The Play = Accusations
...

Choreograaf / danseres Ann Van den Broek baseerde zich voor Accusations op Peter Handkes Selbstbezichtigung (1982) en zette zich samen met Gregory Frateur - met wie ze al geregeld samenwerkte - aan de schrijftafel. De tekst die ontstond is een repetitieve en ritmische 'toespraak' van een getroebleerde persoonlijkheid die zichzelf tracht te analyseren. Waar? Op een kale, pikdonkere scène. Centraal, en dicht bij het publiek, staat een microfoon. Aan weerszijden van die microfoon staat een kleine camera. Die 'spreekplek' wordt omzoomd door een witte lichtjes. De zeven dansers (inclusief Frateur) lopen naar en van de microfoon weg alsof ze op een catwalk lopen. Soms zeggen ze iets, soms maken ze een grimas of een beweging. Gestuwd worden ze door de live muziek van Nicolas Rombouts. (Jaja, in een vorig artiestenleven vormden hij samen met Frateur Dez Mona.) Rombouts varieert met een diepe beat. Net een hartslag.De hartslag van Ann Van den Broek, misschien? Want zij opent en sluit de performance. Op die manier lijkt ze duidelijk te maken dat deze voorstelling een zelfportret is en de dansers als het ware haar demonen belichamen. Maar, zo vernauwt ze de voorstelling ook. En ze snoert de expressiviteit van haar dansers in. Want de performers lijken ten dienste te staan van één persoonlijkheid. Eenmaal je zo naar de voorstelling kijkt, zie je het stuk als een pijnlijk zelfportret. Dat Van den Broek op een stoeltje naast Rombouts ogenschijnlijk onbewogen toekijkt, versterkt dat gevoel nog. Vanop haar stoeltje straalt Van den Broek ook breekbaarheid uit. Haar kledij - kniehoge zwarte, lederen laarzen, een zwart kleedje en een zwart jasje (allen van de hand van Veronique Branquinho) - oogt als een schild waarmee ze zich tegen de wereld wapent. Ook de dansers zijn in het zwart gehuld maar ontdoen zich tijdens de voorstelling - die gaandeweg steeds meer uitwaaiert over de scène, op het projectiescherm en in de zaal - heel even van dat 'schild'. Accusations is bijzonder confronterend. Je voelt hoe persoonlijk deze voorstelling is en met hoe veel zorg ze gemaakt werd. Je wordt gedropt in het hoofd en hart van een getroebleerde persoonlijkheid. Je kunt alles enkel ondergaan, er is geen ontkomen aan. Er is amper lucht. Die komt er pas wanneer Frateur losbreekt uit het choreografische stramien en zijn stembanden de vrije loop geeft. Ook de andere dansers breken dan los. De zucht van opluchting die door de zaal golft, is haast tastbaar. Maar algauw wordt alles en iedereen terug opgeslokt in de duisternis en in de strakke catwalkpas. De danswoordenschat van Accusations is sober en de voorstelling intrigeert vooral door het charisma van de performers, de gebeeldhouwde zinnen waaruit een diepe drang tot zelfanalyse spreekt, de repetitieve muziek en de manier waarop alles secuur in elkaar grijpt en tot een pijnlijk zelfportret wordt van een zoekende, geschonden ziel. Maar, ook al lopen de performers - met zwart omrande, holle blik - soms kriskras door de zaal en spreken ze alle zinnen naar de zaal uit, er hangt een afstand. De strakke setting waarin deze zelfanalyse uitgesproken wordt en de gesloten blikken van de performers, snijdt de voorstelling gek genoeg af van het publiek. Je zit erbij en je kijkt ernaar. Gefrustreerd of geïntrigeerd. Els Van Steenberghe