Zondag reikt de Amerikaanse muziekindustrie voor de 62ste keer de Grammy Awards uit. Lizzo kan met acht nominaties achter haar naam de grote winnares worden, Billie Eilish en Lil Nas X volgen haar op de voet met elk zes nominaties.
...

Zondag reikt de Amerikaanse muziekindustrie voor de 62ste keer de Grammy Awards uit. Lizzo kan met acht nominaties achter haar naam de grote winnares worden, Billie Eilish en Lil Nas X volgen haar op de voet met elk zes nominaties. Het moet al heel vreemd lopen mocht die laatste niet op z'n minst de award voor 'Record of the Year' binnenrijven met Old Town Road. De hitsingle stond negentien weken onafgebroken op nummer één in de VS, een record, en was het onderwerp van nogal wat mediaheisa. Behalve in de algemene hitlijst, de Hot 100, stond Old Town Road namelijk ook in de hitparades voor hiphop- én voor countrysongs. Tot Billboard, de organisatie die de verschillende hitlijsten overziet, besloot de single uit die laatste lijst te schrappen. 'Behelst niet voldoende elementen uit de hedendaagse countrymuziek', klonk de redenering. Zelf toen countryster Billie Ray Cyrus zich meewerkte aan een succesvolle remix van het nummer, hield Billboard voet bij stuk. Het gedoe rond Old Town Road bracht in de VS oude, pijnlijke discussies naar boven. Over identiteit, ras, en vakjes, maar vooral over de op huidskleur of afkomst gebaseerde opdeling van verschillende genres. Die gaat terug tot de tijd van de segregatie, toen blank en zwart niet dezelfde rechten hadden en geen gelijke toegang kregen tot openbare diensten zoals scholen, bussen, restaurants, bibliotheken, en concertzalen. Ook de platenindustrie hanteerde toen een strikt apartheidsbeleid. Alle muziek van Afro-Amerikaanse muzikanten werd simpelweg bestempeld als race music, van een term als rhythm-and-blues was nog geen sprake. Tot begin jaren '60 speelden zwarte entertainers in de Zuidelijke staten van de VS voor zalen waar de witte toeschouwers vooraan stonden en de rest achteraan of op de balkons. Onder toeziend oog van de politie, die met harde hand de discriminerende Jim Crow-wetten handhaafde. Het Zuiden was in de jaren 20 ook de geboorteplaats van de country. Het genre sleept nog altijd een conservatief en patriottisch, zeg maar rechts imago met zich mee. Country is 'blanke' muziek, voor rednecks en achterlijke hillbillies, wil het cliché, maar niks is minder waar. De in country alomtegenwoordige banjo, bijvoorbeeld, is van oorsprong een Afrikaans instrument, dat via de slavernij geïntroduceerd werd op het Nieuwe Continent. In het landelijke Zuiden liepen muzikale breuklijnen tussen bijvoorbeeld blues, jazz, country en cajun veel meer door en over elkaar dan in het stedelijke Noorden. En toch, door de strak afgebakende labels waarmee de muziekindustrie makers en luisteraars opdeelde volgens hun huidskleur werden zwarte countryartiesten zoals de Mississippi Sheiks en DeFord Baily grotendeels onder de mat van de geschiedenis geveegd. Tot Ray Charles, de legendarische r&b- en soulpionier, fel tegen de zin van z'n platenlabel, in 1962 een countryplaat uitbracht: Modern Sounds In Country & Western.Ray Charles, die met country op de radio opgroeide en piano begon te spelen in hillbilly-orkesten, was de Lil Nas X van zijn tijd. Het effect van Modern Sounds In Country & Western was destijds hetzelfde als dat van Old Town Road vandaag. Beiden rommelen aan de genregrenzen en doen ze eigenlijk het omgekeerde van whitewashing, de term die gebruikt wordt wanneer blanke artiesten zich kenmerken uit een anderskleurige cultuur toe-eigenen. Alleen deed Charles wel meer dan een banjo samplen en over paarden en cowboyboots rappen. Hij coverde niet alleen songs van bekende (blanke) countryartiesten, maar dompelde ze ook onder in zijn met blues, jazz en gospel gebonden saus. Dat deed hij deed ook nog eens in 1962, een tijd waarin de Amerikaanse burgerrechtenbeweging zich nog volop roerde. Een jaar voor Dr. Martin Luther King zijn 'I have a dream'-speech uitsprak en twee jaar voor de Civil Rights Act komaf maakte met op huidskleur gebaseerde discriminatie in de VS, op papier althans.Met Modern Sounds In Country & Western trad Ray Charles de regels van de Amerikaanse muziekindustrie met de voeten. Het succes van het album, dat veertien weken op nummer één stond, had het einde kunnen betekenen van het Amerikaanse hokjesdenken. Dat was echter buiten de Grammy-jury gerekend. Die bekroonde in 1963 de nummer één-hit uit het album, I Can't Stop Loving You, origineel van countryzanger Don Gibson, met de prijs voor beste opname... in de categorie Rhythm & Blues.'Wat is country?', klinkt de vraag nu dus opnieuw naar aanleiding van Lil Nas X. Volgens Harlan Howard, auteur van onder meer het prachtige I Fall To Pieces, in 1961 uitgebracht door Patsy Cline, is het simpel: 'Drie akkoorden en de waarheid.' Muziek van het land, niet meer of minder. Dat vond ook Jimmie Rodgers, de jodelende oervader van het genre. In 1930 bracht Rodgers Blue Yodel N° 9 uit, ook bekend als Standing On The Corner. Voor de opnames huurde hij de talenten in van een jonge trompettist uit New Orleans. Een jongeman die als één van de pioniers van de jazz een grote rol zou spelen in het doorbreken van de muzikale segregatie in Amerika: Louis Armstrong. Ook in de jaren 30 wisten sommige mensen al dat vakjes voor mensen of voor muziek achterlijk zijn.