'There's more to the picture than meets the eye', zingt de Canadees in één van zijn populairste nummers. Die vaststelling typeert meteen zijn omvangrijke oeuvre, dat inmiddels haast zes decennia omspant. Want ondanks zijn leeftijd blijft de zanger met de hoge, nasale, ietwat onvaste stem ongrijpbaar. Young is een gevoelsmens: hij wantrouwt de rede, volgt zijn instincten en zweert steevast bij audio-vérité. Zijn platen beschouwt hij als snapshots. 'Soms schort er wel eens wat aan de belichting, maar ze getuigen tenminste van spontaneïteit', vindt hij. 's Mans artistieke keuzes worden dus nooit ingegeven door commerciële overwegingen. Voor hem gaat eerlijkheid altijd boven perfectie, veelzijdigheid boven routine.
...

'There's more to the picture than meets the eye', zingt de Canadees in één van zijn populairste nummers. Die vaststelling typeert meteen zijn omvangrijke oeuvre, dat inmiddels haast zes decennia omspant. Want ondanks zijn leeftijd blijft de zanger met de hoge, nasale, ietwat onvaste stem ongrijpbaar. Young is een gevoelsmens: hij wantrouwt de rede, volgt zijn instincten en zweert steevast bij audio-vérité. Zijn platen beschouwt hij als snapshots. 'Soms schort er wel eens wat aan de belichting, maar ze getuigen tenminste van spontaneïteit', vindt hij. 's Mans artistieke keuzes worden dus nooit ingegeven door commerciële overwegingen. Voor hem gaat eerlijkheid altijd boven perfectie, veelzijdigheid boven routine.Neil Young is zonder twijfel één van de invloedrijkste muzikanten van zijn generatie. Het aantal bands dat zijn songs opnam of bij wie je nadrukkelijke echo's uit zijn werk herkent, valt niet meer te tellen. Alleen bestaan er véél verschillende Neil Youngs. Al zijn biografen zullen het beamen: hij staat nooit lang genoeg stil om zich met scherpe contouren te laten portretteren.Is hij de gevoelige troubadour met akoestische gitaar die zijn pastorale liedjes laat bevruchten door country en folk? De herrieman van Hey Hey, My My of F#ckin' Up, die grossiert in grofkorrelige gitaarnoise en gierende feedback? Het ongeleide projectiel dat zelfs zijn ferventste fans de kast op jaagt door heen en weer te fladderen van modernistische elektropop naar traditionele rockabilly, van kleffe country naar blues of Southern soul? De abstract-expressionist wiens epische solo's in, pakweg, Down By the River, verwijzen naar John Coltrane en Ornette Coleman of de rudimentaire garagerocker die zich identificeert met de punkethiek? Het schizofrene baasje wiens fascinatie voor The Beatles en de Everly Brothers hem op gezette tijden in de armen drijft van Crosby, Stills & Nash, of de koppigaard die zijn Stonesfixatie belijdt als aanvoerder van Crazy Horse? De ranchero die aan de zijde van Willie Nelson op Farm Aid figureert of de malicieuze dwarsligger die het conservatieve deel van zijn publiek tegen zich in het harnas jaagt door de hort op te gaan met Sonic Youth?Neil Young is het allemaal en méér: een man van contradicties en paradoxen, die, geobsedeerd door klankkwaliteit, een fortuin spendeert aan de ontwikkeling van een hoogwaardige digitale muziekspeler (de Pono), om op het moment van de lancering ervan een plaat uit te brengen die zó lofi klinkt dat het pijn doet aan je oren. Die zich opwerpt als natuurbeschermer en investeert in de ontwikkeling van een 'schone' auto, maar jarenlang het milieu heeft vervuild door rond te tuffen in één van zijn vele old timers. Die zich op zijn lp Peace Trail afzet tegen het grootkapitaal, maar er geen graten in ziet een privé-concert te geven voor een Franse miljardair. Youngs wispelturigheid bevreemdt en irriteert, en heeft, behalve een reeks onbetwiste meesterwerken, ook een hoop interessante mislukkingen opgeleverd. Toch getuigt zijn werk doorgaans van emotionaliteit en bevlogenheid. Want zoals hij het ooit verwoordde in één van zijn vroegste songs: 'We are only what we feel'.Dinosaur Sr, zoals hij door de grungegeneratie wordt genoemd, heeft lak aan voorspelbaarheid. Hij geeft toe aan de impulsen van het moment, gedraagt zich als een kameleon die om de haverklap van kleur verandert en is één van de weinige artiesten die ooit door zijn platenbaas (David Geffen) voor de rechtbank werd gedaagd omdat hij, tijdens de eighties, met opzet uitsluitend onrepresentatieve platen zou hebben afgeleverd. Een verloren zaak, want juist in dat onkarakteristieke schuilt de kern van zijn artistieke persoonlijkheid.Om een volledig beeld te krijgen van 's mans carrière, dien je trouwens ook het verborgen deel van zijn discografie te bestuderen: de vele platen die hij opnam en afwerkte, maar om één of andere reden nooit uitbracht. Veel van die ondergeschoven kindjes - Chrome Dreams, Homefires, Oceanside/Countryside, Island in the Sun, het onlangs, met 45 jaar vertraging verschenen Homegrown - zijn bij de fans bekend als bootlegs en hebben een mythische status. Vaak geven ze dan ook een heel ander beeld van een bepaalde periode dan de officieel gedocumenteerde.Young speelde onder meer bij The Squires, The Mynah Birds en Buffalo Springfield, maar heeft in de loop van zijn carrière ook samengewerkt met bands als de Stray Gators, The Shocking Pinks, The Blue Notes, The Restless, Booker T & The MG's, Pearl Jam en Promise of te Real. De groep waar hij echter het vaakst mee wordt geassocieerd is Crazy Horse. Het is een alliantie die al een halve eeuw standhoudt. Ze begon in 1969 met de classic Everybody Knows This Is Nowhere en gold nog steeds op het vorig jaar verschenen Colorado. Met 'The Horse' - door de één verguisd, door de ander verheerlijkt - maakte Neil Young enkele van zijn meest gewaardeerde platen, waaronder Zuma, Rust Never Sleeps, Ragged Glory, Sleeps With Angels en Psychedelic Pill. De bandleden zijn allerminst virtuozen, maar ze voelen The Loner zo perfect aan dat ze hem toelaten, via uitgesponnen jams, telkens weer boven zichzelf uit te stijgen. En ook al vallen ze soms uit de gratie, Young prijst regelmatig hun unieke groove: 'Crazy Horse is een natuurkracht, het summum van bezieling en muzikaliteit'.Niettemin laat de artiest zijn schimmel soms jarenlang op stal staan. Hij is nu eenmaal snel verveeld, heeft nood aan verandering of gewoon zin om andere geluiden na te jagen. En toegegeven, Neil Young is niet altijd een toonbeeld van tact. Als zijn oude maat Stephen Stills hem in 1970 vraagt toe te treden tot diens supergroep CSN&Y haalt hij, zonder het te beseffen, een Paard van Troje binnen. Met zijn songschrijftalent en dominante persoonlijkheid zal Young de anderen snel overschaduwen en tot louter figuranten reduceren. Bovendien bezorgt de bestseller Déjà Vu hem ruim voldoende bekendheid om met zijn eerstvolgende soloplaten, After the Goldrush en Harvest, een sterstatus te verwerven.Neil Young is niet bepaald een teamspeler. Hij wisselt vaker van muzikanten dan van ondergoed en doet altijd waar hij zin in heeft. Tijdens een opnamesessie wist hij bijvoorbeeld stiekem de vocale bijdragen van David Crosby en Graham Nash van de tapes en in 1975 past hij, halverwege een tournee met de Stills-Young Band, zijn grote verdwijntruc toe. Gevolg: 21 uitverkochte shows worden te elfder ure geschrapt. 'Beste Stephen, is het niet vreemd dat dingen die spontaan beginnen soms even spontaan weer eindigen?', luidt het achteraf laconiek in een telegram. Ook in 2011 dient een reünietoer met Buffalo Springfield te worden afgelast omdat Neil Young er al na enkele optredens de brui aan geeft. 'Tja, ik gehoorzaam enkel aan mijn muze', aldus de Canadees. 'Conflicten zijn gewoon de prijs die je betaalt voor je artistieke vrijheid'.De plaat die Neil Young in 1972 naar de mainstream katapulteert, is Harvest (met de nummer-éénhit Heart of Gold). Hij wordt er niet gelukkiger van: 'Roem is oppervlakkig en leeg', stelt hij vast. 'Je wordt er alleen maar lui van. De middle of the road is zo saai dat ik van de weeromstuit voor hobbelige zijpaadjes kies. Je reist er wel minder comfortabel, maar je komt er interessantere mensen tegen'.Omdat hij niet de gevangene van het succes wil worden, besluit Young voortaan lijnrecht tegen de verwachtingen in te gaan. Met het door razernij en ontreddering gevoede Time Fades Away, het sombere On the Beach en het even intense als onopgesmukte Tonight's the Night (een met tequila besprenkelde dodenwake voor gitarist Danny Whitten en roadie Bruce Berry, allebei bezweken aan een overdosis) slaagt hij er prompt in zijn fans van zich te vervreemden. Neil Young voelt er weinig voor publiek bezit te worden en vertikt het zijn hits te spelen. Zijn rafelige optredens worden bijgevolg niet zelden vijandig onthaald. 'Commerciële zelfmoord', roepen de critici in koor. Maar al zijn platen uit de jaren 1970 worden vandaag wél als hoogtepunten beschouwd.De eighties zijn echter een ander paar mouwen. In die periode springt Neil Young van de hak op de tak en brengt hij uitsluitend nonchalante stijloefeningen voort die ogenschijnlijk kant noch wal raken. Nu eens vervormt hij zijn stem op het onherkenbare af met vocoders, dan weer bezondigt hij zich aan lompe synthrock of gaat hij de hort op met een batterij blazers. De ene flop volgt de andere op: het concept lijkt telkens belangrijker dan de muziek zelf.Eén en ander is het gevolg van een reeks turbulente gebeurtenissen in Youngs privéleven. De man is intussen getrouwd met Pegi Morton. Het stel krijgt een zoon, Ben, die ter wereld komt met hersenverlamming. Een noodlottig toeval, want Zeke, het zoontje van Neil Young met de actrice Carrie Snodgress, blijkt (een iets mildere vorm van) dezelfde aandoening te hebben. Wanneer kort daarna bij Pegi een hersentumor wordt vastgesteld, komt er nog een trauma bij. Nadat mevrouw Young is hersteld richt het stel de Bridge School op, bedoeld om kinderen met een zware handicap alsnog zoveel mogelijk vaardigheden bij te brengen. Alleen is de zorg voor school en gezin zo uitputtend dat er nauwelijks meer ruimte overblijft voor creativiteit. In zijn wanhoop maakt Neil Young nog wel muziek, maar hij heeft geen zin meer om zijn diepste zielenroerselen met de wereld te delen. Zijn songs zijn niet langer een expressiemiddel, ze worden een façade waar hij zich achter verbergt.Ook op levensbeschouwelijk vlak komen stoorzenders opzetten. Wanneer in 1970, tijdens aan anti-Vietnambetoging aan de Kent State University, vier studenten door de National Guard worden doodgeschoten, schrijft Young het snijdende anti-Nixonstatement Ohio. Hij steunt ook de presidentscampagne van de democraat George McGovern. Tien jaar later begint hij echter een opmerkelijke flirt met het Reaganisme. Neil Young, intussen teruggeworpen op de traditionele gezinswaarden, is nu veertig en heeft het gevoel dat hij als rocker geen toekomst meer heeft. Dus zoekt hij aansluiting bij de countrygemeenschap, die niet meteen bekend staat om haar progressieve denkbeelden. Met The International Harvesters speelt hij overwegend op het platteland waar conservatieve en nationalistische ideologieën legio zijn. Young neemt het chauvinisme, de koude oorlogstaal en het America First-discours van de Republikeinen over. De linkse liberaal is een rechtse pestkop geworden. De onbegrijpende fans haken massaal af.Het meesterwerk dat in 1989 Youngs creatieve renaissance inluidt, heet Freedom. De plaat, met het anthem Rockin' in the Free World, steunt op verbijstering en woede over de wonden die het Reaganbeleid de Amerikaanse samenleving heeft toegebracht. De armoede, de werkloosheid, het straatgeweld en de drugscriminaliteit zullen Neil Young voorgoed van zijn conservatieve reflex genezen.Sindsdien zet de artiest zich met zijn platen af tegen het buitenlandse beleid van George Bush Jr., spuwt hij zijn gal op de chemiereus Monsanto, werpt hij zich steeds vaker op als een militante milieuactivist en uit hij zijn afkeer van Donald Trump. Youngs protestsongs zijn doorgaans drammerig en pamflettair en behoren zeker niet tot zijn beste werk, maar het feit dat de Canadees zich nog steeds inzet voor een betere wereld, verdient hoe dan ook respect. Zelfs als zeventiger is hij nog niets van zijn grilligheid verloren.'Ik kan niet groeien als ik de mensen alleen maar geef wat ze willen horen', zegt hij. 'Ik wil het bloed door mijn aderen voelen stromen, dus moet ik af en toe alle zekerheden overboord gooien en van nul herbeginnen. Alles is beter dan stil te blijven staan. Want zodra je als artiest stagneert, ben je dood'.De quotes zijn afkomstig uit de biografieën A Dreamer of Pictures van David Downing en Sharkey van Jimmy McDonough. De jongste weken verschenen bij Reprise ook heel wat nieuwe platen van Neil Young: de 10-cd-box Archives II, de ep The Times, de 50th Anniversary-editie van After the Goldrush en de live-registratie Return to Greendale.