20. Funkadelic March to the Witch's Castle (1973)

'De onvermijdelijke nederlaag', zo noemde de Amerikaanse historicus Howard Zinn de oorlog in Vietnam. In 1964 ontstaan onder valse voorwendsels (zoek op: Tonkin-incident), tegen een volk van boeren dat eerst door de VS van wapens was voorzien in hun strijd tegen de Japanners (zie ook: Afghanistan), werd het de grootste militaire afgang in de geschiedenis van de machtige VS. Zelfs de gepatenteerde lolbroek George Clinton keek bedrukt, getuige deze donkere elegie voor ontwrichte veteranen.
...

'De onvermijdelijke nederlaag', zo noemde de Amerikaanse historicus Howard Zinn de oorlog in Vietnam. In 1964 ontstaan onder valse voorwendsels (zoek op: Tonkin-incident), tegen een volk van boeren dat eerst door de VS van wapens was voorzien in hun strijd tegen de Japanners (zie ook: Afghanistan), werd het de grootste militaire afgang in de geschiedenis van de machtige VS. Zelfs de gepatenteerde lolbroek George Clinton keek bedrukt, getuige deze donkere elegie voor ontwrichte veteranen. Voor Kris Kristofferson een outlaw en een held van de tegencultuur werd, was hij een beroepsmilitair, en het was vanuit het standpunt van de soldaat dat hij deze song schreef. Veel later zou hij in een interview zeggen: 'Sommige van de beste kerels die ik gekend heb, hebben zich vrijwillig aangemeld voor Vietnam. Ons werd verteld dat we de mensen daar moesten gaan bevrijden van de communistische onderdrukker, en we geloofden dat. We trokken naar ginder om de underdog te helpen.' Naast de sarcastische toon die Lennaert Nijgh bij monde van Boudewijn de Groot aanslaat ('Laat die bleke pacifistenkliek maar praten'), valt op hoe vroeg dit nummer kwam: in 1966 was de oorlog amper twee jaar bezig, en Bob Dylan was nog maar net begonnen met te zwijgen. Niettemin: geen spat verouderd. Een durvertje, die Loretta Lynn: al in 1966 bracht ze deze zelfgepende single uit, waarin ze Uncle Sam aanschrijft om haar echtgenoot veilig thuis te brengen: 'Oh what a heartache, since he left me for you.' En dat in een overwegend vaderlandslievend milieu als de country. Op het einde krijgt ze een telegram met slecht nieuws terug. Een jaar na haar evergreen Band of Gold scoorde Freda Payne een tweede keer met deze emotionele oproep: 'Turn the ships around/ Lay your weapons down!' 'In World War II, the average age of the combat soldier was twenty-six/ In Vietnam, he was nineteen.' In combinatie met de clip was 19 (1985) van Paul Hardcastle een recht voor z'n raap minidocu over de oorlog in Vietnam. Lang niet slecht voor een onehitwonder. Na zijn terugkeer uit Vietnam sloot Watermelon Slim zich aan bij de Vietnam Veterans against the War (zie ook Ron Kovic uit Born on the Fourth of July) en schreef de oorlog van zich af met Merry Airbrakes. Stilistisch heel divers, thematisch pijnlijk eenduidig. U moet hem al die pseudoniemen trouwens maar vergeven: eigenlijk heet hij William Homans. Gaandeweg ontstond in de VS de grootste antioorlogsbeweging die het land ooit gekend had, maar de eerste tekenen van verzet kwamen in 1964 uit de burgerrechtenbeweging in het diepe Zuiden: 'Niemand heeft het recht ons te vragen andere kleurlingen in Vietnam te gaan vermoorden voor het heil en de rijkdom van enkele blanken.' Daarover gaat ook deze bom van Public Enemy, waarin een dienstweigeraar uit de gevangenis ontsnapt. Eind 1969 telden de VS al 33.960 veroordeelde dienstweigeraars. Songs over de oproepingsbrief en de dienstweigering: Draft Morning van The Byrds, Draft Resister van Steppenwolf (tiens, die hadden dus twéé songs) en Hell No! I Ain't Gonna Go van Matt Jones. Met het Rambomes op de keel gaan we voor My Uncle van The Flying Burrito Brothers, geschreven door ex-Byrds Gram Parsons en Chris Hillman. Heel tongue in cheek, deze magisch-realistische vertelling over een soldaat die uit een hinderlaag ontzet wordt door de geest van een overleden strijdmakker. Lap, nu geven we de clou weg. William Bell, bekend van het onsterfelijke You Don't Miss Your Water, diende twee jaar in Vietnam. Na zijn terugkeer bij het Stax-label zong hij dit Marching Off to War in. Pareltje. Zelfs de apolitieke Berry Gordy Jr. moest tegen het einde van de sixties toegeven dat er geld zat in engagement. Een jaar voor Marvin Gaye bij Motown What's Going On mocht uitbrengen, scoorde Edwin Starr met het oorspronkelijk voor The Temptations geschreven War. Nog beter dan de ziedende liveversie van Bruce Springsteen. Bij voorkeur op cassette, want niemand had in 1987 al een cd-speler. De best mogelijke basiscursus sixtiesmuziek, met enkele heropgeviste parels ( Eve of Destruction van Barry McGuire, Spirit in the Sky van Norman Greenbaum) die wij tot vandaag met de gelijknamige tv-reeks associëren. Maar waar was Paint It Black van The Stones gebleven? Op vier mei 1970 opende de National Guard het vuur tijdens een studentendemonstratie aan de Kent State University in Ohio. Er vielen vier doden. 'Four dead in Ohio', zong Neil Young nauwelijks een maand later, op wat een van zijn kwaadste songs moet zijn. Een populaire rock-'n-rollanekdote: Crosby, Stills en Nash zaten halfweg de jaren zeventig zo zwaar aan de coke, dat ze geloofden dat ze hoogstpersoonlijk verantwoordelijk waren voor het einde van de oorlog. Stephen Stills signeerde in die periode foto's met 'Stephen Stills, US Marine Corps'. Ook dat waren de seventies. The Boss moest niet naar Vietnam, de drummer van zijn eerste groepje wel. Het hoe en waarom vertelt hij in de elf minuten durende versie van The River op Live/1975-85, waarin Bruce een hele generatie én hun vaders schetst. 'De soldatenziekte', als eufemisme in het leven geroepen voor allerhande verslavingen na de Amerikaanse Burgeroorlog, werd tijdens de oorlog in Vietnam opnieuw een grote epidemie. In deze bluesy soulsleper vraagt Delia Gartrell de verantwoordelijken om rekenschap. Veelzeggende commentaar op YouTube: 'My uncle used to get drunk and play this.' Op zijn debuutplaat beweent John Prine een oorlogsheld die aan heroïne verslaafd raakt en uiteindelijk sterft aan een overdosis. Sleutelzin: 'There's a hole in daddy's arm where all the money goes.' Miljoenen verkochte platen en kruiwagens vol evergreens ten spijt, wordt CCR altijd vergeten als de echt grote groepen (Beatles, Stones, Velvet Underground, The Band) ter sprake komen. Onterecht. Met Who'll Stop the Rain en Fortunate Son heeft John Fogerty twee essentiële antioorlogssongs geschreven. Folkie en Vietnamveteraan F.J. McMahon zal de eerste zijn om toe te geven dat hij niet eens half zo getalenteerd is als de meeste andere artiesten in deze lijst. Hij heeft maar één plaat uitgebracht, maar de negen eenvoudige meditaties over oorlog en vrede maken van Spirit of the Golden Juice (1969) een essentieel ooggetuigenverslag. Op 17 augustus 1969 lanceerde Country Joe and the Fish met The Fish Cheer/ I-Feel-Like-I'm-Fixin'-to-Die Rag op Woodstock een frontale aanval tegen de oorlog. Twaalf uur later schoot de gitaar van Jimi Hendrix, ex-soldaat maar geen veteraan, de Amerikaanse vlag zo lek als de verdediging van RSC Anderlecht. Het was het krachtigste signaal dat iemand vanaf het podium kon geven, en tegelijk een blijvende herinnering aan de machteloosheid van de kunstenaar. Een jaar later was Hendrix dood. Het zou nog meer dan vijf jaar duren voor de oorlog voorbij was.