Op de drempel van de jaren zeventig, als student aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, liep de negentienjarige Josse De Pauw hoog op met muziekmakers als Frank Zappa, Captain Beefheart, Soft Machine, Matching Mole en Weather Report. Op een dag klopte De Pauws onderbuur aan. Wildenthousiast. Of hij zijn nieuwste aanwinst, een plaat van Eric Dolphy, met de aspirant-theatermaker en -acteur mocht delen? Josse zei ja, en duwde zo de deur naar een universum open.
...

Op de drempel van de jaren zeventig, als student aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, liep de negentienjarige Josse De Pauw hoog op met muziekmakers als Frank Zappa, Captain Beefheart, Soft Machine, Matching Mole en Weather Report. Op een dag klopte De Pauws onderbuur aan. Wildenthousiast. Of hij zijn nieuwste aanwinst, een plaat van Eric Dolphy, met de aspirant-theatermaker en -acteur mocht delen? Josse zei ja, en duwde zo de deur naar een universum open. Van zijn hoofdrol in Marc-Henri Wajnbergs film Just Friends (uit 1993, gebaseerd op de Antwerpse jazzsaxofonist en havenarbeider Jack Sels) tot zijn voorstelling An Old Monk met het Kris Defoort Trio negentien jaar later, en alle door jazzplaten beademde schrijf- en creatieprocessen daartussenin: jazz is de boter op het brood van Josse De Pauw. 'Omdat hij de meeste mogelijkheden aanreikt', zegt De Pauw. 'Jazz laat zo veel ópen. Er is ruimte, vrijheid. Van Ornette Coleman las ik onlangs nog eens de uitspraak: 'Jazz is the only music in which the same note can be played night after night but differently each time.' Zo speel ik ook het liefst theater: elke avond dezelfde woorden, maar net even anders. Je vroeg me naar tien platen die mijn leven veranderd hebben, maar dat hebben ze niet. Ik heb gewoon een selectie gemaakt van platen waar ik om een of andere reden aan blijf haken. Omdat ze iets in mijn leven hebben betekend waaraan ik nog graag terugdenk, bijvoorbeeld. Even napraten nog. Want zoals gezegd zal Josse De Pauw zich op Theater aan Zee andermaal aansluiten bij de Antwerpse jazzbende Hamster Axis of the One-Click Panther. Niet om de tenorsax die hij in huis heeft tot leven te wekken, maar wel - declamerend, inpikkend, surfend - gedichten van de Nederlander Lucebert. 'Ik vond al lang dat Luceberts poëzie zich bijzonder goed leent tot jazz', legt hij uit. 'Mocht hij nog leven, hij zou me niet tegengesproken hebben. Zijn poëzie bestaat uit uiteenknallende delen. Toen Hamster Axis en ik voor de eerste keer in de Arenbergschouwburg speelden, viel mij op hoeveel jonge mensen achteraf kwamen zeggen: prachtige teksten, van wie zijn die? Dat deed mij ongelofelijk veel deugd. Want Lucebert is een dichter van de Vijftigers. Maar die gedichten zijn zo sterk, en worden goed door de muziek gedragen. Als je Lucebert leest, moet je niet proberen het allemaal te begrijpen met je verstand. Je moet dat doen op ritme, met je gevoel, met wat de beelden oproepen. Precies zoals met jazz. 'Ik heb inderdaad een tenorsax en nog een goeie ook, meegekregen uit de film Just Friends. Maar het mag niet gezegd worden dat ik dat instrument meester ben. De soundtrack van die film is indertijd ingespeeld door Archie Shepp. Dat ik vervolgens moest doen alsóf, daar werd ik fysiek onwel van. Zo confronterend, zo beangstigend. Vreselijk. Maar ik kom wel graag in de buurt van jazz. De voorstelling The Old Monk, die ik voor muziektheater LOD met het Kris Defoort Trio heb gemaakt, dat was elke avond improviseren. Waarbij ik zorgde dat die woorden van mijn tekst op een of andere manier op de muziek terechtkwamen. Want dat is mijn instrument uiteindelijk: taal. Ornette Coleman Weg met harmonie, leve melodie: toen de zogenoemde freejazz werd geboren, voelden veel jazzmuzikanten zich in de edele delen getrapt.Josse De Pauw: Terwijl dat volgens mij niet Colemans opzet was. Hij zat op een eigen spoor, en had de kracht en de honger om dat te volgen. Wat mij aan die vroege freejazz aanstond, was dat saxofonist Ornette Coleman en trompettist Don Cherry, die op dit werk meespeelt, bijna naar een samenzang zochten. Dat vond ik altijd bijzonder. De titel van deze plaat is dat ook. The Shape of Jazz to Come: een tikkeltje overmoedig en arrogant, maar je wilt toch meteen weten welke vorm dat wel mag zijn. (lacht) In feite was die titel een keuze van de producer - Coleman wilde de plaat Focus on Sanity noemen - maar goed, hier staat hoe dan ook Lonely Woman op, een geniaal nummer. Wat Ornette Coleman toen deed, zie ik tegenwoordig ook bij veel jonge jazzhonden. Ze hebben hun opleiding voltooid en ontwikkelen een taal die van hén is, punt. Dan moet je maar opnieuw leren lezen en schrijven als je ernaar wilt luisteren.Weather Report Een dubbele live-lp van een ooit onwelriekende fusiongroep, die vandaag evenwel blaakt van credibiliteit, dankzij kushandjes van Stuff, Flying Lotus en Thundercat.De Pauw: Haha, exact. Het is dankzij Lander Gyselinck, de drummer van Stuff, met wie ik in het theater heb gewerkt, dat ik opnieuw de band met Weather Report heb aangehaald. Als ik naar Stuff luister, dan begrijp ik heel goed dat zij veel aan Weather Report hebben gehad. Voor mij was dat altijd een feestband die alle richtingen uit gaat. Dit is een liveplaat. Je hoort goed dat publiek, echte fans die kwamen uitfreaken op die meeslepende soundscapes en anderssoortige rock. Ik volg Lander al jaren in Stuff en LABtrio, dus was ik wel benieuwd naar hoe het komt dat hij míj zegt dat ik naar Weather Report moet luisteren. (lacht) Ik merk in elk geval dat ik deze plaat tijdens het koken nog altijd vaak en luid draai.Duke Ellington with Charles Mingus and Max Roach De eerste en enige gezamenlijke plaat van deze drie kanjers werd opgenomen in één tumultueuze dag. De onderlinge spanningen zouden in de muziek te traceren zijn.De Pauw: Dat zegt men, ja. Maar ik vond dit al een fantastische, spannende plaat nog voor ik weet had van die ruzies. Het waren natuurlijk drie solide ego's, maar als daar frictie van komt, hoeft dat niet noodzakelijk slecht te zijn. 'En nu ik!' Dan de borst vooruit en af en toe een elleboog, waarom niet? En kijk: al die jaren later staat deze plaat nog steeds als een huis. Fleurette Africaine: zó'n mooi nummer. Money Jungle, helemaal vooraan: ik wist niet wat ik hoorde. Een bijna vuile sound was het, als kwam die uit een repetitiekot. Maar wat een virtuositeit! Ga maar eens na hoeveel platen je van begin tot einde draait en helemaal goed vindt. Het zijn er echt niet zo veel, maar dit is er een.Keith Jarrett Een kronkelend overzicht van het werk dat de vermaarde Amerikaanse pianist tussen 1973 en 1976 voor het Impulse!-label leverde.De Pauw: Ik heb Keith Jarrett leren kennen via The Köln Concert. Ik weet het, een plaat die zelfs mensen die niets met jazz hebben in de kast hebben staan, maar hij blijft een ongelofelijk groot pianist. The Köln Concert is voor mij trouwens verbonden aan een prachtige vrouw uit Brussel die mij meenam naar een huis bij het meer van Genval, en mij daar die plaat liet horen. Met alle gevolgen vandien. (lacht) En toch grijp ik nog vaker naar deze verzamelplaat. Ik weet zelf niet goed waarom. Misschien omdat ik een kind van de jukeboxtijd ben, allemaal verschillende nummers na elkaar? Keith Jarrett schijnt een heel bijzondere man te zijn in de omgang. Of ik hem heb ontmoet toen hij in Brussel met zijn vrouw in een bordeel woonde? Neen! Maar dat verhaal heb ik ook gehoord. Misschien sliep hij toen wel in L'Espérance. Dat was vroeger een art-decobordeel, in de buurt van de Nieuwstraat. Moet ik toch eens navragen!John Surman Jazz die leunt op elektronische klanken en sferen, volledig zelf gecomponeerd én opgenomen door deze Engelse saxofonist, basklarinettist en toetsenist.De Pauw: Klopt. Ik heb John Surman voor het eerst gehoord in het vroegere Brusselse jazzcafé Bloomdido, bij de Sint-Gorikshallen. André Dael was daar de baas, organiseerde er veel concerten en zo. We kwamen in zijn café geregeld langs: dansers van Rosas, het gezelschap van Anne Teresa De Keersmaeker, regisseur Thierry De Mey... Componist Walter Hus zat daar ook vaak. Ik heb het nu over de jaren tachtig. De muziek van John Surman pakte mij wel, daar zo in het café. Maar ik heb van hem nooit een plaat gehad. Tot ik hem een jaar of twee geleden in de bakken tegenkwam en terugdacht aan die periode. Road to Saint Ives beluister ik nog altijd vaak, dus om die reden springt dat werk eruit. Ik herinner me nog van toen Dael hem draaide dat Surman soms heel folky is in zijn jazz. Hij nam volksmuziek mee in zijn experimenten, en fluiten, en balofons. Toen al zocht hij die fusion op.Paul Bley Verstilling, soberheid, auditief pointillisme, musiceren met leegte: ook dat is jazz.De Pauw: Ja, absoluut. Paul Bley is een buitengewone pianist. Als ik naar hem luister, heb ik vaak het gevoel dat ik een beetje les krijg. Het is een dénkende pianist, iemand die al een weg heeft afgelegd vooraleer hij aan iets begint. Hij heeft een plan. Omdat hij zo weinig noten speelt? Daardoor ook, ja. De stiltes beheersen, muziek maken met de leegtes tussen de noten: dat is toch wel knap. Want je haakt niet af, hij laat het niet zodanig open dat je denkt: wanneer komt die volgende noot? In het theater heb ik vaak met pianist en componist Kris Defoort opgetrokken, een groot bewonderaar van Bley, die hem ook verschillende keren heeft ontmoet. Hij kon mooi over die man vertellen. Dat helpt bij mij, theaterman en verteller, heel hard. Dat ik naar iemand aan het luisteren ben van wie ik het gevoel heb er iets méér over te weten. Je hoort ook maar één instrument, wat op mij een rustgevend effect heeft. Maar uit dat ene instrument haalt hij wel het maximum. Je krijgt het ten volle, maar zonder behaagzucht, zonder spektakel.David Binney Evenveel plaat als stalenwaaier: de New Yorkse saxofonist en producer David Binney biedt hier zowel mellow, gezongen ballades en abstracte funk als nijdige koperduels en elektrische gitaarnoise.De Pauw: Op die Jarrrettverzamelaar staat alles door elkaar, bij David Binning was dat gewoon het concept. Maar dat kan ik wel hebben. Dit is weer zo'n plaat die ik heel vaak draai. Dat nummer Speedy's 9 Is 10: enorm opzwepend hoe drummer Jim Black daarin loos gaat. Weet je, ik moet weer denken aan wat ik daarnet zei, over een kind van de jukebox zijn. Indertijd woonde mijn grootmoeder bij ons thuis in en gingen mijn ouders dansen in het weekend. Mijn vader bracht altijd vinylplaatjes mee van La Maison Bleue, een belangrijke platenzaak in Brussel. Wat zat daartussen? Oorlogsmuziek, zoals we dat noemden: muziek die we via de Amerikanen hadden leren kennen. Fats Domino, Frank Sinatra, al die hitjes. Chiclettenmuziek. Maar goed, op zo'n jukeboxstaak konden er tien plaatjes, goed voor een halfuur muziek. Dan was het eerst bal thuis voor ons, de kinderen, waarna mijn ouders de deur uit gingen.Don Cherry & Ed Blackwell Niet de meest voor de hand liggende langspeler van de notoire avant-jazzmuzikant Don Cherry. Maar alleen al in België lopen twee hevige supporters rond.De Pauw: Eric Thielemans, drummer en percussionist, heeft mij deze plaat ooit cadeau gedaan. Hij vond dat ze iets voor mij was, en hij had gelijk. Trompettist Don Cherry wekt altijd mijn vertrouwen. Drummer Ed Blackwell kende ik niet, maar ik weet voor welk soort drummers Eric valt, en dat zijn toch vooral de melodische spelers, niet de drummachines. El Corazón is verwant aan Money Jungle. Twee gasten stappen de studio binnen, en bám. Ze maken iets. Evident was dat nochtans niet, met alleen trompet en drums. Maar ze laten heel veel ruimte voor elkaar, spélen met die ruimte, laten haar deel uitmaken van de muziek, zoals bij Paul Bley. Dat vind ik er heel schoon aan. Een bezwerende plaat, opgebouwd rond één sfeer. Ik heb ze vaak in de buurt als ik aan teksten of nieuwe voorstellingen werk. Het is nog niet gebeurd, maar ik weet zeker dat het ooit zál gebeuren: dat ik muziek hiervan gebruik. Dat kan haast niet anders.John Coltrane Dynamische hardbop hier, hemelsmooie ballades ginds: wat Trane op Crescent over zijn lippen perst, behoort voor velen tot de mooiste muziek ooit gemaakt.De Pauw: Crescent en A Love Supreme, dat zijn monumenten, hè. Daar luister je naar zoals je af en toe een stuk van Goethe herleest, of een sonnet van Shakespeare. Points de référence. Charlie Parker heeft dat zeker ook, Miles Davis, Charles Mingus, Archie Shepp zelfs. Allemaal namen die ik evengoed in deze lijst had kunnen zetten. Bij Crescent vermoed ik altijd dat Coltrane heel genereus was op dat moment van zijn leven. Dat hoor ik aan de vrijheid die hij aan de anderen geeft, de aanwezigheid die hij hen gunt, iets waartoe hij niet altijd in staat is geweest. Ik heb het over pianist McCoy Tyner, bassist Jimmy Garrison en drummer Elvin Jones. Coltrane was toch ook altijd iemand met een grote honger, maar hier maakt hij vaak een relaxte indruk. Zelf beslaat hij in zijn spel een wijd spectrum: van hard en schril tot zoet en teder. Ik denk dat hij de grootste is.Bill Evans & Jim Hall De eerste samenwerking tussen pianist Bill Evans en gitarist Jim Hall is zo'n werk waarvoor men de woorden 'stemmig' en luisterplaat' uit de lade grist.De Pauw: Ik heb in mijn leven heel veel tijd doorgebracht in hotels en lobby's, en dus heel veel mensen daar aan een piano weten zitten. Meestal lieden die er ofwel geen zin in hadden, ofwel heel slecht waren. Maar toen ik deze plaat hoorde, dacht ik: zet díé twee in een hotellobby en ik blijf daar wonen. (lacht) Het is het soort muziek dat daarvoor geschapen lijkt, maar dan wel van de bovenste plank. Evans en Hall spelen met veel intensiteit naar elkaar toe. Het zijn twee meesters op hun instrument. Van hen allebei heb ik nog meer muziek staan. Ze kunnen improviseren, maar hebben ook een enorme bagage. Ik heb deze plaat soms echt nodig. Als ik deze opzet, is het goed, thuis. Een plezier. Net als die onvergetelijke hoes, ah ja! Die is van een zelfde aantrekkingskracht als die titel van Ornette Coleman. Welke klanken kunnen daar in godsnaam in besloten liggen? Een heel straf beeld waar de titel - 'onderstroom' - perfect bij past.