R&b-combo The Internet heeft er al twee langspelers op zitten wanneer toetsenist Jameel Bruner op een dag komt aanzetten met een zestienjarige gitarist en selfmade beatbricoleur die hem was opgevallen in de jazzband van zijn vroegere middelbare school. Oprichters Syd tha Kyd en Matt Martians ruiken het potentieel, nemen het groentje onder hun vleugels en voor Lacy het goed en wel beseft zit hij met de groep te werken aan de plaat die het voor een Grammy genomineerde Ego Death (2015) zal worden. 'Ik ben er blind in gestapt', vertelt hij daar een jaar later over aan The Fader. 'Het was de allereerste keer dat ik samen met anderen muziek maakte. Ik wist niet wat ik deed, ze hebben me alles al doende geleerd. Beste mentors ooit.'
...

R&b-combo The Internet heeft er al twee langspelers op zitten wanneer toetsenist Jameel Bruner op een dag komt aanzetten met een zestienjarige gitarist en selfmade beatbricoleur die hem was opgevallen in de jazzband van zijn vroegere middelbare school. Oprichters Syd tha Kyd en Matt Martians ruiken het potentieel, nemen het groentje onder hun vleugels en voor Lacy het goed en wel beseft zit hij met de groep te werken aan de plaat die het voor een Grammy genomineerde Ego Death (2015) zal worden. 'Ik ben er blind in gestapt', vertelt hij daar een jaar later over aan The Fader. 'Het was de allereerste keer dat ik samen met anderen muziek maakte. Ik wist niet wat ik deed, ze hebben me alles al doende geleerd. Beste mentors ooit.' Lacy groeit op in Compton, de notoire wijk van Los Angeles die het decor vormt van de platen van gangsterrappers als NWA en de film Boyz n the Hood. Maar moeder Lacy spaart kosten noch moeite om haar enige zoon af te schermen van de verlokkingen op straat. Ze stuurt Steve vanaf de kleuterklas naar een privéschool en houdt hem kort aan de lijn. 'Ik mocht niet in de voortuin spelen. Ik mocht niet rondhangen in het park met mijn vrienden', herinnert Lacy zich zijn kinderjaren in i-D. 'It was very sheltered.'Toch bewaart hij geen slechte herinneringen aan zijn jeugd in Compton - dat woord staat tegenwoordig zelfs op zijn borst getatoeëerd. 'We waren middenklasse. Het was comfortabel, gezellig. Naar de kerk op zondag and stuff like that.' Zijn vrije tijd spendeert Lacy vooral op de computer en aan spelletjes als Guitar Hero. Wanneer hij tien is, ruilt hij het computermodel in voor een echte gitaar. De jaren daarop vraagt hij de kerstman telkens om een MacBook Pro, 'omdat al mijn vrienden die zich bezighielden met the artsy stuff er een hadden', zoals hij in 2017 vertelt in een TED-talk voor jongeren. Lacy moet echter genoegen nemen met een iPod Touch, waarop hij muziekapps als iMPC, Beatmaker en Garageband verkent. Door er ook zijn gitaar op aan te sluiten wordt de iPod een studio in zakformaat, een wereld van geluiden binnen zijn afgeschermde bubbel, en Lacy leert van zijn beperkingen een deugd te maken. 'Use what you have', vertelt hij het TED-publiek over zijn methode, die hij 'the bare maximum' noemt. Na zijn vuurdoop bij The Internet beginnen rappers en andere r&b-artiesten aan zijn mouw te trekken, maar Lacy blijft zijn credo trouw. Ook op die dag dat hij in een studio belandt met zijn jeugdidool Kendrick Lamar, waar de koning van de hiphop aan zijn vierde album Damn (2017) aan het werken is. Hij laat Lamar onder meer een demo horen die hij even tevoren, via zijn iPhone, heeft opgenomen met zangeres Anna Wise. Wanneer Damn maanden later in de winkels ligt, staat de naam Steve Lacy netjes bij track 7, Pride, vermeld als coauteur en -producer. Nu wil iedereen een stukje van het nieuwe goudhaantje. Op de lijst artiesten in wier dienst hij de afgelopen drie jaar heeft geschreven, gespeeld en/of geproducet staan naast Lamar namen als Mac Miller, Kali Uchis, J. Cole, GoldLink, Blood Orange en Ravyn Lenae. Wanneer ze aan het schaven is aan When I Get Home (2019) gaat ook Solange bij Lacy aankloppen. Op het pas verschenen Father of the Bride van Vampire Weekend staat Lacy's naam naast twee tracks, Sunflower en Flower Moon, de eerste featurings ooit op een plaat van de New Yorkse groep. 'Ik ben blij dat het Steve is', schrijft frontman Ezra Koenig daarover op Instagram. 'Hij tweette me jaren geleden, lukraak, om te zeggen dat we moesten samenwerken. Hij had gelijk.' Een van de eerste songs die Lacy op gitaar onder de knie kreeg, was dan ook A-Punk, in 2008 de doorbraaksingle van Vampire Weekend. 'Intussen speelt hij beter gitaar dan ik', aldus Koenig. Lacy is een typische 21e-eeuwse renaissanceman, een selfmade manusje-van-alles, stilistisch een alleskunner, rotgetalenteerd, charismatisch, maar bescheiden, randje verlegen zelfs. Naast zijn status van 'iPhone-producer' is hij als zelfverklaard biseksueel inmiddels ook een boegbeeld van de lgbtq-gemeenschap en mocht hij de catwalk op voor Louis Vuitton. Zijn wereld en faam worden steeds groter, maar zijn bubbel blijft eigenlijk dezelfde, geeft hij toe in i-D. 'I don't like to make it a big deal. Ik denk niet dat er veel veranderd is.' Of toch één ding: Steve Lacy heeft zich onlangs een tweede telefoon aangeschaft. Hij werd te veel opgebeld op de eerste om lang genoeg ongestoord muziek te kunnen maken.