Lees ook:
...

Of je Dylans bekroning al of niet terecht vindt, hangt samen met de vraag of een liedjesschrijver ook een dichter kan zijn. Zelf lag de man er niet wakker van: 'I think of myself more as a song-and-dance man', stelde hij laconiek. In de hoestekst bij zijn lp The Freewheeling Bob Dylan, uit 1963, noteerde hij eerder al: 'Alles wat ik kan zingen, noem ik een lied, alles wat ik níét kan zingen, noem ik een gedicht', om pers en publiek vervolgens weer op het verkeerde been te zetten met de uitspraak dat Smokey Robinson zijn favoriete poëet was.Toch kun je er niet omheen dat Bob Dylan, als tekstschrijver, zowat in zijn eentje verantwoordelijk is voor de opkomst van de singer-songwriterbeweging. Hij deed heel wat artiesten inzien dat een liedje, net als een roman of een gedicht, best ook over complexe dingen kon gaan. Als stem van de tegencultuur werd hij al gauw als de woordvoerder van een generatie naar voren geschoven, maar Dylan was te zeer een individualist om zich in die rol te laten dwingen.De zanger mocht dan een exponent van de folktraditie zijn, literatuur was vanaf het prille begin een belangrijke component van zijn werk. Al in 1959 veranderde hij zijn naam van Robert Zimmerman in Bob Dylan, bij wijze van eresaluut aan Dylan Thomas. Net als bij de Welshe dichter stond conflict in zijn werk centraal. De forse, onverbloemde taal in songs als 'Let Me Die in Your Footsteps' of 'Masters of War' was zeker aan die van Thomas schatplichtig. En wanneer Bob Dylan zich liet inspireren door de actualiteit, zoals in 'The Lonesome Death of Hattie Carroll', gebruikte hij een techniek doe niet zoveel afweek van die van Truman Capote in diens roman In Cold Blood.Zoals blijkt uit zijn autobiografische geschriften in Chronicles hebben dichters op Dylans oeuvre altijd al een onuitwisbare stempel gedrukt. Dat gold voor Franse symbolisten als Arthur Rimbaud en Paul Verlaine, maar net zo goed voor beat poets zoals Allen Ginsberg (met wie hij bevriend was en die ooit vertelde dat hij moest huilen toen hij voor het eerst 'A Hard Rain's A-Gonna Fall' hoorde) en Lawrence Ferlinghetti (met wie hij een tijd lang correspondeerde). Dylan schreef ook liedjes voor een toneelstuk van Archibald MacLeish, maar toen die ongebruikt bleven, kwamen ze uiteindelijk op de plaat New Morning terecht. Voorts krioelt het in Bob Dylans oeuvre van de referenties aan schrijvers als Lewis Carroll, James Joyce, Anton Tsjechov en Victor Hugo. Christopher Rocks, een hoogleraar letterkunde aan de universiteit van Oxford, die eerder al boeken schreef over T.S. Eliot en John Keats, betoogt in Dylan's Visions of Sin dat 's mans songteksten op hetzelfde niveau staan als de poëzie van John Milton en Alfred Tennysson. De professor looft niet alleen Dylans behendigheid met rijm en metrum, maar ook zijn taalrijkdom, zijn talent voor metaforen en zijn hang naar het metafysische in nummers als, pakweg, 'Desolation Row' of 'Subterranean Homesick Blues'. Op platen als Bringing It All Back Home, Highway 61 Revisited, Blonde on Blonde, Blood on the Tracks of Tempest manifesteert Bob Dylan zich, net als Jim Morrison, als een dichter die zich van het medium rock-'n-roll bedient om zijn kunst makkelijker en sneller verspreid te krijgen. Mocht William Blake in de tweede helft van de twintigste eeuw hebben geleefd, hij zou wellicht precies hetzelfde hebben gedaan. Rocks is overigens niet de enige academicus die zich op het pad van de Dylanologie begeeft. De song 'Mr Tambourine Man' is enkele jaren geleden zelfs opgenomen in een prestigieuze literaire anthologie.Bob Dylan is in de eerste plaats een verhalenverteller. In Chronicles Volume One schrijft hij: 'Creativiteit steunt vooral op ervaring, observatie en verbeeldingskracht. Als één van die sleutelelementen ontbreekt, kun je het wel vergeten'. De manier waarop hij zijn personages opvoert, thema's ontwikkelt of landschappen schildert, doet alleszins zeer literair aan, net als de manier waarop hij voortdurend met Bijbelse beelden en metaforen goochelt.Dylans songs zijn alleszins sterker dan zijn halverwege de sixties geschreven boek Tarantula, dat het midden houdt tussen poëtisch proza, een niet te stuiten bewustzijnsstroom en een door amfetamines veroorzaakte koortsdroom. De een noemt het surrealistisch, de ander absurdistisch, maar ondanks de verwijzingen naar Burroughs en Corso valt er doorgaans geen touw aan vast te knopen. Chronicles, het eerste deel van zijn autobiografische geschriften, leest daarentegen net zo vlot als een roman van Hemingway.Volgens Robbert-Jan Henkes, die samen met Erik Bindervoet niet aleen Finnegans Wake van James Joyce naar het Nederlands heeft vertaald, maar ook alle songteksten van Bob Dylan uit de periode 1962-2001, kende het letterkundige niveau van Dylans werk door de jaren heen zowel pieken als dalen. 'Zijn dichtader is nooit dicht geslibd, maar ik vrees wel dat zijn kritische vermogen hem af en toe in de steek heeft gelaten', vertelt Henkes. 'Na zijn motorongeluk klom Dylan uit een diep dal. Plots ging het allemaal niet langer vanzelf. Wat hij aanvankelijk onbewust schreef, moest hij nu bewust leren doen, zonder aan diepgang in te boeten. Ten tijde van Blonde on Blonde waren zijn teksten nog beeldrijk en surrealistisch, maar later werd zijn taalgebruik kariger, ging hij simpele zinnetjes naast elkaar plaatsen, zij het op zo'n manier dat ze de oorspronkelijke mededeling overstegen.' 'Met zijn 'heilige eenvoud' riep hij een wolk van associaties op. De jongste jaren zijn Dylans songs erg 'spreektalerig' geworden, maar een relatief recente song als 'Highlands' is zo prachtig dat hij de vergelijking met T.S. Eliot moeiteloos kan doorstaan. Het materiaal uit Blood on the Tracks is zelfs ronduit groots: het zit ingenieus in elkaar. Dat kan ook worden gezegd van pure epische taalstromen zoals 'Hurricane' of 'Ain't Talking'.'Na de eeuwwisseling werd Bob Dylan meermaals van plagiaat beschuldigd. In sommige teksten uit zijn cd Love and Theft (2001) krioelde het van de regels die letterlijk waren gejat uit Confessions of a Yakuza, een in 1989 verschenen gangsterbiografie van de Japanse schrijver Junichi Saga. Voor Modern Times (2006) bediende His Bobness zich dan weer rijkelijk van de poëzie van Henry Timrod, die publiceerde in de periode van de Amerikaanse burgeroorlog. Wie Dylan gunstig gezind is, spreekt van pastiche, tegenstanders gewagen van diefstal. Feit is wel dat intertekstualiteit eigen is aan álle grote literatuur en dat meer en meer critici de overtuiging huldigen dat pastiche de meest gesofisticeerde uitdrukkingsvorm van dit tijdsgewricht is.In de folktraditie, waar Bob Dylan zijn wortels vond, is het heel gewoon dat songs ontstaan via knip- en plakwerk. Niet zelden worden melodieën of tekstfragmenten ontleend aan liedjes van vorige generaties, al dan niet behorend tot het publieke domein. Door ingrediënten uit hun oorspronkelijke context te lichten en in een nieuwe te plaatsen, ontstaat er sowieso iets nieuws. Liefhebbers van de samplecultuur uit hiphop of elektronische dansmuziek zullen het beamen. En ook in literaire middens zijn 'kruisverwijzingen' niet meteen uitzonderlijk. Voor zijn meesterwerk Ulysses liet James Joyce zich inspireren door de Odyssee van Homeros en Hugo Claus entte zijn roman De Metsiers op The Sound and the Fury van William Faulkner. De laatstgenoemde mocht ooit de Nobelprijs voor Literatuur op zak steken, Claus niet. Maar die zong dan ook lang niet zo goed als Bob Dylan.