Het is een van de vreemdste kronkels van deze poptimistische tijden: tussen alle hiphop en shiny-glitzy producties zijn uitgerekend blues en roots aan een comeback bezig.
...

Het is een van de vreemdste kronkels van deze poptimistische tijden: tussen alle hiphop en shiny-glitzy producties zijn uitgerekend blues en roots aan een comeback bezig. Het genre heeft enkele doffe decennia achter de rug. Met de opkomst van de bluesrock in de jaren tachtig, waarvan gitarist Stevie Ray Vaughan de grootste exponent is, werd de sector jarenlang gedomineerd door de starre smaak van oudere heren op motorfietsen. Eind jaren negentig lag het centrum van de Vlaamse blues- en rootsscene in Antwerpen. Bands als The Electric Kings, Mambo Chillum, El Fish en The Seatsniffers, die tegen het gangbare gestamp in gingen, genoten een stevige status maar overleefden het niet. Toen volgde de leegte. Fast forward naar 2020. Het kompas is westwaarts geschoven. In Gent blijkt een levendige scene met opvallend jonge muzikanten te zijn ontstaan. Twee figuren spelen daarin een belangrijke rol. Eén: gitarist Tim De Graeve, bekend als Tiny Legs Tim, vorige zomer met zijn negenkoppige band nog uitstekend op Gent Jazz. Twee: Marie Follebout, eigenaar en programmator van rootsbar Missy Sippy. Bij de vijfde verjaardag van de club presenteert De Graeve het uitstekende album Missy Sippy All Stars - Vol. 1, 'een staalkaart van het talent dat de voorbije vijf jaar de scene heeft gekleurd'. Onze tips? Hou behalve Tiny Legs Tim vooral zanger-gitarist Toon Vlerick in de gaten, die intussen ook bij Absynthe Minded speelt. Hoe zag de Vlaamse rootswereld eruit toen jij begon? Tim De Graeve: The Electric Kings, Mambo Chillum en El Fish hielden er een voor een mee op, en er viel een gat. Ook internationaal zag je de boel verschuiven. Het Vlaamse en Nederlandse publiek richtte zich sinds eind jaren tachtig meer en meer op powertrio's met een guitar slinger - elk jaar stond er wel een nieuw gitaarwonderkind op. Daar is een publiek voor, maar het is niet de blues waar ik van hou. Na het ter ziele gaan van de Kings en El Fish stond bij ons de opvolging niet klaar. Blues verdween van de grote festivals en van de radio. Af en toe stak er wel iets goeds de kop op, zoals Fried Bourbon. Maar twintig jaar geleden had je in een stad als Gent niks voor blues en roots. De alternatieve scene floreerde en je had jazzclubs, maar dat was toch een andere vibe. En je had natuurlijk Roland Van Campenhout, maar één man maakt nog geen scene. Ik voelde me toen behoorlijk alleen, als bluesliefhebber. Tot ik in 2010 werd voorgesteld aan gitarist Guy Verlinde. Liever dan elkaar als concurrenten te beschouwen en elkaar het licht in de ogen niet te gunnen, zijn we gaan samenwerken. In 2011 begon Guy elektrische bluesjams te organiseren, eerst in een kleine bed and breakfast, daarna in Het Volkshuis. Ik had nog nooit zo veel gelijkgestemde muzikanten gezien! Ik wilde ook akoestische avonden organiseren en kwam terecht bij de Hotsy Totsy, het beroemde café. Daar ontmoette ik Marie. Dat zou alles veranderen. Marie Follebout: Op mijn 24e heb ik me daar ingekocht. Zeven jaar lang ben ik medevennoot geweest en stond ik in voor de programmatie. Toen Guy en Tim voorstelden om akoestische jams te houden, leek er een deur open te gaan. Al snel werd dat een groot succes. Stampvol, en heel belangrijk: er werd gedanst. De mensen uit de lindyhopwereld kwamen bij ons dansen, en dat gaf vonken. In 2014 wilden we het samen iets groters proberen. 'Boogieville' in de Vooruit bracht live bands tot drie uur 's ochtends, bluesdeejays, Creole food, dansworkshops... Dat was een eyeopener: hier is een publiek voor. Deels jong en fris, maar tegelijk hadden we ook de Harley Davidson-bluesfans mee - en alles tussen die twee groepen. Er kwam een tweede editie en een jaar later hebben mijn vriend en ik de Missy Sippy geopend.Al dat jonge volk dat naar blues komt luisteren: het wordt jullie tot in verre buitenlanden beneden.De Graeve: We voelden dat het jonge publiek bestónd. Niet alleen is Gent een studentenstad, jonge mensen zochten ook een plek waar ze live konden spelen.Follebout: Dat zag je al in de tijd van de Hotsy Totsy. We kregen jonge gasten binnen die wel wilden samenspelen, maar géén jazz. Je had al de jazzjams van Flat Nine, maar dat vereist een stevig technisch niveau. Het mocht toegankelijker, zowel voor het publiek als voor de muzikanten. Opvallend aan de Gentse scene is dat er niet alleen beginners doorgroeien, maar dat ook mensen van het conservatorium naar de blues komen. De Graeve: Precies. Je ziet mensen uit andere genres en niveaus naar ons afzakken. Virtuoze jazzmuzikanten die zich toch toeleggen op de blues, maar ook mensen uit de rock en de alternatieve scene. Kijk maar naar Naomi Sijmons (Reena Riot, nvdr), die ook meezingt op het album van The Missy Sippy All Stars. Blues is niet haar corebusiness, maar ze bezorgt iedereen wél kippenvel. Of kijk naar Bart Vervaeck, die in de jazzband Compro Oro zit, maar bij ons ook pedalsteelgitaar speelt tijdens country-avonden. Hoe zei Keith Richards het ook weer? 'If you don't know the blues, there's no point in picking up the guitar and playing rock and roll or any other form of popular music.' De club draait op livemuziek. Het is een half mirakel dat zoiets nog kan, gezien de geluidsreglementering. De Graeve: Makkelijk vijf dagen per week, ja. Er is geïnvesteerd in isolatie. Maar vooral: in die straat, Klein Turkije, woont niemand. Het zijn allemaal winkels en horecazaken. De scheelt natuurlijk. Kunnen we het album bekijken als een dwarsdoorsnede van wat je in een jaar in Gent zou kunnen zien? De Graeve: Ik droomde er al lang van om met een pool van die muzikanten de studio in te trekken. De vijfde verjaardag kwam in zicht, dus het was het goeie moment. Ik maakte een lijstje van namen die ik er zeker bij wilde, en als bij wonder kwam ik uit bij bandsamenstellingen die nét op een vinylalbum zouden kunnen: twee keer 22 minuten (lacht). Die beperking was nieuw. Live kan een nummer al eens twintig minuten uitlopen, maar hier was de opdracht: blijf onder de vier minuten. Twee dagen studio, een uur en een kwartier per band, live, geen overdubs en geen gezever. Het heeft wat overtuigingskracht gekost om iedereen daarvoor te winnen, maar het is hen wel gelukt. Het resultaat is, en dat vind ik heel belangrijk, éérlijk.Tot slot: waar wil je over vijf jaar staan? Follebout: Achter mijn toog, jong.