Een mens kan zich dezer dagen afvragen hoe onze Rode Duivels in godsnaam Brazilië gaan verslaan, hoelang de zon nog Sub-Saharaans zal branden boven ons land en of je op Rock Werchter best naar Franz Ferdinand of London Grammar gaat kijken. Wat u zich ook kunt afvragen, maar waar u wellicht minder mee bezig bent: wat is Moby in godsnaam aan het doen?
...

Een mens kan zich dezer dagen afvragen hoe onze Rode Duivels in godsnaam Brazilië gaan verslaan, hoelang de zon nog Sub-Saharaans zal branden boven ons land en of je op Rock Werchter best naar Franz Ferdinand of London Grammar gaat kijken. Wat u zich ook kunt afvragen, maar waar u wellicht minder mee bezig bent: wat is Moby in godsnaam aan het doen? Nochtans laat Richard Melville, zoals Moby echt heet, van zich horen. Enkele maanden geleden beweerde de muzikant nog dat de CIA hem vroeg om de boodschap te verspreiden dat de Amerikaanse president Donald Trump onder één hoedje speelde met de Russen. Pas nog liet hij optekenen dat hij alle popmuziek van de laatste jaren verschrikkelijk vindt én geraakte bekend dat hij zijn integrale platencollectie heeft verkocht voor het goede doel. Stuk voor stuk ging het vrij geruisloos voorbij in onze muziekmedia, net als Everything Was Beautiful, and Nothing Hurt, alweer Moby's vijftiende studioalbum, en de daaropvolgende liveplaat. Voor die albums lagen de kaarten hetzelfde als ten tijde van zijn meesterwerk Play: in beide gevallen had Moby niks te verliezen en maakte hij de plaat die hij toen wilde maken. Het enige verschil: na Play worstelde Moby met drugs, feestjes en alles wat het monster genaamd roem achter zich aan sleurt, vandaag is carrière voor hem een vreemd woord geworden. RICHARD MELVILLE: Ik wil niet langer beroepsmuzikant zijn. Ik wil wel nog muziek maken, maar enkel om mensen te raken, niet om de zelfpromotie. Ironisch genoeg geef ik wel nog interviews, en graag, (lacht) maar dan alleen om te praten over kunst en creativiteit, niet om er profijt uit te halen. MELVILLE: De meeste videoclips vertellen geen verhaaltje, maar proberen een sfeer te scheppen. In dat opzicht is de muziekvideo de gemakkelijkste manier om mensen te laten kennismaken met experimentele film en met non-lineaire verteltechnieken. In de echte wereld lok je met de clip van Sorrow Tree misschien tien mensen naar een kunstgalerij, maar met een nummer eronder willen mensen er ineens wel naar kijken.Pas op, ik hou ook van old-fashioned storytelling. Een rondje Star Wars of zo, laat maar komen. Maar mijn probleem is niet dat Star Wars de traditionele vertelstructuren volgt, maar dat ook bijna alle obscure indiefilms dat doen. Kunst is geen wetenschap en geen journalistiek. Het mag subtieler, impressionistischer, gewaagder, zoals de Guernica van Picasso. Geen enkel essay over oorlog kan me raken zoals dat schilderij. MELVILLE: Waarschijnlijk wel, maar niet in deze. Ik heb me wel laten inspireren door een andere regisseur, tot op het punt dat het zelfs een hommage is geworden aan zijn laatste film. Heb je mother! van Darren Aronofsky gezien?MELVILLE: Het is héél speciaal, dat wel. MELVILLE: Hmm, hoe leg ik dit uit zonder drie uur aan de telefoon te hangen? (lacht) Ik heb geen idee of het ergens op slaat, maar er zit een existentiële ondertoon in de plaat. De mens staat vandaag alleen en is droevig op drift in het universum. We voelen ons losgezongen van alles wat om ons heen gebeurt en zijn doodsbang van de gedachte dat onze levens uiteindelijk geen betekenis hebben. We leven om onszelf af te leiden van die gedachte.MELVILLE: Alle religies hebben hetzelfde doel: de condition humaine beter begrijpen en verbondenheid creëren tussen mensen onderling en tussen mensen en hun omgeving. Dat is de functie van godsdienst, maar we leven in een cultuur die geobsedeerd is door de vorm. Jodendom, christendom of islam? Welke kleren moeten we dragen en welke muziek spelen we? Mensen zijn gehecht aan die vorm als een bron van comfort, liever dan dat ze grote vragen moeten stellen over de functie. Hetzelfde met de muziek. Met de vorm kun je spelen - gospel, punk of disco, ik heb het allemaal gemaakt - maar het doel blijft hetzelfde: mensen raken. MELVILLE: Voor het grootste deel van de tijd wel. In het begin van deze eeuw heb ik mij even laten vangen aan drugs, feestjes en de drang om platen te verkopen en te behagen. Ik was een behoorlijke narcist en las alle recensies, maar daar ben ik een jaar of acht geleden uit emotioneel zelfbehoud mee gestopt. Dan hoor ik liever van iemand in de supermarkt wat hij of zij van mijn muziek vindt. Onlangs kwam een vrouw tijdens een handtekeningensessie naar mij om te zeggen dat ik met This Wild Darkness(uit Everything Was Beautiful, and Nothing Hurt, nvdr.) haar favoriete hymne van de 21ste eeuw had geschreven. MELVILLE: Ik denk niet dat ik vandaag een album als Play zou kunnen maken, hoewel ik die vooral maakte uit liefde voor Afro-Amerikaanse muziek, voor de blues en de gospel. Maar de dingen zijn op een punt gekomen... (wikt zijn woorden) Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, voor witte muzikanten om vandaag Afro-Amerikaanse stemmen te samplen. In de Verenigde Staten is er veel aan het gebeuren op het gebied van emancipatie, onder meer door de #metoo-beweging, maar ik voel mij niet bevoegd om daar een sterke mening over te hebben, omdat ik niet weet hoe het is om zwart of vrouw te zijn. Het enige dat ik kan doen, is luisteren en af en toe zeggen wat ik denk, wetende dat dat in dit debat eigenlijk niet telt. MELVILLE: Je hebt twee manieren om ernaar te kijken. De eerste is de professionele manier, en op dat vlak is de les: sluit het best mogelijke contract af. Ook al start je een zaak met je beste vriend, op een bepaald moment gaat het mis en heb je een goed contract nodig. De geschiedenis van de muziekindustrie is er een van mensen die spijt hebben van slechte contracten. De andere is de creatieve manier, en daar is de les: blijf focussen op je hoofddoel als muzikant, en dat is voor de meesten het communiceren van emoties via je muziek.