Zijn tijdelijke nektapijt deed ons even twijfelen, maar al bij al heeft Damon Albarn de pandemie aardig doorworsteld. Vorig jaar vierde hij onder meer het twintigjarig jubileum van Gorillaz met Song Machine, Season One: Strange Timez en timmerde hij met Le vol du Boli in Parijs nog een opera in elkaar. Eind deze zomer kregen we met Meanwhile dan weer een mini-ep om ons zoet te houden tot aan Song Machine, Season Two. En op 12 november verschijnt Albarns tweede soloalbum The Nearer the Fountain, More Pure the Stream Flows, zeven jaar na Everyday Robots.
...

Zijn tijdelijke nektapijt deed ons even twijfelen, maar al bij al heeft Damon Albarn de pandemie aardig doorworsteld. Vorig jaar vierde hij onder meer het twintigjarig jubileum van Gorillaz met Song Machine, Season One: Strange Timez en timmerde hij met Le vol du Boli in Parijs nog een opera in elkaar. Eind deze zomer kregen we met Meanwhile dan weer een mini-ep om ons zoet te houden tot aan Song Machine, Season Two. En op 12 november verschijnt Albarns tweede soloalbum The Nearer the Fountain, More Pure the Stream Flows, zeven jaar na Everyday Robots. De titel vond hij bij Love and Memory, een gedicht van de negentiende-eeuwse John Clare, maar de mosterd haalde hij bij de uitgestrekte, grillige landschappen van IJsland, waar hij een huis in de buitenwijken van Reykjavik heeft. 'Ik heb het altijd zeer fijn gevonden om daar aan de piano, met door het raam een spectaculair uitzicht op de zee en de bergen, muziek te schrijven', vertelt hij vanuit Londen. 'Het was een kwestie van tijd voor ik daar iets meer mee zou doen.' Dus inviteerde hij begin 2020 vijftien muzikanten om er samen met hem te improviseren en componeren, vanachter dat raam. 'Alsof we het orkest op een verlaten en verankerd cruiseship waren, dat was de sfeer waar ik voor ging. Houdt dat steek? Uiteindelijk hebben we die sessies in de donkerste maanden opgenomen. Iedereen kwam rond 9 uur 's ochtends aan, schonk zichzelf een koffie in en installeerde zich rustig voor het raam. Wachtend op het moment dat de perfecte duisternis als een gitzwart gordijn wegtrok en het landschap onthulde. In de winter wordt het in IJsland pas licht vanaf elf uur, maar daarna is het er wel een paar uur magisch helder. Ik hou van de grote extremen in de IJslandse natuur. Soms lijkt het water er te koken, soms ligt het er ingetogen stil bij. Soms beweegt er nauwelijks wat, maar een uur later raast de wind als dol en vliegt de regen horizontaal voorbij het raam. Waarna de temperatuur een klein beetje daalt en je horizontale lijnen van sneeuw krijgt. Heerlijk. En de perfecte inspiratiebron voor een uit de kluiten gewassen orkestraal stuk.' Toen het denkbeeldige cruiseschip opnieuw aanmeerde, trok Albarn terug naar de UK, om er het ruwe materiaal met een orkest op te nemen. Maar covid besliste daar anders over. 'Toen de wereld abrupt met draaien stopte, bleef ik achter met enkel een hoop repetitietapes. Bovendien opgenomen met slechts één microfoon, waardoor ik niet echt veel beweegruimte had. Dus belandden de tapes in een schuif.' Tot hij ze in januari 2021 weer opdiepte om ze met componist-arrangeur Mike Smith (Blur, Gorillaz) en gitarist-toetsenist Simon Tong (The Verve, The Good, the Bad & the Queen) te verknippen tot elf intieme en bij wijlen etherische popsongs. 'Het extreme kustweer in Devon, waar ik in lockdown zat, had me opnieuw in de juiste stemming gebracht. Alle puzzelstukjes lagen er - de meeste songs had ik in IJsland al half bedacht - het kwam er gewoon op aan om alles juist te articuleren.' *** 'When the night patterns the room / And black sands return / I will drift away from land / As the sky begins its burn', klinkt het op Particles. Als kind droomde Albarn regelmatig hoe hij in duikvlucht over een uitgestrekt zwart strand vloog. 'Een fijne droom. Ik werd op die ochtenden ook altijd fris en monter wakker', herinnert hij zich. 'Alleen had ik geen idee waar dat strand dan precies moest liggen. Tot ik ergens in de jaren negentig een documentaire over IJsland zag. Ik wist dat ik daarheen moest. En ik werd er meteen verliefd.' Klopte het droombeeld? Voelde je je er meteen thuis? Damon Albarn: Ik kon er vooral loskomen van mijn eigen cultuur, en daar was het me op dat moment, in die tijd, ook deels om te doen. We hebben het dan over de hoogdagen van de britpop, overgoten met een sausje van nationalisme en gedweep met de Union Jack. Albarn: Ik voelde me niet echt comfortabel meer bij de richting waarin mijn eigen wereldje evolueerde. Wat voor mij - met Parklife (1994) - begonnen was als een wat satirische commentaar op mijn eigen cultuur, was enigszins uitgegroeid tot een nationalistische viering. Wat min of meer het omgekeerde was van waar mijn hoofd toen zat. (grinnikt) Een interessante tijd wel, waarin ook heel veel interessante groepen ontstaan zijn, maar voor mij was het even goed geweest. In IJsland had ik een prachtig vluchtoord gevonden, waar ik weer op mijn positieven kon komen. Begin dit jaar kreeg je zelfs een IJslands paspoort. Nooit overwogen om definitief de vlucht naar daar te nemen? Albarn: Voor de Apocalyps, bedoel je? IJsland is zeker geen slechte plek om het einde van de wereld uit te zweten. Ik dacht eerder aan de brexitsores: het Verenigd Koninkrijk lijkt zijn eerste jaar van zelfstandigheid te eindigen met lege supermarktrekken en een tekort aan truckers om benzine rond te voeren. Albarn: (cynisch) Wie had dat nu ooit kunnen zien aankomen? Wie had ooit kunnen denken dat de schandelijke leugens van een politieke elite die in haar private schools nooit empathie heeft geleerd voor de mensen die ze beweert te vertegenwoordigen, niet de beste manier waren om de toekomst van een land te bepalen? (denkt na) Ik voel me ook nog gewoon Europeaan, hoor. En dankzij dat IJslands paspoort mag ik mezelf gelukkig ook nog steeds zo noemen. Mijn hart gaat vandaag vooral uit naar jonge Britse artiesten. De combinatie van brexit en covid heeft onze cultuursector een stevige klap verkocht. Alleen al het gedoe met visa, coronapassen en testen voor wie in Europa wil optreden. Culture needs free travel, free will and free expression, you know? Het laatste wat we vandaag nodig hebben, is dat onze cultuur gaat stagneren. De kans lijkt niet onbestaande dat we tegen nog een winter van stagnatie aankijken. Ben je klaar om... Albarn: Opnieuw in lockdown te gaan? Ik heb nooit echt in lockdown gezeten. Toch niet in mijn hoofd. I just got on with it. Ik denk ook niet dat je de natuur ooit kunt verslaan. In het beste geval kun je er wel mee samenleven. En dat geldt niet alleen voor covid. Wat heb je in vijfentwintig jaar zoal opgestoken van de IJslanders? Albarn: Het is een interessante plek. Ze zijn met hooguit 370.000, wat betekent dat ze sneller kunnen experimenteren. Verandering hoeft er geen decennia in beslag te nemen. Tegelijk krijg je het gevoel dat men er veel meer betrokken is bij de eigen lotsbestemming dan in pakweg mijn land. Sorry, mijn andere land. IJsland is geen utopie, zeker niet, maar je kunt er niet omheen dat er amper misdaad is, amper daklozen zijn en iedereen er een eerlijker kans in het leven lijkt te krijgen. De luxe-uitvoering van The Nearer the Fountain bevat een extra track, Huldufólk... Albarn: Een album op zichzelf, eigenlijk. Een song van twintig minuten over de IJslandse elfen. Het huldufólk, of het verborgen volk, houdt zich op in IJsland, Noorwegen en Denemarken, en zou afstammen van Eva, die hen verstopte toen God op de thee kwam in het Paradijs. Albarn: Dat geloof in het bovennatuurlijke, het esoterische, is een wezenlijk deel van de IJslandse cultuur. Voor ik er destijds mijn huis mocht bouwen, heb ik bijvoorbeeld een elfenadvocaat onder de arm moeten nemen om de landrechten te bespreken. De grond waar mijn huis nu staat, was eigendom van de elfen, dus moest ik met hen onderhandelen om er te mogen bouwen. Zei hij zonder enige ironie? Albarn: (buigt dichter naar de webcam) Zie je me lachen? In The Tower of Montevideo maak je een mentaal uitstapje naar het iconische Palacio Salvo in Uruguay, waar je tijdens een eerder verblijf ook al een spook spotte. Albarn: Klopt. Ik neem aan dat jij niet in magie gelooft? Ik heb dat altijd een zeer vreemde houding gevonden. Als je in atomen gelooft, dan geloof je toch ook in spoken? Spoken zijn niks anders dan een residu van een eerdere atomaire vorm. Wat ons naadloos terug bij Particles brengt, deels geïnspireerd op jouw oude dromen, maar naar verluidt ook op een gesprek dat je op een vliegtuig richting IJsland had met een vrouwelijke rabbijn uit Canada. Over hoe ze op de vlucht was voor 'deeltjes'. Albarn: Ik kan me niet meer herinneren wat voor 'deeltjes' zij bedoelde. Die van het stadsleven, denk ik. Of luchtvervuiling in het algemeen. Maar al snel werd het een breder en filosofischer gesprek, over hoe alle deeltjes in het universum in essentie vreugdevol zijn. Omdat ze onvermijdelijk een band vormen met andere deeltjes en op elkaar reageren. The Cormorant droeg je dan weer op aan de eenzame aalscholver die rond jouw huis in Devon patrouilleert. Albarn: Twee keer per dag vliegt die langs de kleine baai aan mijn huis, en dan weer netjes terug. Zonder mankeren. Ik denk toch dat het altijd dezelfde is. 'I think she knows I'm a pathetic intruder', klinkt het daarin. Op welke manier? Albarn:Je kunt je alleen maar nietig voelen in de zee. Vanaf het moment dat ik het water in ga en mijn voeten de grond niet meer raken, voel ik me compleet hulpeloos. Als een speelbal van doorgaans subtiele stromingen. (rolt, druk crawlend, in en uit beeld op zijn bureaustoel) Zwem ik naar rechts, eindig ik plots een heel eind verder naar links. Het helpt ook niet dat ik me daarbij onvermijdelijk voorstel hoe alle vissen, kreeften en zeeleeuwen hoofdschuddend naar mij staren: 'Zie die idioot daar nu eens dobberen.' Ben je nog steeds een vogelaar? Albarn: Altijd al geweest. Als kind was ik al lid van de Young Ornithologists Club en liep ik rond met hun zilveren pin van een torenvalk in volle vlucht. (grijnst) Ge-ob-se-deerd was ik. Zo geobsedeerd dat ik 's winters, wanneer het stevig gesneeuwd had, soms een uur bij de voedertafel in de tuin ging staan, gehuld in een wit laken en met de handen klaar om de eerste vogel die landde meteen te vangen. Altijd prijs. Ik wilde ze gewoon even van dichterbij bekijken, hoor. Na een paar minuten liet ik ze netjes weer vrij. (mijmerend) Ik vind dat nog steeds een geweldig beeld. Wat brengt 2022 voor jou? Albarn:The usual. Touren met deze plaat, in een veel grotere, orkestrale setting. En je mag ook meer Gorillaz-tunes verwachten. Wat een fijn tegengewicht vormt voor The Nearer the Fountain. Je wilt ook niet de hele dag in IJslandse melancholie pedaleren. We zijn eindelijk ook het scenario aan het ontwikkelen voor een Gorillaz-film, voor Netflix. Veel mag ik er nog niet over kwijt, maar het wordt geen documentaire, wel een echte animatiefilm met een verhaal en alles erop en eraan. (grijnst breed) Het werd zo stilaan tijd. Jamie (Hewlett, het visuele brein achter Gorillaz, nvdr.) en ik willen die al maken sinds 2001. We beleven vandaag de hoogdagen van de animatie. Als het ons nu niet lukt, dan waarschijnlijk nooit meer. Je bedacht je onlangs hoe TikTok-video's van Gorillaz misschien geen slecht idee zouden zijn. Is dat mentaal bochtenwerk van de hardnekkige eigenaar van een aftandse Nokia die op zijn eerste soloplaat nog de vereenzaming door technologie bezong? Albarn:(lacht) O nee. Ik bedacht me gewoon luidop dat het misschien geen zin meer heeft om dezer dagen telkens zoveel tijd en geld in breed uitgewerkte animatie te stoppen. Misschien is het slimmer om meer, maar kortere animaties te maken? Eventuéél ook voor TikTok, neem ik aan? Dat wordt me tenminste ingefluisterd. I'm 53, mate. What the fuck do I know?En ik heb ondertussen een iets moderner smartphone. Maar ik hou die oude Nokia netjes bij. Je weet maar nooit dat die van pas komt tijdens de Apocalyps.