Het nieuws ging enkele uren rond op de sociale media alvorens het door een aangetrouwde neef van Hollis, Anthony Costello, werd bevestigd. Hij tweette: 'RIP Mark Hollis. Aangetrouwde neef. Prachtige echtgenoot en vader. Fascinerende en principiële man. Twintig jaar geleden met pensioen gegaan uit de muziekbusiness, maar onbeschrijflijk muzikaal icoon.'

Hollis, een Londenaar, richtte in 1981 samen met Paul Webb en Lee Harris Talk Talk op. De band had aanvankelijk de grootste moeite om op te vallen tussen andere new romantics-groepen als Duran Duran en Spandau Ballet. Hits hielpen: It's My Life, Such a Shame, Life's What You Make It en Living in Another World maakten van de Londense kliek een tamelijk wereldwijd succes.

Op het derde album, The Colour of Spring, gooide de groep voor het eerst de synthesizers overboord. Opnieuw was de plaat een succes, platenfirma EMI legde alvast een groot budget klaar voor de opvolger.

Toch gooide de groep het roer compleet om. Met het melancholische, naar soundscape neigende Spirit of Eden speelden Hollis en de zijnen een commerciële flop bij elkaar, die tot een breuk met platenfirma EMI leidde, maar tegelijk ook een instantklassieker, vooral onder muzikanten. Leden van Radiohead, Wild Beasts, Grizzly Bear of Efterklang toonden zich door de jaren heen fan. 'Ik hou zoveel van die platen dat ik me soms afvraag of ik ze niet beter ken dan de lui die ze gemaakt hebben', zei Guy Garvey, zanger bij Elbow, erover. Ook over opvolger Laughing Stock (1991) raken muziekjunks vaak niet uitgepraat.

Na de geruisloze opheffing van Talk Talk in 1992 trok Hollis die lijn op een heel consequente manier door. In 1998 maakte hij nog één uiterst afgekloven, titelloze soloplaat, vervolgens speelde hij enkel nog mee op twee platen van de Noorse Anja Gabarek en leende hij een stukje muziek aan de tv-serie Boss. Verder hulde Hollis zich in radiostilte, geen enkel interview stond hij toe.

'Ik hou er wel van dat hij op een hoogtepunt de deur van de muziekbusiness achter zich dichttrok om zich aan zijn gezin te wijden.'

Bert Dockx

Vrijheid vinden

Maar een kluizenaar was hij niet, vertelde Nigel Reeve in 2012, toen hij catalogusmanager voor EMI in Londen was, aan Knack Focus. 'Het is niet omdat Mark de muziek voor bekeken heeft gehouden dat hij een kluizenaar is geworden. Uiteindelijk leidt hij een heel gewoon bestaan zoals iedereen. Hij vindt dat voortdurende gepalaver rond zijn 'verdwijning' maar vreemd. Voor hem is het nochtans zo klaar als een klontje: na zijn soloplaat had hij als muzikant alles gezegd wat hij wilde zeggen. Hij is blij met wat Talk Talk heeft gepresteerd, maar voor hem zijn die platen afgebakend door tijd en ruimte. Daarom wil hij er vandaag ook niet meer over praten. Omdat hij de geschiedenis niet wil herschrijven, vertelt hij me altijd. Hij wil zichzelf niet herhalen.'

'Wat hij al die jaren heeft uitgericht? Gewoon van het leven genoten, en van zijn gezin', verzekerde Reeve. 'En verder de normale dingen: inkopen doen, een pint gaan drinken, en naar het voetbal kijken - hij is supporter van Tottenham Hotspur. De drang om nog eens een plaat te maken, is hem volkomen vreemd.'

Als Hollis vandaag herdacht wordt als een cultheld van de verzamelde muziekwereld, een zo poneerde Daniel Rossen van Grizzly Bear ooit op de site The Skinny, is het evenveel voor zijn muziek als voor hoe hij met zijn carrière is omgesprongen. 'Ik hou er wel van dat hij op een hoogtepunt - met die ongemeen boeiende, licht krankzinnige maar unieke platen - de deur van de muziekbusiness achter zich dichttrok om zich aan zijn gezin te wijden.' Ook Bert Dockx, gitarist van Flying Horseman en Dans Dans, kan zich daar in vinden. 'Ik apprecieer het heel hard dat Hollis sindsdien niets meer heeft uitgebracht. Natuurlijk zou het leuk zijn als dat wel zou gebeuren. Maar ik vind het ongelofelijk dat hij erin geslaagd is alleen uit te brengen wat echt moest. Weet je, artiesten - niet alleen muzikanten - rijden zich vaak vast in een stramien. Later moeten ze verbitterd toegeven dat ze in de greep waren van een commercieel denken. Dat ze hun vrijheid kwijtgespeeld waren, alleen nog beantwoordden aan de eisen van publiek, platenlabel of manager. Talk Talk bewijst dat je die vrijheid wel kunt vinden, altijd, als je het echt wilt.'