Het concertleven mag dan wereldwijd in een kunstmatige coma zijn gebracht, muzikaal is het voor Future Islands business as usual. De Amerikaanse groep botert het nieuwe album As Long As You Are met haar beproefde smeersel van panoramische synthpop, gedeukte romantiek en andere te likken wonden. Maar achter de schermen zijn er wel wat prioriteiten herschikt, zo zoomt frontman Samuel T. Herring (rechts op de openingsfoto) vanuit Stockholm, waar zijn vriendin woont.
...

Het concertleven mag dan wereldwijd in een kunstmatige coma zijn gebracht, muzikaal is het voor Future Islands business as usual. De Amerikaanse groep botert het nieuwe album As Long As You Are met haar beproefde smeersel van panoramische synthpop, gedeukte romantiek en andere te likken wonden. Maar achter de schermen zijn er wel wat prioriteiten herschikt, zo zoomt frontman Samuel T. Herring (rechts op de openingsfoto) vanuit Stockholm, waar zijn vriendin woont. Samuel T. Herring: Bij onze vorige plaat The Far Field hadden we achteraf wat kanttekeningen. Volgens mij hadden we er beter twee maanden extra aan gewerkt. Maar we vonden dat we het momentum dat was ontstaan door de plaat daarvóór (doorbraak Singles uit 2014, nvdr.) gaande moesten houden: snel iets nieuws uitbrengen zodat we verder konden touren. In feite benader je muziek dan als iets zakelijks en dat was - vanuit creatief oogpunt - geen wijze beslissing. We wisten al dat we As Long As You Are alle tijd moesten gunnen lang vóór de pandemie toesloeg. Je bent niet de eerste die succes omschrijft als iets waarvan een mens zich moet herstellen. Herring: Tja. Singles heeft de band in een maand tijd zo'n vier keer groter gemaakt. Plots was het aanklampen geblazen, trying to keep up with the game. Optredens weigeren konden we niet meer. Alsof je in een machine wordt meegetrokken. Kon je na jullie viraal gegane passage bij David Letterman, met jouw opmerkelijke danspassen, ooit nog denken: op naar het volgende tv-optreden? Herring: Ik denk dat de daaropvolgende tv-show die van Jimmy Kimmel was. Ik zal niet ontkennen dat we dachten daar wéér eventjes tv-geschiedenis te schrijven, maar dat optreden deed niks. Dat is oké, de bliksem slaat ook nooit twee keer op dezelfde plek in. Uiteindelijk begonnen we ons overal te verontschuldigen: 'Verwacht er niet te veel van!' Erger was dat wij als vrienden van elkaar begonnen te vervreemden. Op tournee zonderden we ons uit zelfbehoud vaker van elkaar af. Zelf keek ik soms acht uur lang geconcentreerd naar voetbal, om aan niets anders te moeten denken. Focus op de bal! Herring: (lacht) Zoiets. Op den duur zit je in de backstage nog wel samen, maar staart iedereen naar zijn gsm. Dan kom je uitgeput thuis en ben je dolblij dat je iets huiselijks als de was kunt doen. Ik bedoel maar: dingen veranderen, mensen krijgen kinderen, niets is voor altijd. Pas op, ik zeg niet dat het erg is als muziek je job wordt. Het stimuleert je ernst en verantwoordelijkheidszin, waardoor je uiteindelijk ophoudt met elke nacht tot drie uur te zuipen. Is het door die grotere professionaliteit dat je je neiging tot verslaving onder de duim hebt gekregen? Herring: Deels wel. Ik rook nog steeds als een ketter, wat het stomste is wat ik als zanger kan doen. Zo zijn er nog wel wat dingetjes. Sport, bijvoorbeeld. Als kind keek ik veel naar wedstrijden en volgde ik de uitslagen van basket, baseball of voetbal nauwgezet op. Dat heb ik weer opgepikt om mezelf uit de bar en van de drugs te houden. Ik moest tenslotte íéts omhanden hebben. (lacht)Doet het - lichamelijk of mentaal -wat met je, niet kunnen optreden? Herring: Wat ik vooral voel, is hoe het harde touren mijn lichaam gesloopt heeft. Ik ben dit jaar zesendertig geworden en dat is eraan te merken. Met mijn knieën en mijn stem kan ik nu niet meer optreden zoals toen ik vijfentwintig was. De veerkracht sijpelt uit je weg. Dat heeft ook een effect in je hoofd. Occasionele pijn wordt chronisch en dat maakt je depressief, waardoor je je nog méér afzondert. Ook dat speelde mee toen we deze plaat maakten. Ik zou liever elke twee jaar iets uitbrengen dan elke drie. Ik verlang naar het podium, maar zou ook graag creatiever met mijn tijd omspringen. Vorig jaar heb je als Hemlock Ernst je eerste rapplaat uitgebracht: Back at the House. Herring: Hemlock Ernst was mijn allereerste pseudoniem, van toen ik veertien was. Ik gebruikte het toen om een zelfgeschreven gedicht op een messageboard van een label te kunnen posten, Ozone Music Forum, dat later min of meer is opgegaan in Def Jux, het eerste label van El-P. Dat was mijn wereld toen: poëzie en hiphop. Ik werd verliefd op woorden, zocht naar manieren om mezelf te definiëren. En ik begon wiet te roken. (lacht) Meteen het einde van mijn actieve sportjaren. Sport was niet langer iets wat je met je vrienden deed, maar werd politiek: je werd verondersteld om te proberen het team te halen. Dat interesseerde me niet. Hiphop was iets heel left field voor het plattelandsstadje in North Carolina waar ik ben opgegroeid. Mijn broer liet me kennismaken met Gravediggaz en ik was meteen verkocht. Daarna volgden De La Soul, Digable Planets, KRS-One, Eric B. & Rakim, Prince Paul, A Tribe Called Quest natuurlijk... Wat vertelde hiphop jou? Herring: Ik hield niet zomaar van álle rap, maar wel van deze schrijvers - want zo noem ik ze. Ik kon horen hoe ze zich kwetsbaar opstelden door hun kwellingen te delen, maar tegelijk voelde het aan als iets sterks. Alsof ze allemaal een harnas, schild en zwaard droegen. Ik kreeg een inkijk in iemands wereld die heel ver van de mijne stond. Als prille tiener reageerde ik daar emotioneel op. Er waren maar weinig rockgroepen die me boeiden en dat waren niet de meest voor de hand liggende: Danzig, Primus. (lacht) Wat ik me toen nog niet realiseerde, was dat hiphop een van de weinige kunstvormen is waarin artiesten zichzelf voortdurend benoemen. Hun naam was hun verhaal. In het nummer Bless the Fire rap je over je cokeverslaving. Dat heb ik je bij Future Islands nog niet horen doen. Herring: Er zijn inderdaad zaken die ik bij Future Islands niet wil vernoemen, hoewel de jongens me wel degelijk alle ruimte geven om persoonlijke verhalen te delen. Maar ik wil de groep niet met een bepaald imago opzadelen. Ik bedoel niet noodzakelijk iets donkers, maar veeleer een andere kant van mijn persoonlijkheid die de rest van de groep niet weerspiegelt. Wat niet wil zeggen dat ik mijn geworstel met verslavingen en duisternis in Future Islands-songs doodzwijg. Neem nu Thrill, op de nieuwe plaat. Dat nummer gaat over de tijd dat ik drugs gebruikte in Greenville, North Carolina, de dagen dat niemand in de bar me wilde bedienen omdat ik al zo fucked up was. Een ouder nummer zoals Light House ging over zelfmoordgedachten. Alleen druk ik me dan niet zo direct uit als in een rapsong. Onze families zullen die platen namelijk óók opzetten. En je rapplaat niet? Herring: Ik heb mijn ouders inderdaad gezegd dat ze die links mochten laten liggen. Waardoor hun nieuwsgierigheid natuurlijk meteen geprikkeld was. (lacht) Mijn vader is me bezorgd komen vragen of ik al die dingen écht heb uitgespookt. Ik heb eerlijk geantwoord. Als ik me ervoor schaamde, had ik er wel over gezwegen. In je jonge jaren heb je aan rapbattles meegedaan. Hoe moeten we ons dat voorstellen? Herring: Ik herinner me een zomer waarin ik niets anders heb gedaan dan freestylen - zo bouw je vertrouwen op - maar van echte battles kon je in ons stadje niet spreken. Wat ik wél eens gedaan heb, is een rivaliserende school binnenstappen en vragen wie de beste rapper daar was zodat ik met hem kon battlen. Stond ik daar in de gang omringd door vijftien kids, hun beatbox en die andere kerel die me zelfs de waardigheid niet schonk om de battle aan te gaan. Hij lachtte me alleen maar uit, spotte met mijn polo, zei dat ik er als Vanilla Ice uitzag. Ik weet niet hoe Vanilla Ice er in 2001 bij liep, maar hoogstwaarschijnlijk níét als de short, fat kid die ik was - hád ik er maar als Vanilla Ice uitgezien! (lacht) Toen ik alsnog mijn rap afstak, keerde iedereen me gewoon de rug toe. Dat voelde alsof ik compleet ontmaskerd werd. Ik heb zeker vier maanden niet gerapt! Ik was misschien moedig, maar ook dwaas. Later heb ik wel aan battles meegedaan op de universiteit in Greenville. Of we reden naar Chapel Hill, een fantastische muziekstad op twee uur rijden. Dat waren competities met tweeëndertig deelnemers. Ik heb best wel vaak gewonnen, maar was nooit gewéldig. Weet je, het is niet erg om te verliezen als je denkt dat je de beste was maar de jury toch anders oordeelt - w hatever -, maar als iemand je pakt op je zwakke plekken doet dat píjn, man. Het rare aan door één regel van je tegenstander keihard de grond in te worden geboord is dat je van schaamte onder een steen zou kruipen, maar hem óók een applausje wilt geven. (lacht)Tot slot: heb je ooit overwogen om een deathmetalplaat op te nemen, of een fiftiescroonersplaat? Voor beide heb je de stem. Herring: Death metal, nee: ik zou nooit meer normaal kunnen praten! Maar over de croonersplaat heb ik al nagedacht, ja. Toen ik acht of negen was, liep ik een tijdlang gefrustreerd rond omdat ik niet in de jaren veertig was geboren, zodat ik een tienerdoowopzanger had kunnen worden. (lacht) Net pak, gekamd haar... (vingerknippend) Ik wilde heel erg Frankie Lymon zijn, met een groep zangers achter me. Andere stijlen spitten andere kanten van mijn ego naar boven. Daar hou ik van. Ooit wil ik nog een countryplaat maken, is dat ook goed?