Wat hebben Edith Piaf en Aya Nakamura gemeen? Niet veel, behalve dat ze de laatste twee Franse zangeressen met een nummer-éénhit in Nederland zijn. Piaf met Non, je ne regrette rien in 1961, Nakamura vorig jaar met de zomerhit Djadja.
...

Wat hebben Edith Piaf en Aya Nakamura gemeen? Niet veel, behalve dat ze de laatste twee Franse zangeressen met een nummer-éénhit in Nederland zijn. Piaf met Non, je ne regrette rien in 1961, Nakamura vorig jaar met de zomerhit Djadja. In tegenstelling tot Piaf deed Nakamura dat met meer dan 400 miljoen YouTube-views en een baldadige wraaksong. Djadja is naast een ontzettend aanstekelijk nummer namelijk ook een nijdige middelvinger naar een fuckboi die valselijk rondbazuint dat hij seks met haar heeft gehad, het soort slutshaming waarmee wel meer vrouwen te maken krijgen. Het nummer werd omarmd als een feministisch anthem en de lyrics prijkten zelfs op de pancartes van een Franse protestactie tegen seksisme en geweld tegen vrouwen. 'Oh Djadja / Y a pas moyen Djadja / J'suis pas ta catin Djadja', klinkt het in het refrein. Oftewel: vergeet het maar dat we ooit in bed zullen belanden, ik ben je slet niet. Geen wonder dat Frankrijk in de ban is van Nakamura. Al is ze niet de meest voor de hand liggende popster. Met haar lange nepnagels, uitgesproken outfits en onomwonden aanpak wordt ze weleens de Franse Cardi B genoemd, maar als zwarte vrouw met Malinese roots heeft ze moeten worstelen voor haar plek aan de top. 'Ik wil niet klagen, maar ik ga ook niet liegen. Het is moeilijker voor een zwarte vrouw in deze industrie, punt', getuigde ze in The Fader. 'Mensen vroegen me om mijn huid te bleken of lichtere foundation te gebruiken om zo een breder publiek aan te spreken. Maar ik heb me daar niet door laten tegenhouden. Ik wil geen slachtoffer zijn.' En dan was er nog de taal. Moest u na het beluisteren van Djadja paniekerig op zoek gaan naar een snelcursus Frans: het ligt niet aan u. Ook in Frankrijk zelf worden haar teksten grondig geanalyseerd en in talkshows moest de zangeres ze meer dan eens naar oudemensentaal vertalen. 'Parlez-vous le Aya Nakamura?' is er sindsdien een legitieme vraag. Nakamura zingt in de taal die ze het beste kent: die van de banlieues. Het is daar dat ze haar eerste stappen richting wereldfaam zette. De oudere generatie begrijpt er misschien niets van, maar haar jeugdvrienden des te meer. Nakamura wordt in 1995 als Aya Danioko in Mali geboren maar verhuist datzelfde jaar nog met haar familie naar een Parijse buitenwijk. Muziek is alomtegenwoordig in haar jeugd: haar moeder is een griot, een traditionele dichteres en zangeres die rondreist met haar verhalen, en ook haar zussen zingen. Hoewel ze thuis vanwege haar sterke en rebelse karakter de 'presidentsdochter' wordt genoemd, krijgt de kleine Aya knikkende knieën als ze nog maar aan een podium denkt. 'Mijn moeder zong vaak op trouwfeesten en begrafenissen', aldus Nakamura in The Fader. 'Gedurende enkele minuten was alle aandacht op haar en haar stem gericht. Als kind dacht ik bij mezelf: vergeet het maar dat ik ooit hetzelfde doe. Mijn moeder had zo'n krachtige stem en aanwezigheid, en ik was veel te verlegen om zelfs nog maar te overwegen ooit voor een publiek te zingen.' Het is anders uitgedraaid. Aanvankelijk ambieert Aya nog een carrière als modeontwerpster, maar uiteindelijk kan ze haar muzikale genen niet langer onderdrukken. Ze neemt de artiestennaam Aya Nakamura aan - naar Hiro Nakamura, het Japanse personage uit de tv-serie Heroes - en gaat op zoek naar een studio en een technicus die haar kan bijstaan. Het resultaat is J'ai mal (2015), een ietwat melig liefdesliedje met een vleugje zouk dat ze op haar negentiende met een zelfgemaakte videoclip online zwiert. Datzelfde jaar nog volgt de single Brisé en een feature op Love d'un voyou van de Franse rapper Fababy, maar het is pas in 2017, met haar debuutalbum Journal intime, dat ze voor het eerst langzaam maar zeker de Franse hitlijsten besluipt. Nog een jaar later volgt de hitsingle Djadja en haar tweede album Nakamura. Haar carrière ontploft. Het Franse elftal leent zelfs Djadja als officieus strijdlied tijdens het WK. Niemand lijkt te kunnen weerstaan aan haar ultradansbare muziek. Nakamura klinkt ook als een wereldster, haast letterlijk, met haar combinatie van Franse jongerentaal, Malinese harpen, hiphop, reggaeton en afrobeat, beïnvloed door de Malinese muziek die haar met de paplepel werd ingegoten én de hiphop en r&b waar ze met haar vrienden naar luistert. Na Frankrijk zijn intussen ook België, Nederland, Roemenië en West-Afrika gezwicht. Rihanna danst op haar muziek, Sam Smith en Stormzy zijn fan en eerder deze maand volgde een samenwerking met Lil Pump. En ook de pers is verkocht: The New York Times noemt haar een van de belangrijkste Europese artiesten van het moment en zakenblad Forbes plaatste haar in zijn Europese 30 under 30-lijstje. Nakamura houdt er de titel 'koningin van de Franse r&b' aan over en werd de meest gestreamde Franse artieste. Wedden dat ook u op Fire Is Gold door de dansende knieën gaat?