'A storm is threatening

My very life today

If I don't get some shelter

Oh yeah, I'm gonna fade away.'

Zo klinkt het in de eerste, door Mick Jagger gezongen regels van Gimme Shelter, de openingstrack van Let It Bleed, het achtste album van de Rolling Stones dat op 5 december exact een halve eeuw geleden uitgebracht werd.

Platen zijn tijdscapsules, de meest prettige manier om terug te keren in de geschiedenis. En de Stones stonden dan wel niet bekend als de meest politiek of sociaal bewogen band van de sixties, toch hadden Jagger en Keith Richards eind jaren zestig hun vinger stevig aan de pols van de turbulente tijdsgeest.

'Het weerspiegelde de tijden, het einde van de 60's en het hippy-dippy idealisme', zegt de Britse auteur en Stones-fan Ian Rankin over Gimme Shelter. 'De wereld leek naar de knoppen te gaan, en de tekst en muziek reflecteerden die gevoelens.' Jagger zelf noemde het midden jaren '90 in Rolling Stone 'a kind of end-of-the-world song, geïnspireerd door 'a very rough, very violent era', onder meer gekenmerkt door de oorlog in Vietnam.

Het was die oorlog in het verre Azië, en het grootschalig protest ertegen, die van 1969 één de meest gepolariseerde jaren in de moderne geschiedenis van de VS maakte. Eén maand voor Let It Bleed verscheen, gaf de Republikeinse president Richard Nixon een televisietoespraak waarmee hij het verzet tegen zijn rampzalige Vietnam-politiek in de kiem wilde smoren.

In die speech hamerde Nixon op het belang van het winnen van de oorlog, en de rol van het patriotisme: 'North Vietnam cannot defeat or humiliate the United States. Only Amerians can do that.' Versta: niet de communistische Vietnamezen maar de radicalen die op straat komen tegen de oorlog zetten ons land te kijk. En dan dat ene legendarische zinnetje: 'And so tonight - to you, the great silent majority of my fellow Americans - I ask for your support.'

De grote, stille meerderheid. Niet de Afro-Amerikanen die 'black power' scandeerden, niet de langharigen die op straat de Amerikaanse vlag verbrandden, niet de vrouwenbeweging en hun feministische pamfletten of de in 1969 opgestane, zich luidkeels in de debatten roerende LGBT-gemeenschap, maar de hardwerkende, zich om zichzelf bekommerende, blanke Amerikaan die níét gaat betogen en daarom niet gehoord wordt, volgens Nixon.

En de stillen werden wakker. Het was een bewuste strategie van Nixons conservatieve regering. Zij versus wij, de luizen in de pels tegenover 'de gewone man', beide groepen nu elk met het gevoel in het oog van een dreigende storm te staan, elk met het gelijk aan hun kant. In plaats van te helen en te verbinden, wakkerde de gewiekste Nixon gretig de tegenstellingen aan. Divide et impera, Julius Caesar en Napoleon achterna.

Rechts, links, wat nog rest van het midden: ik kan élke politicus een dosis 'Let It Bleed' van de Stones aanbevelen

'Politiek gewin door gebruik te maken van de woede, angsten, en wrevels ontstaan in de culturele chaos van de jaren '60', zo omschrijft Rick Perlstein het in zijn historische naslagwerk Nixonland. Die strategie had binnen de regering zelfs een naam: 'positieve polarisatie'. Ook de pers was een geliefkoosd doelwit. Die werd door Nixon en (vooral) vice-president Spiro Agnew consequent afgeschilderd als elitair en vooringenomen. Net zoals dwarsliggende intellectuelen wereldvreemd, of erger: 'on-Amerikaans'. Vijanden van het volk, zoals een andere president het decennia later zou uitdrukken.

In 1969 legde Nixon, die drie jaar later in het tot op het bot verdeelde en/of moegestreden Amerika met grote meerderheid werd herkozen, dus de kiemen voor wat we de cultuur- of identiteitsoorlog noemen. Tricky Dick werd hij genoemd, omdat hij het bij voorkeur zo vuil speelde. Iets wat hem uiteindelijk zelf de kop kostte: in 1973 brak het Watergate-schandaal uit en stapte de president uit eigen beweging op, voor het Amerikaanse congres hem kon afzetten.

Maar politieke garen spinnen bij culturele chaos, electoraal scoren door te polariseren, die strategie is vijftig jaar na de tv-speech van Richard Nixon levendiger en actueler dan ooit, net als het turbulente klimaat van Gimme Shelter, de storm waarvoor sommigen beschutting menen te zoeken bij zij die er niet voor omzien om tegenstellingen uit te vergroten en angst te zaaien. 'Rape, murder! / It's just a shot away!'

Platen zijn tijdscapsules, die ons eraan kunnen herinneren dat er soms veel maar evengoed weinig verandert. Niemand die de stille meerderheid nog kan claimen in deze digitale toetertijden, maar alles en iedereen zoveel mogelijk in het defensief dwingen gebeurt als vanzelf. 'The rhetoric is the principal thing', zoals de conservatieve spreekbuis William F. Buckley ooit schreef over die Republikeinse erfgenaam van Nixon, Ronald Reagan.

Rechts, links en wat nog rest van het midden: ik kan élke politicus een dosis Let It Bleed van de Rolling Stones aanbevelen. Van Gimme Shelter tot en met de laatste track op kant B, You Can't Always Get What You Want:

'You can't always get what you want

But if you try sometimes, you might find

You get what you need.'