'I thought we all ran on a treadmill,
...

'I thought we all ran on a treadmill, I thought it all went down the same hill, I didn't know things could come to a standstill.''Sorry. Is het raar als ik dingen even voorzing?' We treffen Tessa 'Luwten' Douwstra in haar Nijmeegse studio annex werkruimte, omsingeld door een rits spots. Ze knutselt er momenteel de clip voor Standstill bijeen, een nummer van haar dra te verschijnen tweede album Draft. 'Ik probeer samen met mijn vriend Torre (Florim, frontman van De Staat, nvdr.) met kalkpapier en lampen een soort schaduwspel in verschillende lagen te creëren. Een pittige puzzel - je krijgt pas een totaalbeeld eenmaal het in de computer ingevoerd is - maar we komen er wel.' Net als op haar debuut uit 2017 fluistert Douwstra op Draft nog steeds bezwerende ASMR voor de muzikale meerwaardezoeker bijeen, al mag het ondertussen net dat tikje steviger, met wat r&b-invloeden boven op de geraffineerde droompop. Het antwoord is trouwens 'nee, niks raars aan'. Douwstra mag ons altijd voorzingen. Waarover gaat Standstill? Tessa Douwstra:Standstill speelt met de gedachte van vrije wil en of er eigenlijk wel wat te kiezen valt in het leven. Zitten we niet gewoon op een trein die maar blijft doorrazen? Rollen we niet met z'n allen telkens dezelfde berg af? Of kunnen we effectief ingrijpen in het leven? Het is voor alle duidelijkheid geen directe reactie op de stilstand het afgelopen jaar. Maar tegenwoordig lijkt het natuurlijk alsof we alles door een coronalens bekijken. Ik denk dat ik met Draft op zoek ben gegaan naar 'beweging', weg van de stilstand dus. Ik heb altijd een voorliefde gehad voor muziek die mij op een fysieke manier kan raken - soul, neosoul, r&b - terwijl mijn eerdere songs toch altijd iets meer op het hoofd dan op het lichaam hebben gemikt. Dit keer mocht het allemaal iets fysieker. Weg uit mijn hoofd, de echte wereld in. Met Draft toer je voorlopig enkel online, met avonden waar muziek en vragen elkaar afwisselen. Douwstra: Bij gebrek aan iets anders. Het was even wennen om al die gezichten te zien, van over de hele wereld, maar best fijn. Ik ben dit jaar ook gestart met een onlinecursus filosofie, voor de fun, en eigenlijk is dat een soortgelijke ervaring als zo'n onlinetour. Gewoon een avond je telefoon uitzetten en je samen met een groep onbekenden concentreren op één ding. Al blijft het een surrogaatervaring natuurlijk. Ik kijk vooral uit naar het testconcert dat we binnenkort mogen geven. Nederland test naarstig wat er eventueel veilig kan op het vlak van cultuurbeleving. In België denken we na over de oprichting van een werkgroep die een kader moet opstellen waarbinnen nagedacht kan worden over de juiste manier om eventuele testoptredens te overwegen. Of zoiets. Douwstra: Blij dat wij die fase al voorbij zijn. Het gaat in eerste instantie ook maar over een optreden voor een veertigkoppig zittend publiek, maar op dit moment is alles beter dan niks. Het is ook een perfecte setting om uit te zoeken welke wereld we rond Draft kunnen bouwen. Waarover ging jouw jongste onlinefilosofieles? Douwstra: We banjeren in vogelvlucht door de geschiedenis van de filosofie heen. Fijn wel. Ik heb daar een club van gelijkgestemden gevonden, merk ik. Vorige week hadden we het over kunstfilosofie, over wat kunst met een mens kan doen en over hoe kunst iets zegt over jezelf. Het is een manier om jezelf te doorgronden en te ontdekken. Zo ervaar ik het toch. Wat zegt het over mij als ik dit meesterwerk vreselijk vind? Waarom word ik getriggerd door dit intimistische pareltje? Zo kunnen mensen met een hele drukke binnenwereld waarschijnlijk neigen naar zeer minimalistische kunst of muziek. Heb je het nu over jezelf? Jij lijkt een oase van rust. Douwstra: Aan de buitenkant, ja. Maar vanbinnen ben ik druk. Echt heel druk. (wijst achter zich) Zie je die foto? Anne Teresa De Keersmaeker in Fase, Four Movements to the Music of Steve Reich. Zo ontzettend minimalistisch en karig. Met bijna niks wordt daar iets prachtigs opgebouwd. Het repetitieve van zo'n dansvoorstelling - of van de muziek van Reich - helpt me ook om de dingen op een rijtje te zetten, en om te ontspannen. Sleeveless gaat in wezen ook over die karigheid, over een wereld waar niks meer is om je achter te verstoppen. Douwstra: Karig was misschien niet het juiste woord. Eerder 'uitgekookt tot de essentie'. Ik denk niet dat eerlijk zijn en jezelf blootgeven dezelfde dingen hoeven te zijn. In Sleeveless probeer ik een wereld te schetsen waarin je nooit meer nadenkt over wat je laat zien, waarin het geen zin heeft om je te verstoppen. In de kern gaat de plaat over mijn vraag: kun je alleen maar authentiek en echt zijn als je alleen bent, of ben je dan ook louter een versie van jezelf? Of verstop ik me omdat ik bang ben, terwijl ik mezelf iets wijsmaak? Toen je vroeger sleutelde aan nieuw werk, hield je iedereen het liefst zo lang mogelijk buiten, vertelde je me eens. Voornamelijk uit angst voor externe beïnvloeding. Draft moeten we in die context ook als 'tocht' vertalen: de deur mag al eens open. Wat is er veranderd? Douwstra: De deur zat vroeger potdicht - want als ik iemand binnenliet, voelde ik me bekeken of liep ik het risico dat iemand op me in kon praten. Nu heb ik geleerd dat die deur gerust op een kier mag. Soms. Ik ben er gewoon iets minder koppig in geworden. Omdat ik me er stilaan wel bewust van ben dat ik altijd de baas blijf. Zo heb ik dit keer vroeg en nauw samengewerkt met mijn bassist om bepaalde nummers op te bouwen. Dat was een paar jaar terug haast ondenkbaar geweest. Interessante evolutie. Ik probeer ook altijd wat te leren als ik muziek maak - technisch dan wel persoonlijk - anders voelt dat zeer hard als een gemiste kans. Draft mogen we verder ook nog vertalen als 'eerste kladje'. Douwstra: Ik hou ervan om mijn eerste ideeën knetterserieus te nemen, wat muzikaal en tekstueel in die stream of conciousness uit je vloeit gewoon te nemen voor wat het is en daar vooral niet te veel vragen bij te stellen. De meeste songs op Draft zijn in wezen verder uitgewerkte maar zeer trouwe demoversies. Ook daaruit kun je, opnieuw, wat leren over jezelf. Of over anderen, in het geval van de podcast. Juist. In Drafts ga je over die eerste schetsen van een song in gesprek met collega's zoals Eefje de Visser en Charlotte Adigéry. Wat heb je zoal bijgeleerd van hen? Douwstra: Ik wilde weten hoe collega's aan hun liedjes beginnen. Vaak is dat toch een van de eerste dingen die ik vraag wanneer ik collega's ontmoet. Het is vooral geruststellend om van elke gast te horen dat er geen 'recept' is om goeie muziek te maken. (denkt na) Eefje kan bijvoorbeeld ook heel erg genieten van het onaffe en de losse eindjes in muziek, terwijl ik net hou van het 'affe', van een opgeruimde song. Dat heeft me geïnspireerd om ook al eens te durven loslaten. In zeer beperkte mate weliswaar. Perfectionisme zet je nu eenmaal niet uit met een knop. (lacht) Charlotte waakt er dan weer over dat er voldoende humor in haar muziek zit, zonder het daarom minder serieus te nemen. 'Je moet uitkijken dat je niet bitter wordt', bezwoer ze me. 'Muziek maken mag met een knipoog.' Zeer boeiend. Op de titelsong laat je jouw hele familie deelnemen. Weliswaar slechts met één noot per persoon, waarna jij die verder arrangeerde. Waarom? Douwstra: Ik ben de afgelopen jaren voornamelijk bezig geweest met de vraag: ben ik alleen omdat ik er bewust voor kies om alleen te zijn, of doe ik het mezelf aan? (denkt na) Ik heb me de laatste jaren best eenzaam gevoeld. Uiteindelijk schreef ik daar ook een soort gedichtje over, wat de tekst van Draft is geworden. Daarin zing ik over alleen zijn, maar ook over hoe er eens iemand bij mij thuis komt. Ik wil wel alleen zijn, maar er moet op zijn minst ergens iemand in de buurt zijn. Dat gevoel wilde ik voor die song, dus liet ik mijn familie en vrienden één noot inzingen die ik daarna in een soort repetitieve drone goot. Zeer intiem, al die - al dan niet nerveuze - voicemails met één ingezongen noot. Alleen al de vraag stellen maakte me minder eenzaam. Ik heb dat, denk ik, net zo hard voor mijn muziek als voor mezelf gedaan. Je kunt ook gewoon een stuk taart gaan eten bij je moeder. Was dit geen grote omweg? Douwstra:(lacht) Ook waar. Maar muziek is nu eenmaal mijn verkozen medium. Voor Don't Be a Stranger dook je in de oude cassettes vol oude koormuziek van je grootmoeder. Douwstra: En vooral veel vreselijke jodelmuziek, opgenomen van de radio. (lacht) Ik heb hier ondertussen twee van die oude taperecorders liggen. Erfstukken, zeg maar. Mijn opa was lid van een mannenkoor en nam zijn repetities op. Een van die stukjes heb ik gebruikt in Don't Be a Stranger. Jouw familie heeft een geschiedenis van gospel en koormuziek. Douwstra: Ik kom uit een diepchristelijk Fries nest. Ik ben allang niet meer gelovig, maar ik zat wel jaren netjes op zondag in de kerk en een groot deel van mijn familie zong in koren. Soms wat pop, als het kon, maar vooral veel psalmen. Heb je een favoriete psalm? Douwstra: Jezus. (denkt na) Psalm 40 dan maar. Controversiële keuze. Denk ik. Douwstra:(lacht) Thuis werd er heel vaak U2 gedraaid. Popmuziek, maar met een christelijke inslag dus. Zo hebben ze met het nummer 40 ook ooit die psalm naar hun hand gezet. Ik hou vooral van het refrein: 'I will sing, sing a new song.' Zo'n mooi idee dat ik het destijds heb laten graveren in een ring die ik van mijn moeder had gekregen. Don't Be a Stranger gaat over de korte, vliedende momenten des levens, en hoe je niet wilt dat die zo vluchtig zijn. Maar zit de schoonheid van zulke momenten niet vaak in de wetenschap dat ze vluchtig zijn? Douwstra: Ligt dat er niet aan naar wat je precies op zoek bent? Tijdelijkheid kan wondermooi zijn. Maar wat als het zo mooi is dat je niet wilt dat het stopt? Soms wil ik ook, zoals in Don't Be a Stranger, gewoon denken: er moet een reden zijn dat ik hier nu in jouw ogen sta te kijken en niet naar mijn eigen reflectie in het glas van een voorbijrijdende trein. Ik neem aan dat het opnieuw neerkomt op een einde maken aan mijn eenzaamheid. Blijkbaar komt het altijd weer daarop neer.