The Play = L'oiseau de feu
...

Jermaine Spivey glunderde het hardst na de première van L'oiseau de feu, het driedelige balletprogramma waarmee Ballet Vlaanderen het seizoen opent. Spivey - een Amerikaanse danser die sinds 2008 verbonden is aan Kidd Pivot, het dansgezelschap van de Canadese choreografe Crystal Pite - leerde Pites successtuk Ten Duets on a Theme of Rescue aan vijf dansers van het Ballet Vlaanderen aan. En of hem dat lukte! De amper vijftien minuten durende creatie vormt een stijlbreuk met het lyrische Oiseau de feu van Sidi Larbi Cherkaoui en het hyperkinetische The Heart of August van Edouard Lock, respectievelijk het eerste en derde deel van het programma. Dansers Lara Fransen, Acacia Schachte, Matt Foley, Philipe Lens en Morgan Lugo razen over een mistige scène, sober verlicht met een tiental spots op standaarden die in een halve cirkel rond omheen de dansvloer staan. Ze smijten zich - neem dat lekker letterlijk - in tien korte duetten waarin telkens een danser dreigt te crashen en na een minuut uit zijn lijden verlost wordt door een aanstormende danser die de collega teder (en soms zelfs met een beetje slapstick) optilt of de hand reikt. Elk duet wordt razendsnel gedanst en bevriest op het moment van 'de verlossing'. De rauwe, trance-achtige muziek van Cliff Martinez zuigt je mee in die trip vol redding. Heerlijk.Dit korte kleinood vormt de perfecte opvolger van Sidi Larbi Cherkaoui's lyrische intepretatie van L'Oiseau de feu, het ballet dat Igor Stravinsky in 1910 creëerde. Tegenover de weelderige muziek van Stravinsky plaatst kostuumontwerper Tim Van Steenbergen vestimentaire weelde. De ballerina die de vuurvogel vertolkt, bijvoorbeeld, draagt een knaloranje jurk met vier meterslange slepen (die elk door verschillende dansers gemanipuleerd worden). Cherkaoui bundelt die weelde in een rijke choreografie waarbij hij zich vooral door het klassiek ballet laat inspireren. Want Stravinsky schreef dit stuk (waarin een goede vuurvogel een prins redt uit de handen van een kwade tovenaar) voor Ballets Russes, een van de meest vermaarde balletgezelschappen uit de geschiedenis. De choreograaf laat zijn dansers zó over de scène kronkelen, zweven en glijden dat zijn choreografie een schitterend georkestreerde ode aan de sierlijkheid en de sensualiteit wordt. Een gebalde ode aan het klassieke ballet, ook.Chaotischer gaat het eraan toe tijdens het derde deel: The Heart of August van Édouard Lock. Lock hult zijn dansers in pikzwarte, aansluitende pakken en laat hen bewegen als robots die uit hun metalen vel willen breken. De scène is kaal, de klanken van HERMESensemble warm. De spots die hij op een bepaald moment bijna om de seconde in een andere stand laat zetten, drijven de lichttechnici vermoedelijk richting een zenuwinzinking. Lock werkt (gelukkig) enkel met wit licht maar snijdt daarmee de ruimte voortdurend in stukjes. De scène wordt een labyrint, dat eenvoudig in verband te brengen is met de muziek. HERMESensemble speelt namelijk Gavin Bryars' warme bewerking van Christoph Willibald Glucks Orfeo ed Euridice (1762), over de Griekse held die zijn eega uit een doolhof wil redden, maar niet achterom mag kijken. Een slimme combinatie van elementen dus, maar het flitsende licht doorbreekt je beleving. Hoe redt je je kijkervaring? Door een voorbeeld te nemen aan de dansers. Probeer te kijken naar dit stuk zoals zij het dansen: koelbloedig, dwars door alle lichtflitsen heen...Smaakmaker: EN