Het Oostende waarin Willy Lambregt in 1959 geboren wordt, moet een fijne plek zijn geweest. 'Er hingen matrozen rond, para's uit Koksijde, je zag er dingen die je elders aan de kust niet tegenkwam', vertelt de gitarist in een oud interview met Knack Focus over zijn geboortegrond, waar hij ook gitaar begon te spelen. 'Toen ik heel klein was, had ik een Roy Rogers-gitaar en natuurlijk droomde ik van een echte gitaar. Mijn ouders wilden me er één kopen op voorwaarde dat ik muziekschool volgde. Toevallig woonde ik aan de overkant van de muziekschool. Ik kon er binnen kijken en ik zag dat het er niet plezant was. Die kinderen lachten niet, ze zaten er met een uitgestreken, wat verveeld gezicht de maat te slaan. Ik zei: "Die prijs betaal ik niet."'

De quote tekent Willy Willy, een man die leefde voor zijn muziek, maar weigerde er compromissen voor te sluiten. 'Als het me niet aanstond, ben ik vertrokken. Zonder berouw. Of om het met Herman Brood te zeggen: spijt is wat de koe schijt.'

Zo stopt de gitarist ook met school toen hij zestien was, om er nooit meer aan te beginnen. 'Ik moest geld verdienen en belandde in een vleesfabriek. Dat was een wake-up call van jewelste. Maandagochtend om acht uur trok je een stijf gestreken witte schort aan die nog geurde naar Dash. Het volgende ogenblik stond je pakken lever van 25 kilo in grote metalen bakken te gieten met als resultaat dat je vanaf vijf over acht van kop tot teen onder het bloed zat en dat tot op het einde van de dag.'

'Rock-'n-roll was mijn vlucht uit de realiteit. Of nee: het was mijn werkelijkheid terwijl de rest een kwade droom was.'

Willy Willy

'Een jaar heb ik dat gedaan. Verstand op nul. Als je jong bent, kun je ertegen. Rock-'n-roll was mijn vlucht uit de realiteit. Of nee: het was mijn werkelijkheid terwijl de rest een kwade droom was.'

Acht maanden legerdienst doen Willy Willy alleen maar meer verlangen naar een leven voor de gitaar. Hij verhuist onder impuls van onder meer Arno, die het nummer Willie aan hem opdroeg, naar Brussel en loopt daar, naar eigen zeggen op zijn eerste avond, Jan Vanroelen van Arbeid Adelt! tegen het lijf. 'Luc Van Acker was net uit de groep gestapt en hij vroeg of ik geen zin had auditie te doen. Na vijf minuten zei Marcel Vanthilt: "Het is goed, hij zit erin." Ik dacht: eindelijk, we zijn vertrokken. Financieel was het nog altijd krabben. Je moet niet in de rock-'n-roll gaan als je rijk wilt worden. Achter iedere muzikant staat een sterke vrouw, neem dat van mij aan.'

In dezelfde periode richt hij met Dirk Schoufs en Dani Klein ook Vaya Con Dios op. Just a Friend of Mine wordt een hit in heel Europa en het trio wint de Baccarabeker, maar kort daarna verlaat Willy Willy de groep, volgens hemzelf om zich beter op The Scabs te kunnen concentreren. Die band, met in die periode naast Willy ook Guy Swinnen, drummer Frankie Saenen en gitarist Berre Bergen in de rangen, heeft hij in 1985 vervoegd na het tegenvallende album For All The Wolf Calls, dat platenfirma EMI heeft doen besluiten om de geldkraan dicht te draaien. 'Die eerste jaren van The Scabs was het vechten tegen de bierkaai. Het waren de jaren tachtig, niemand was geïnteresseerd in rauwe rock', aldus Willy Willy. 'We voelden ons dinosaurussen, een soort vreemde relikwieën. Tot we Skintight uitbrachten en daarna Royalty in Exile.'

Dat album, gefinancieerd door platenlabel [PIAS], moet dé plaat van doorbraak worden en dat wordt ze ook, onder meer dankzij Hard Times, al hadden The Scabs aanvankelijk net 100.000 frank te kort om hun classic album af te werken. 'En dus reed ik naar de ASLK, waar ze ons 100.000 frank gaven in ruil voor een logootje op de achterflap van de plaat', vertelde toenmalig manager Lou Berghmans ooit in Knack Focus. 'Onze grote doorbraak kwam er met dank aan de bank, ja.'

Maar die doorbraak maakt van een undergroundgroepje een hitmachine, die met Royalty plots goud haalt en later blijft scoren met nummers als Robbin' The Liquor Store en Nothing On My Radio. 'Daar waren we aanvankelijk helemaal niet blij mee, daar schaamden we ons zelfs een beetje voor', aldus Guy Swinnen. 'In die tijd mocht een rockgroep dat soort cijfers nog niet halen, hé. Gouden platen, dat was iets voor Soulsister en The Radios. Dat was compleet uncool.'

In 1994 verlaat Willy Willy The Scabs als gevolg van spanningen over onder meer geld en drugs. De groep was ook niet meer experimenteel genoeg volgens Willy, die vervangen wordt door Tjenne Berghmans. 'We wilden ook andere dingen op verschillende momenten. België hadden we langs binnen en langs buiten gezien. Op de duur word je een soort voetbalploeg, maar in een rockgroep kun je de coach niet aan de deur zetten. We hadden ook te veel zwarte sneeuw gezien', zegt hij daarover.

'Het klinkt misschien heel vreemd, maar nu hij de dood in de ogen kijkt, is Willy levenslustiger dan ooit.'

Guy Swinnen

Maar ook zonder The Scabs blijft de muzikant in hem zich roeren, onder meer als frontman van de Willy Willy Voodoo Band. De rock-'n-roll zit er dan nog in, de drank en de drugs zijn er sinds eind jaren negentig uit. 'Het probleem is dat ik niet een klein beetje kan drinken. Het is alles of niets. Ik ben een doordrinker. One is too many and a hundred ain't enough. Ik kon er geen rem op zetten en dan heb ik besloten de grote middelen in te schakelen en er definitief een streep onder te trekken.'

In 2007 volgt het grote eerherstel voor The Scabs, de band die op het hoogtepunt van haar succes zo gemakkelijk was uit te lachen, wanneer Swinnen en co. de vraag krijgen om Royalty In Exile integraal in de AB te spelen in het kader van de Rewind-reeks. Daarvoor sloegen de muzikanten alle nostalgie-aanvragen af, maar dit kunnen ze niet weigeren. De concerten - in totaal verkoopt de groep de AB drie keer uit - blijken de voorbode te zijn van een revival. De band speelt weer veel en er volgt zelfs een nieuwe plaat, Ways Of A Wild Heart in 2015.

Drie zomers later heeft Willy Willy, the man so nice they named him twice, slecht nieuws voor zijn vrienden. 'Hij heeft ons samengeroepen in de kleedkamer', herinnert Guy Swinnen zich nog in Het Laatste Nieuws. '"Ik voelde mij deze week niet goed, ben naar de dokter geweest en ik heb het vlaggen." Ik wist meteen dat hij het over kanker had.'

Verder wil Willy in het laatste jaar van zijn leven weinig kwijt over zijn ziekte. Spelen wil hij doen, zowel solo - hij brengt nog een nieuw album uit - als met The Scabs, die hun veertigste verjaardag vieren mét hem erbij. Grijs, bleek, fel vermagerd en zittend op een kruk, maar hij is erbij. 'Het klinkt misschien heel vreemd, maar nu hij de dood in de ogen kijkt, is Willy levenslustiger dan ooit', zei Swinnen nog op de vooravond van de MIA's, waar The Scabs vorige week nog een carrière-award kregen. En warempel, tijdens het bijbehorende optreden schudde Willy vanop zijn kruk nog een paar vinnige riffs uit zijn vingers. Het zouden zijn laatste woorden op het grote toneel zijn.