'Misschien prop ik toch net iets te veel in een week?'
...

'Misschien prop ik toch net iets te veel in een week?' In de afgelopen 36 uur heeft Bjarne Devolder eerst in de provincie Luxemburg nachtopnames voor een kortfilm gedraaid, is hij daarna naar Avelgem gespoord voor zijn eigen theatervoorstelling, werd hij 's ochtends in Veurne op de set van een Eén-reeks verwacht en heeft hij zich en passant nog een shot Pfizer in de arm laten duwen. Ondertussen zit ik op een terrasje in de buurt van Gent Sint-Pieters. Devolder is er meestal ook bij. 'Ik besef dat het niet elke maand zo mag zijn', grinnikt de naar Antwerpen uitgeweken West-Vlaming met een zachte, wat schorgespeelde stem die er de komende uren al eens de brui aan zal geven. 'Dat kan ik ook niet aan. Maar ik kan moeilijk nee zeggen, omdat ik me altijd amuseer of omdat ik een stuk heel belangrijk vind.' Sinds hij eind 2019 debuteerde als dakloze tiener Radja in Bastaard, de psychologische thriller van Mathieu Mortelmans, loopt Devolders acteercarrière behoorlijk gesmeerd. Na zijn afstudeermonoloog Mijn volk, over een van zelfhaat overlopende homo, vond hij onderdak bij theatergezelschap Skagen, waarvoor hij samen met Clara van den Broek ook Today I Kill You uitwerkte. Met die voorstelling - één lang, gespannen en ongemakkelijk gesprek tussen moeder en zoon in een wagen - staat hij later deze zomer ook op Theater aan Zee. Het komende jaar zal hij ook te zien zijn in Twee zomers, de nieuwe reeks van Tom Lenaerts en Paul Baeten, in Chantal, de spin-off van Eigen kweek rond Maaike Cafmeyer, en in de film Rookie, waarin hij de concurrent van motorracer Matteo Simoni speelt. 'Ik heb niet eens een rijbewijs, maar gelukkig was dat geen must. Enfin, op die ene keer na dat ik toch een stukje in de wagen moest bollen, maar pas te laat besefte dat ik geen idee had welke van die drie pedalen de rem was. Maar iedereen is er heelhuids uit gekomen. (lacht)' Wat nam je gisteren precies op in Luxemburg? Bjarne Devolder:Tot ik terugkom, een kortfilm van Ramy Moharam Fouad (de broer van Tamino, nvdr.). Straffe regisseur. En vooral zeer emotioneel intelligent, een eigenschap die ik erg kan waarderen bij de mensen met wie ik samenwerk. Zijn scenario, met van die heldere, uitgebreide omschrijvingen van elke emotie, was een cadeau. (denkt na) Ramy is zowat een omgekeerde Joel Schumacher, zeg maar. Die moet je even uitleggen. Devolder: Ik herinner me hoe George Clooney ooit vertelde dat Schumacher hem instructies gaf vanuit zijn regisseursstoel op de set van Batman & Robin. (met lijzig Amerikaans accent) 'Okay, okay, your parents are dead, yes. You are very, very sad. Now, action!' (lacht) Het wordt iets moois. We hebben gedraaid op een heuvel in Barvaux, in een kleine chalet en een prachtige, filmische omgeving. Of toch veel filmischer dan pakweg een strand. Gesproken als iemand die stilaan genoeg Noordzee gezien heeft in zijn leven. Devolder:(lacht) Ik voel dat de zee nog steeds in mijn DNA zit, maar twintig jaar De Panne was meer dan genoeg. Is dat het klassieke verhaal van te grote dromen voor een te klein dorp? Devolder:(knikt) Ik kon er inderdaad niet snel genoeg weg. Of anders: ik wist al vrij vroeg dat ik meer ruimte nodig had, meer invloeden, meer diversiteit. In De Panne kon ik gewoon mezelf niet zijn. (denkt na) Ik spreek ook enkel nog met mijn ouders West-Vlaams, omdat die erop staan - 'Doe nu maar gewoon, Bjarne!' Omdat je vooral niet altijd 'die West-Vlaming' wil zijn. Maar ook omdat ik stotter als ik West-Vlaams praat. Gisteren had ik het weer heel even op set van Chantal. Speelt die stotter je parten op het podium? Acteur Gorges Ocloo, ook een stotteraar, vertelde me ooit hoe er bij hem vaak hogere wiskunde aan te pas kwam om zijn tekst in een behapbare plooi te wringen. Devolder: Zo erg is het gelukkig nooit geweest. en in het algemeen Nederlands haper ik echt nooit meer. Heel vreemd, maar ik stotter dus exclusief in het West-Vlaams. (schamper) 'Meneertje En' noemde een leerkracht me vroeger, omdat ik die 'en' nooit uit mijn strot gewrongen kreeg. Bedenkelijke pedagogische techniek, nee? Dat heeft ook wel wat wonden geslagen, zeker omdat ik toen al een grote liefde voor taal had. Jouw palmares bestaat voorlopig uit heftige theaterstukken en psychologische thrillers. Is een frivole komedie als Chantal een zijsprongetje, of mik je gewoon breder? Devolder: Het klopt dat ik eerder nood heb aan verhalen waarmee ik me helemaal kan verbinden, liefst met een groot emotioneel bereik. Dat is nu eenmaal het leukste om te spelen. Ik sta zelf bovendien behoorlijk goed in contact met mijn emoties - soms te veel. (grinnikt) Zo pieker ik de laatste tijd nogal hard over de dood, merk ik. Door de huidige crisis, bedoel je? Devolder: Corona heeft zeker niet geholpen. Maar het komt vooral door Making plans for Oscar, de debuutfilm van Brian Windelinckx, die we binnenkort gaan opnemen. Brian heeft een heel uniek scenario afgeleverd over een jonge scenarist met een enorm romantische ziel, een quarterlifecrisis en een rugzak vol existentiële vragen. Laat ons zeggen dat ik me zeer verbonden voel met Oscar. En ik word gewoon niet graag ouder. Want hoe ouder ik word, hoe dichter ik weer bij het graf sta, toch? *** 'Maar jongen toch, ge zijt een flipperkast! Ik word misselijk! Stop alles nu gewoon eens in uw ogen!' Na een jaar aan het RITCS - 'Goede school, maar het klikte niet' - belandde Devolder aan het Antwerpse Conservatorium, waar Frank Focketyn hem adviseerde minder druk ad nauseam te gesticuleren. 'Ik zat er zeer hard op mijn plek. Zelfs al heeft het even geduurd vooraleer ik dat begreep. "Jeezes, ik kan hier niks komen doen", dacht ik toen ik op de dag van de toelatingsproeven iedereen over Molière en aanverwanten hoorde praten. "Molière wie?" Na mijn auditie kon ik niet snel genoeg vertrekken. Uit onzekerheid. Want waarom zouden ze ooit voor mij kiezen? Uiteindelijk zijn ze me op straat moeten gaan zoeken, toen bleek dat ik verder mocht', lacht Devolder. De onzekerheid en schroom zijn nog steeds niet gesleten. 'Al verlammen die nooit totaal. Als ik ergens aan begin, dan ga ik helemaal los. Maar de vijf minuten die daaraan voorafgaan, zijn een ongelooflijke hel.' Naast Focketyn leerde hij er ook Clara van den Broek kennen, coördinator van de afstudeerrichting acteren, met wie hij dezer dagen in Today I Kill You speelt. 'Ik wilde al langer iets met Clara maken, maar pas na mijn mastervoorstelling durfde ik het haar te vragen.' Today I Kill You handelt over een moeder en een zoon. Die laatste werd jarenlang seksueel misbruikt en beslist dat een ritje naar de pizzeria het uitgelezen moment is om zijn verhaal aan zijn moeder te vertellen. 'Plots voelt hij de drang om haar dat voor de voeten te werpen. Zij valt eerst uit de lucht en ondergaat zijn monoloog, maar ze slaagt er al snel in om de situatie op haarzelf te betrekken. Waarop hij kwaad wordt en er harde woorden vallen, genre: "Ik snap dat papa kanker heeft gekregen en een spuit liet zetten. Alles is beter dan met u samen te zijn." Maar door die woede heen merken ze ook hoe ze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, en hoe die onvoorwaardelijke liefde tussen moeder en zoon dat gesprek toch in leven houdt. Zoekend naar een punt waar ze ongeveer in het reine kunnen komen met alles. (grinnikt) Heftig wel. Wij zijn die tekst ondertussen gewend, maar voor wie die pas de eerste keer hoort, is het een dreun.' Gisteren heb je Today I Kill You nog eens voor een publiek gespeeld. Dat was geleden van de première eind oktober, luttele uren voor de zalen maandenlang de deuren sloten. Devolder: Die avond, net voor de cultuursector op slot moest, heb ik wel echt op leven en dood gespeeld. Het klinkt wat contradictorisch, maar ik heb me zelden zo geamuseerd als toen. De crisis en alle voorzorgsmaatregelen hebben Today I Kill You trouwens alleen maar beter gemaakt. Clara en ik spelen in en rond een auto, en het publiek krijgt een koptelefoon waarmee het kan meeluisteren naar de nogal geladen openingsmonoloog in de wagen. Wat maakt dat je bijna mee in die benepen ruimte zit waar elk moment een bom kan ontploffen. De toeschouwers zitten bovendien zonder uitzondering op anderhalve meter van elkaar, wat je helpt om in het hoofd te kruipen van de verweesde, geïsoleerde zoon. Jouw mastervoorstelling Mijn volk ging goeddeels over de band tussen vader en zoon, deze keer bekijk je de band tussen moeder en zoon. Daar lijkt... Devolder: Een franchise in te zitten? Ik plan er geen terugkerend thema van te maken waarbij ik de hele stamboom afloop. Ik voelde nu gewoon de nood om iets te vertellen over die band en een zeer geïdealiseerde versie van moederliefde. Moederliefde is nu eenmaal de grootste liefde die er bestaat in de kosmos. De hardnekkigste ook. Maar hoe ver kun je dat oprekken? Is er een moment waarop die band toch knapt? Hoe is die band met jouw moeder? Devolder: Ik ben een ongelooflijk mama's kindje. Today I Kill You is echt geen reflectie van onze band. Snappen jouw ouders waar je mee bezig bent? Zowel Today I Kill You als Mijn volk is een beenharde voorstelling. Devolder: Ik maak inderdaad niet je doorsneematineevoorstelling. Mijn werk op het scherm snappen ze beter, denk ik. Mijn ouders vreesden enigszins dat ik als acteur tegen een heel ongelukkig bestaan aankeek, maar Bastaard - met dé Koen De Bouw - heeft hen wel gerustgesteld. 'Misschien wordt het toch nog iets met onze Bjarne.' (grinnikt) Al vond ik het best jammer dat ze die speelfilmvalidatie nodig hadden. Dat ze niet gewoon konden zeggen: 'Doe maar, we vertrouwen je.' 'Uw kinderen zijn niet uw bezit', zei Frank Focketyn me ooit. Mocht ik ooit kinderen hebben, hoop ik dat ik het onthoud. De eerste jaren moet je Het Kind vooral in leven proberen te houden, maar op een zeker moment moet je geloven in je ouderschap. Dat je naar best vermogen een verantwoordelijke jonge mens hebt opgevoed die je kunt loslaten en zelf het leven laten ontdekken. Was acteren een vroege roeping? Devolder: Het spelen heeft er altijd wel in gezeten. Ik heb altijd een goed ontwikkeld taalgevoel gehad, tetterde naar verluidt al als een advocaat op mijn drie jaar en was al vroeg gefascineerd door film. Ik herinner me hoe ik me als kleuter al afvroeg hoe zo'n sterfscène eigenlijk werkte. (droog) Ik heb jaren geloofd dat de regisseur gewoon een lijk op set dropte waar acteurs dan op schoten. Dat je je lichaam na je dood aan de fictie kon schenken, in plaats van aan de wetenschap. Ik vond dat een mooi idee. Maar de realiteit is blijkbaar minder spectaculair. Van den Broek bedacht zich vorig jaar: 'Bjarnes inspiratie is heel persoonlijk. Hij gebruikt privé-elementen om theater te maken. Voor hem is het hyperpersoonlijke hyperuniverseel.' Is dat een accurate omschrijving? Devolder:Acteren is een privilege. Ik vul dat privilege zo in dat ik kan vertellen over wat mij woedend, verdrietig of verliefd maakt. Het voelt haast evident om mijn eigen leven in te zetten en van daaruit alles te laten vertakken. Is dat ijdel? Vreselijk narcistisch? Misschien. (lacht) Maar het maakt me ook kwetsbaar, want ik stel me zonder vangnet open voor kritiek. Niet iedereen kan zich in mijn verhalen vinden, maar gisteren bijvoorbeeld kwam er na Today I Kill You nog iemand naar mij: 'Je verwoordt zaken die al vijftien jaar in mijn hoofd rondspoken. En plots hoor ik die op tien meter van mij gewoon uitgesproken worden.' Soms ontstaat daar iets heel moois. Voor alle duidelijkheid, ik vertrek misschien vanuit mijn eigen pijn en mijn eigen liefde - de twee motoren van mijn werk - maar uiteraard haal ik alles daarna door een theatrale molen. Het valt op dat interviews met jou doorgaans een wijde bocht nemen wanneer er specifieker gevraagd wordt naar het biografische achter je werk. Devolder: Ik heb het altijd lastig gevonden... (kauwt op zijn woorden) Ik ben vertrokken uit West-Vlaanderen om volledig mezelf te kunnen zijn. Omdat ik mezelf daar niet volledig kon omarmen. Dat lukt me vandaag nog altijd niet zo goed, maar ik heb alvast een betere kans. Het heeft met zeer vormende zaken te maken. Op wie je verliefd wordt, bijvoorbeeld. Tegelijk snap ik dat het dubbel is om telkens te toeteren dat mijn werk doordrongen is van persoonlijke elementen, maar achteraf wel heel geheimzinnig te doen over die elementen. Mijn volk is ondertussen wel drie jaar oud en stamt uit een periode waarin ik vond dat een werk maar voor zichzelf moest spreken. Omdat je geen zin had in een activistische rol? Devolder: Onder meer. Ondertussen ben ik mondiger geworden. Geëngageerder ook. Omdat die onderwerpen mij ook zeer sterk aanbelangen. Maar tegelijk probeer ik mijn privéleven wel min of meer te bewaken en hou ik zelf ook nog altijd het meest van mysterieuze acteurs, acteurs die zo veel mogelijk in hun rollen verdwijnen. Eerder een Joaquin Phoenix of wijlen Philip Seymour Hoffman dus, van wie ik nauwelijks iets weet, dan een Brad Pitt, die je altijd door zijn personages heen ziet. Nu goed, snap ik de vraag naar mijn geaardheid in context van mijn werk? Ja. Vind ik het tegelijk zeer nutteloos om daarop te antwoorden? Ook ja. Dat is louter een teken van de maatschappij waarin we leven: alles wat niet honderd procent heteronormatief is, is abstract en meteen ook interessant. (denkt na) Ik had onlangs nog een gesprek over Romeo & Julia met een man die enkel de liefde in dat verhaal zag. Akkoord, maar het is wel weer over dezelfde heteronormatieve liefde als de hele westerse canon. Voor wie zich in zijn jeugd anders identificeert, hebben zulke verhalen een grote impact. Omdat het lijkt alsof je niet mag bestaan. Later leer je dat nuanceren, maar als kind staar je je gewoon blind op prinsen en prinsessen die verliefd worden. Nooit eens een prins en een prins. Of een transgenderprinses. Terwijl het zo belangrijk is dat je verhalen te zien krijgt waarin je jezelf kunt herkennen. Anders is de stap naar zelfhaat, zoals je die neerzet in Mijn volk, best klein. Devolder:Mijn volk gaat over een jongen die werd opgevoed met de cultuur die ik net beschreef en thuis leerde dat je homo's moet haten, bespugen en slaan, met een maximale zelfhaat tot gevolg. Tot hij zich lostrekt en tegen zijn vader verzet. En dat is helaas nog steeds een verhaal dat verteld moet worden. Ik had het bijvoorbeeld graag nog eens gespeeld na de moord op David Polfliet, maar door corona kon dat jammer genoeg niet. Vorig jaar schreef je nog een geüpdatete versie, waar je Viktor Orbán in verwerkte. Ondertussen moet die eigenlijk weer herwerkt worden. Devolder: Ik hou mijn hart vast voor jonge mensen in Hongarije vandaag. Hoe kun je jezelf ooit ontdekken als je er niet eens het gesprek over mag aangaan? Opgroeien met het gevoel dat je moet zwijgen over wie je echt bent, maakt zo'n diepe, diepe krassen op je hart. En die blijven daar ook zitten voor de rest van je leven. Net zo goed voel ik ook een groot medeleven voor het voormalige Europarlementslid van zijn partij dat betrapt werd op een gay seksfeestje in Brussel. Je eigen identiteit moeten onderdrukken om mee te draaien in een systeem dat openlijk tegen jou gekant is? Vreselijk. Ik snap hoe je tegen oorlog en bosbranden kunt zijn, maar tegen de liefde in al haar vormen? Hoe zelfs? (denkt na) Ik zou Mijn volk echt graag eens spelen voor Orbán. En Poetin. In België welteverstaan. Dat lijkt me veiliger.