Gent, 1990. 'Meneer, er is een stuk van uw snijtand. Bent u ooit lelijk gevallen?' Geen aanblik is angstaanjagender dan die van een fronsende tandarts. Of hij Jimi Hendrix kende, vroeg ik. En Woodstock? En die witte Fender Stratocaster? Jaja, hij kende het allemaal. Maar dat iemand zo dom kon zijn om op zijn zeventiende precies dezelfde gitaar te kopen, in zijn slaapkamer de 500.000 hippies die voor hem uit glooiden te groeten en The Star Spangled Banner te willen spelen met zijn tanden, dat wist hij niet.
...

Gent, 1990. 'Meneer, er is een stuk van uw snijtand. Bent u ooit lelijk gevallen?' Geen aanblik is angstaanjagender dan die van een fronsende tandarts. Of hij Jimi Hendrix kende, vroeg ik. En Woodstock? En die witte Fender Stratocaster? Jaja, hij kende het allemaal. Maar dat iemand zo dom kon zijn om op zijn zeventiende precies dezelfde gitaar te kopen, in zijn slaapkamer de 500.000 hippies die voor hem uit glooiden te groeten en The Star Spangled Banner te willen spelen met zijn tanden, dat wist hij niet. Nu, 47 jaar na zijn dood, is Hendrix' muziek nog altijd een mindfuck, en dat hebben we mede te danken aan Eddie Kramer. Niet alleen was hij Jimi's studiotechnicus tussen 1967 en 1970, sinds 1995 waakt hij mee over zijn nalatenschap. Dat leverde een gestage stroom van albums op die het vuur brandend moesten houden. Het zorgde bij minder fanatieke luisteraars weleens voor Hendrixmoeheid. Alweer een livealbum? Alweer 'onuitgegeven juweeltjes uit de archieven'? Wel, ja. Het nieuwe album Both Sides of the Sky hoort in die laatste categorie: dertien tracks, waarvan tien nooit eerder gehoorde songs. Nieuwe zieltjes zal Hendrix hier niet mee winnen, maar wij kregen er wel weer die hormonale hartenklop van. 'Dat vind ik een groot compliment', zegt Eddie Kramer terwijl hij voor ons gesprek gaat zitten. Vijfenzeventig is hij intussen, en nog steeds drukt hij zich uit in netjes, bijna precieus Brits Engels. Vreemd voor iemand die jarenlang tussen de wildste uitspattingen van de rock-'n-rollgeschiedenis heeft geleefd. Hendrix had in 1966 in Londen zijn eerste hit opgenomen, Hey Joe. Een jaar later keerde hij terug naar Engeland voor opnames in de beroemde Olympic Studios, waar jij al met The Beatles en The Rolling Stones had gewerkt. Wat herinner je je van jullie eerste ontmoeting? Eddie Kramer: Ik was erg opgewonden dat hij naar onze studio zou komen. De kranten en muziekbladen stonden vol sterke verhalen over hem. Plots was hij dé gitarist van de scene, als een storm die over het land trok. Tot groot chagrijn van heel wat gitaristen die in hun thee zaten te huilen, met inbegrip van Eric Clapton en Pete Townshend. Ik herinner het me nog goed. Het eerste wat ik de gang in zag komen, was een hele grote Marshallversterker, gevolgd door een even dikke roadmanager. En dan een jongen in een smoezelige regenjas. Welke indruk maakte hij op jou? Kramer: Paul McCartney had me al over hem verteld - hij raakte maar niet uitgepraat over die wilde kerel met zijn gitaar. Maar ik zag die eerste dag vooral een heel verlegen jongen die in een hoekje op de grond ging zitten tot de hele verhuizing met materiaal achter de rug was. Tot hij opstond, zijn Stratocaster in zijn versterker plugde en begon te spelen. Ik was met verstomming geslagen. Om die beheersing in werking te zien terwijl je erop stond te kijken, it shook me to my core. En ik maar goochelen met microfoons, denkend: hoe krijg ik dit in godsnaam op band? The Beatles en The Stones, met wie je al had gewerkt, hadden al veel meer studio-ervaring dan Hendrix. Ging het er in de vroege dagen van zijn carrière even chaotisch toe als in zijn hoogtijdagen in New York? Kramer: Het heeft me even gekost om met hem te leren communiceren. Jimi kende niets van studiotechniek, dus hij probeerde de klank die hij in zijn hoofd hoorde te omschrijven in kleuren. Ha, de beproefde techniek van de Belgische zangeres Melanie De Biasio. Toen wij haar erop wezen dat een song van haar in de traditie van de late Sarah Vaughan paste, antwoordde ze: 'Waar heb je het over? Die song is gewoon paars.' Kramer: Dat is precies zoals Jimi tegen me sprak! 'Hey man, I want some of that red stuff in there. No, green!' Na een tijdje kreeg ik door dat hij met 'green' reverb bedoelde, galm. En 'red' was distortion. Het was zijn code. Both Sides of the Sky is het sluitstuk van een trilogie, na Valleys of Neptune en People, Hell and Angels. Wat maakt deze plaat anders dan haar voorgangers? Kramer: Kijk, toen ik in 1995, samen met Jimi's vader en zijn zus de Hendrixcatalogus overnam, wilden we eerst enkele dingen rechtzetten. Er waren een paar postume albums uitgekomen waarbij originele tracks waren uitgewist en gastmuzikanten partijen hadden ingespeeld. Wij zijn teruggekeerd naar de bron, wat het album First Rays of the New Rising Sun heeft opgeleverd. Ik zat toen uren, dagen, weken in de archieven, en botste op pakken volwaardige opnames. Allemaal live in de studio - Jimi in zijn speeltuin, zeg maar. Al snel werd duidelijk dat er genoeg was om drie albums mee te vullen. Both Sides of the Sky concentreert zich op 1969, wat voor Jimi een jaar van verandering was. De blues bleef de basis, maar door zijn studio als repetitiehok te gebruiken kon hij experimenteren zoveel hij maar wilde - en ik zorgde ervoor dat de tapes liepen. Zeker met zijn nieuwe ritmesectie verschoof alles veel meer naar funk en r&b. De versie van Mannish Boy, de song van bluesicoon Muddy Waters, is verbluffend. Net wanneer je denkt dat je Hendrix wel kent, beginnen je broekspijpen weer te flapperen. Kramer: Fantastisch, hè? En het tweede luik van de plaat zijn de samenwerkingen, onder meer met bluesman Johnny Winter. Een mooi voorbeeld is de track Woodstock - je weet wel, het beroemde lied van Joni Mitchell. Stephen Stills kwam op bezoek in de Electric Lady Studios, en hij was helemaal weg van die song. Op deze opname speelt Jimi bas, wat hem terugvoert naar zijn jonge jaren als sessiemuzikant. Hij neemt een ondersteunende, bescheiden rol op om zijn vriend Stephen te laten schitteren. Dat is een kant van Jimi die mensen nauwelijks kennen. We kunnen niet om de vraag heen: is dit het laatste Hendrix-album? Is het vat op? Kramer: Met deze trilogie hebben we het beste wat er was uitgebracht. Er zijn nog enkele stukken en brokken, maar niet genoeg om een afgerond album mee te stofferen. Gelukkig is er nog een enorme hoeveelheid livemateriaal, óók op film. Ik heb zelfs al het een en ander gemixt. In 1995 bracht je een curieus album uit: In from the Storm. Composities van Hendrix, gespeeld door onder meer Sting, Santana, Bootsy Collins en... Toots Thielemans. Hoe ben je bij ons Belgische monument uitgekomen? Kramer: Omdat hij een briljant muzikant was. Ik heb altijd ontzettend van zijn muziek gehouden. Wat een toon! Wat een soul! Wat een improvisatievermogen! Toen ik die plaat zat samen te stellen, kon ik me niet beheersen, hij moest erbij. (schatert)Je hebt met een hele verzameling rockroyalty gewerkt, van Jimi Hendrix tot The Stones, Led Zeppelin en Kiss. Wat is het grappigste dat ze je ooit hebben gevraagd? Kramer: Ook die eer gaat naar Jimi. Halfweg 1970 zat hij in een heel creatieve periode. Werkelijk élke opnamesessie liep hij te emmeren dat hij een 'onderwatersound' wilde. Op de duur kreeg ik het op mijn heupen. Ik stuurde mijn assistent naar de elektronicawinkel: 'Ik wil twee kunststof speakers en twee emmers. Snel!' Ik stuurde een gitaartrack van Jimi keihard door die speakers, dompelde ze onder in de volle emmers en riep Jimi erbij. Je hoorde vooral 'bllllwrrrrblllmoemp!' Ik grijnsde naar hem: 'Ben je nu tevreden?' Jimi schudde het hoofd en lachte: 'Oké, ik zweer dat ik je niet meer zal lastigvallen met die onzin.' Tot slot: met welke succesvolle muzikant van de voorbije 20 jaar had je graag willen samenwerken? Kramer: (snel)Prince. Ik was er kapot van toen hij stierf. Geen enkele muzikant heeft Jimi ooit dichter benaderd dan hij, van het verbluffende gitaarspel tot de flamboyante looks. Gosh, had ik maar met hem mogen werken. Ik moet gaan. Weet je hoe Hendrix afscheid nam? 'Shake my left hand, man. It's closer to my heart.' Kramer: Mooi. Die tand van jou? Wear it as a badge of honour.