Woensdagavond, kwart voor negen. Het Koning Boudewijnstadion is helemaal volgelopen voor Rammstein. Metalheads, rockfanaten, hier en daar zelfs een kind dat op het punt staat de avond van zijn leven te beleven: ze zijn er allemaal.
...

Woensdagavond, kwart voor negen. Het Koning Boudewijnstadion is helemaal volgelopen voor Rammstein. Metalheads, rockfanaten, hier en daar zelfs een kind dat op het punt staat de avond van zijn leven te beleven: ze zijn er allemaal. Overweldigend is Rammstein live altijd al geweest, en wanneer je het podium vol technologische hoogstandjes ziet, begrijp je meteen weer waarom. De vloer davert in afwachting van de groep. En dan komen de leden één voor één het podium op, om na een lange opbouw het nieuwe Was Ich Liebe de wereld in te sturen. Het blijkt een valse start. Pas als Rammstein het ondertussen achttien jaar oude Links 2, 3, 4 inzet, barst het Koning Boudewijnstadion echt uit haar voegen. Recente - en mindere - liedjes als Tattoo ten spijt, het publiek is duidelijk gekomen om de klassiekers mee te schreeuwen. Toch blijven de Duitsers oud met nieuw werk afwisselen, om koste wat het kost te tonen wat die nieuwe plaat allemaal in zijn mars heeft. Een haast Bijbelse intro leidt Zeig Dich in, en voor het eerst deze avond komt het vuur piepen. Niemand blijft gespaard van de metershoge vlammen, wier hitte voelbaar is tot in de verste uithoeken van het stadion. Het rauwe refrein van Puppe, het relaas van een jongen wiens zus in de prostitutie zit, gaat door merg en been en toont nieuwe facetten van Lindemanns stem. Ballades als Diamant, en later in de set ook Ohne Dich, bieden dan weer wat broodnodige rust in een voor het overige razende set - voor bindteksten of ander getreuzel is geen tijd, hier wordt muzíék gespeeld. Deutschland luidt, eerst in de technoremix, vervolgens in het origineel, de helft van de set in. Die remix een vreemd intermezzo noemen, is een understatement. Een dj-booth wordt in de lucht gehesen, en de bandleden komen in led-pakjes meedansen op de op Kraftwerk gebaseerde techno uit de koker van Rammsteingitarist Richard Z. Kruspe. De show verliest hier wat aan momentum, maar dat wordt al snel goedgemaakt door de échte versie van Deutschland. Het is opvallend hoe spaarzaam Rammstein vanavond omspringt met zijn vuurkanonnen, die pas in het tweede deel van de set aangerukt worden. Ze maken van Mein Teil, Du Hast en Sonne hoogmissen van vuur en gezang. Voor Mein Teil wordt de klassieke kookpot nog eens bovengehaald, waarin Lindemann met een vlammenwerper en een als slagersmes verpakte microfoon zijn excentrieke keyboardist Christian Lorenz bestookt. Van zulke trucjes had elk lied er vroeger wel één, maar bij de nieuwe songs waren ze nergens te bespeuren. Misschien beseft Rammstein intussen dat het ook zonder vuur kan knallen? Als de laatste noten van Ohne Dich over de Heizel weerklinken, lijkt het even alsof de avond erop zit. Tot de band tien minuten later op een tweede podium opduikt, in het midden van het publiek. Begeleid door een dubbele vleugelpiano brengt de groep een prachtige, akoestische versie van Engel, karaokescherm incluis. Voor het lied goed en wel gedaan is verschijnen er opblaasbootjes, waarmee de band de mensenzee letterlijk oversteekt, op weg naar het podium. Daar wacht een groot bord met 'Willkommen' hen op, waarna ze vlekkeloos overgaan naar het nieuwe Ausländer. Symboliek, iemand?Intussen daalt de duisternis neer over het stadion, het sein voor de mannen van Rammstein om nog één keer alles te geven. In Pussy passeert het befaamde dildokanon nog eens de revue, in Rammstein halen ze de bodem uit de jerrycan: vlammenwerpergitaren, vuurkanonnen en een rugzak waar langs alle kanten vlammen uitschieten zetten de menigte letterlijk en figuurlijk in vuur en vlam. Afsluiten doet Rammstein met Ich Will, waarvan zestigduizend fans de tekst in Till Lindemanns gezicht scanderen. En hij zag dat het goed was.