Vijftig. Zo oud zou Layne Staley, de zanger van Alice in Chains, op 22 augustus laatstleden geworden zijn. Een feitje dat geruisloos voorbijtrok aan de mondiale muziekpers, en dus ook aan Knack Focus. Terecht, allicht. Want dood is dood, daar valt niet aan te tornen, en daar verandert de viering van een verjaardag die er in de strikte zin des woords geen is niets aan.
...

Vijftig. Zo oud zou Layne Staley, de zanger van Alice in Chains, op 22 augustus laatstleden geworden zijn. Een feitje dat geruisloos voorbijtrok aan de mondiale muziekpers, en dus ook aan Knack Focus. Terecht, allicht. Want dood is dood, daar valt niet aan te tornen, en daar verandert de viering van een verjaardag die er in de strikte zin des woords geen is niets aan.Tenzij je Jezus heet, dan mag het wel. Of, in dezelfde grootteorde: Elvis Presley. Echte verjaardagen dan maar. Die van Dirt bijvoorbeeld, volgens velen en ook uw dienaar de beste van alle iconische grungeplaten die begin jaren negentig het hoofd boven water hielden in het schuimende kielzog van Nirvana's Nevermind. Een album dat logge, naargeestige riffs uit het Grote Black Sabbath Songbook verenigde met de melodieuze samenzang van Staley - mooie blonde jongen met imposante sik - en Jerry Cantrell - helmboswuivende gitarist met de looks van een houthakker. Dirt liet een ander geluid horen dan dat van de andere bands uit de grauwe havenstad Seattle: het was minder melancholisch dan Pearl Jam, minder punk en recalcitrant dan Nirvana en minder rond één persoon geconcentreerd dan Soundgarden. Dé kwaliteit van Dirt? Duisternis en depressie, ingegeven door de exuberante drugsgewoonten van de meeste bandleden. Wie nog niet overtuigd was door het sombere karakter van de muziek, wist het na het lezen van de lyric sheet van Dirt wel zeker: het zou een wonder heten mocht Staley heelhuids het nieuwe millennium binnentreden, zo vurig bezong hij op Dirt de kwellingen én de geneugten van de brown sugar (Stick your arm for some real fun, uit God Smack) en flirtte hij openlijk met zelfdoding (I want to taste dirty, a stinging pistol/ In my mouth, on my tongue/ I want you to scrape me from the walls, uit de titelsong). Het klonk meer als een plan dan als koketterie. In alle opzichten was Dirt de profetie van een nakende dood. Het was de eerste en de laatste keer dat het gebruik van harddrugs en zelfmoordgedachten zo ondubbelzinning werden uitgesmeerd over een plaat die voor de commerciële markt was bedoeld. En ik, ik zong mee. Want het donkere was toen cool en fascinerend, en had Jotie 't Hooft me destijds tussen de regels niet laten lezen dat de enige juiste weg uit het leven diegene is die je zelf kiest? Uiteindelijk zou Staley de Dirt-periode overleven. Ternauwernood weliswaar, en ondanks partner in smack Kurt Cobain, die hem on the road regelmatig richting de wolkjes prikte, en omgekeerd. Het belet niet dat Dirt in 1995 nog een titelloze (en mindere) opvolger krijgt, en Alice in Chains een jaar later een memorabele MTV Unplugged laat registreren. De band zet een uitstekende prestatie neer. Alleen Staley lijkt afwezig, met zwarte wallen onder zijn ogen. Staley werd pas twee weken na zijn dood teruggevonden. Amper vijfendertig was hij, en hij woog nog nauwelijks veertig kilogram - a big old pile of them bones, zoals hij in de openingssong van Dirt had gezongen. Geveld door een speedball, de dodelijke cocktail van cocaïne en heroïne die ook acteurs John Belushi, River Phoenix en Philip Seymour Hoffman en kunstenaar Jean-Michel Basquiat fataal was geworden. Naar het voorbeeld van zijn heroïnebroeder Kurt Cobain stierf hij moederziel alleen. Soundgarden-boegbeeld Chris Cornell zou het nog tot dit jaar uitzingen, snel gevolgd door Staley-epigoon Chester Bennington, de zanger van Linkin Park. Intussen blijft Eddie Vedder van Pearl Jam de enige frontman van de Grote Vier van de Grunge die nog ademt. Nog altijd zingt hij 'I'm still alive', naar verluidt steeds meer 's morgens voor de spiegel, als een manier om zich moed in te pompen. Want die vuiligheid krijg je moeilijk uit je aderen en je hoofd weggespoeld.