiasme en de bittere ernst waarin hun machtsbeluste personages leven. De verwarring die de sputterstart tekent, weten ze voorts te vermijden. Onder meer dankzij de slimme en evenmin van humor gespeende kostuums. Zonder alle klaterende keukengeheimen van de kostuumontwerpers te verklappen: elke koning, plus gevolg, heeft een eigen kleur. Flashy roze voor Richard II, zonnig geel voor de homofobe Hendrik IV die met droogkomische flair vertolkt wordt door Loes Swaenepoel. Hendrik V tooit zichzelf in Ten Oorlog II in hemelsblauw. Da's de kleur waarin op het einde van Ten Oorlog I gegroet wordt. Amuseren we ons? Even hard als de spelers. Genieten we van Lanoyes talige smeedwerk dat de schrapsessie overleefde? Amper. Er wordt héél radicaal in de tekst gewied. Veel spelers blijken bovendien onverstaanbaar als ze zich te ver van de tribune bevinden. Nochtans weten ze de parels uit de teksten te waarderen. Louise Bergez, bijvoorbeeld, tooit haar spel als een indrukwekkende Jan van Gent vlak voor de tribune met enkele knappe minimonologen. Anderen wijzen in de gauwte op de schoonheid van de taal. Zoals Mitch Van Landeghem, te midden zijn sterfscène als Henry Percy: 'Wat nu volgt is echt heel mooi'. Vervolgens gaat hij verder met sterven en zegt de inderdaad bloedmooie zin: 'De dood z'n koude modderhand ligt op mijn tong' . Verlieten we watertandend de tribune? Zeker. Alleen al om de bende te zien groeien in dit verhaal en in deze tekst. Om hen niet alleen te zien spelen dankzij maar nog meer mét de tekst die, ondanks dit feestelijke spel en de bonte kostuums, een gitzwart portret is van én een waarschuwing voor leidinggevende weirdo's met dictatoriale stuiptrekkingen. Daarin zullen ze opvoering na opvoering - of beter: feestje na feestje - deze zomer nog straffer en kleurrijker moeten worden. Op naar Ten Oorlog II tijdens Theater Aan Zee.