Die nieuwe plaat is live opgenomen tijdens vier concerten die de Duitse synthesizer- en pianovirtuoos eind 2018 gaf in zijn zelf gebouwde Berlijnse studio, Saal 3 van het Berlijnse Funkhaus, een strak, statig pand uit communistische tijden waar vroeger de Oost-Duitse staatsradio gevestigd was. En dichter op zijn huid en vingers kun je niet zitten dan in de bijbehorende film, gedraaid met een beperkt maar gehypnotiseerd publiek.
...

Die nieuwe plaat is live opgenomen tijdens vier concerten die de Duitse synthesizer- en pianovirtuoos eind 2018 gaf in zijn zelf gebouwde Berlijnse studio, Saal 3 van het Berlijnse Funkhaus, een strak, statig pand uit communistische tijden waar vroeger de Oost-Duitse staatsradio gevestigd was. En dichter op zijn huid en vingers kun je niet zitten dan in de bijbehorende film, gedraaid met een beperkt maar gehypnotiseerd publiek. Mocht u nu denken dat er aan Tripping with Nils Frahm hallucinogene middeltjes te pas zijn gekomen: de titel is een hommage aan jazzicoon Miles Davis. 'Eind jaren vijftig bracht die met zijn kwintet een reeks albums uit met allemaal gelijkaardige titels: Cookin' with the Miles Davis Quintet, Relaxin', Steamin'... Vandaar dus trippen met Nils Frahm. Dat waren de voorbije twee jaren ook: één lange trip van zo'n 260 concerten, overal ter wereld. Als je zo veel reist, zo lang onderweg bent, verlies je op de duur alle gevoel voor oriëntatie en begin je vanzelf te hallucineren.' Er zijn mensen die ook zonder psychoactieve middeltjes muziek hallucineren: ze zien de noten zweven of horen muziek die er niet is. Is zoiets jou al overkomen? Nils Frahm: Neen. Ik moet wérken voor mijn muziek, niets komt vanzelf. (lacht) Ik ben ook nog nooit wakker geworden met een briljant idee, zoals Keith Richards die ooit de akkoorden van Satisfaction heeft gedroomd. Bij onze vorige ontmoeting vertelde je over Keith Jarretts befaamde livealbum The Köln Concert, hoe dat optreden vooral een gevecht met de 'foute' piano was. Als ik jou in de film zwetend heen en weer zie springen tussen al die toetsenborden lijkt dat ook een soort krachtmeting. Frahm: Die oude analoge synthesizers durven soms te bijten. En dan laat ik ook mijn tanden zien. De synths pushen mij tot het uiterste, en vice versa. Maar die spanning, dat ik elk moment het evenwicht kan verliezen, stuwt me voort. Toen ik jong was, ging ik skaten of rotsklimmen zonder touwen. Voor de adrenaline. Nu speel ik liveconcerten zonder vangnet - of zonder USB-stick, zo je wilt. Net zoals vroeger bij extreme sporten houdt mijn survival instinct me nu overeind, en vind ik de moed om dingen te doen die ik onder normale omstandigheden nooit zou proberen. Dus ja, het is een krachtmeting, tussen mezelf en een hoop oud meubilair met veel toetsen en knoppen. (lacht)Met je vorige livealbum Spaces (2013) wilde je aan het publiek bewijzen dat je meer in je mars hebt dan verstilde pianomuziek spelen. Wat was deze keer je drijfveer? Frahm: De concertfilm zelf. Bij Spaces moest je zelf de ruimte bedenken, deze keer speelt ze de hoofdrol. Er doen op YouTube en zo heel wat livefilmpjes van mij de ronde maar die zijn meestal niet van goede kwaliteit. En ik besteed veel aandacht aan de vorm van mijn releases, aan de kwaliteit van de opnames, van het vinyl... Dus wilde ik eens een concert documenteren dat onderhevig is aan dezelfde kwaliteitscontrole. Wie weet, was dit wel mijn meest ambitieuze liveshow ooit, overstijg ik nooit meer dit niveau. En met de huidige pandemie weet je maar nooit wanneer we nog eens zo vrij over een podium kunnen bewegen met publiek erbij. Dat publiek is af en toe nogal prominent aanwezig, zowel in beeld als op het album. Gedoogde stoorzendertjes of net niet? Frahm: Het is het publiek dat me de energie geeft om zo diep te gaan, hè. Meestal is het ook wel goedgemanierd, toch zeker op de voorste rijen. Er is wel eens een voorval geweest, ergens in Noorwegen, waarbij twee mannen in het publiek op de vuist gingen en er zelfs met een mes gedreigd werd. Rock-'n-roll op een pianoconcert, het kan. (grinnikt) En af en toe valt er eens iemand flauw, zoals vroeger bij The Beatles. Het gebeurt vreemd genoeg bijna altijd tijdens de stille, ingetogen momenten. Misschien vergeten die mensen te ademen of zo? Je bent een notoir perfectionist, maar kan een Nils Frahm-concert ook té perfect, of té mooi zijn? Frahm: Dat gebeurt, ja. De lijn tussen cheesy en oprecht is sowieso dun. Soms lukt het me niet om een connectie te maken met het oorspronkelijke idee achter een compositie - het lukt niet altijd om élke noot met betekenis te vullen - en dan dreigt het snel vaag en prettyish te worden. Dat is het allerergste. Voor foute noten of om technisch op mijn bek te gaan ben ik niet bang. Zolang de energie maar goed zit. Mijn favoriete klassieke pianist, Vladimir Horowitz, speelt heel vaak vreemde noten, noten die er eigenlijk niet horen of die verkeerd klinken. Maar op die momenten hoor je hoe iets oorspronkelijk in zijn hoofd tot stand is gekomen, denk ik. Mocht ík elke individuele noot spelen zoals ze op de notenbalk staat, dan zou ik niet als mezelf klinken. Een perfect concert is dus niet het beste concert. Tripping with Nils Frahm verschijnt bijna dag op dag vijftien jaar na je eerste solorelease, het elektronica-album Streichelfisch. Had je toen, op je 23e, al het parcours voor ogen dat je intussen hebt afgelegd? Frahm: Man, waar jij me aan herinnert... Ik voelde me toen eigenlijk al oud, want ik maak al muziek sinds mijn twaalfde. Ik heb Streichelfisch destijds naar verschillende platenfirma's gestuurd - Warp, XL Recordings, alle 'coole' labels - maar vond nergens gehoor. Die plaat was een laatste wanhoopspoging om mijn kinderdroom waar te maken: soloartiest worden. Maar eigenlijk heb ik er een hoofdstuk mee afgesloten. Daarna heb ik twee jaar gewerkt als geluidstechnicus. Tot mijn maatje Peter Broderick me na lang aandringen overhaalde om mijn pianocomposities op te nemen. Dat werd Wintermusik (2009), mijn échte debuut, en dat had wel weerklank. Wat toen eigenlijk behoorlijk verwarrend was. (lacht)Ambre, de openingstrack van die ep, is nog altijd je populairste track op Spotify. Frahm: (knikt) Typisch, toch? De korte, schattige ouvertures zijn altijd de stukken die mensen onthouden, en de tracks die geïsoleerd worden in playlists. Dus ja... Maar om op je vraag over mijn parcours te antwoorden: zelfs nadat The Bells (ook 2009, nvdr.), mijn eerste echte album als solopianist, was verschenen, wist ik nog altijd niet goed waar ik heen wilde. Tot en met Spaces leefde ik van maand tot maand, en was ik nog altijd bezig met mixen en masteren voor andere artiesten. Chantal Acda, bijvoorbeeld - een landgenote van je, geloof ik. Een Nederlandse die we liefdevol geadopteerd hebben. Ik heb trouwens een citaat voor je van een landgenoot. Pianist Wouter Dewit, voor wie je een voorbeeld bent, zei in de krant: 'Wat Miles Davis voor de jazz heeft betekend, is Nils Frahm voor de neoklassieke muziek.' Frahm: Wow. Ik ken hem niet, maar dat is zeer flatterend. Persoonlijk hou ik wel niet van dergelijke vergelijkingsspelletjes. Zeker niet met oude grootheden. Ik zal dus nog spijt krijgen van die albumtitel, ik voel het al. (grijnst)Jouw naam is dé referentie geworden bij elke nieuwe naam in de hedendaagse neoklassiek of minimale pianomuziek, een stroming die furore maakt in allerlei Spotifylijstjes... Frahm: En waarvoor ik alle schuld op mij neem. (lacht) Mijn vrienden lachen me er soms mee uit: Nils' gigantische leger pianisten. Het is oké, ik heb er geen probleem mee om mijn verantwoordelijkheid te nemen. Je hebt een soort monster gecreëerd? Frahm: Dat was in elk geval nooit de bedoeling. Van wat ik als solopianist doe, is het maar een heel klein stapje naar iets flauws en zoeterigs, als een dessert waar enkel suiker in zit. Een mooie melodie is louter een mooie melodie als er geen integriteit of niet wat bitterheid in zit. Iets waar ikzelf telkens naar streefde. Ik was trouwens niet altijd tevreden, hoor, over die vroege, simplistische composities. En ik was zeker niet onder de indruk van mijn eigen spel. Het enige excuus dat ik voor mezelf kan inroepen, was dat ik tenminste iets probeerde te maken van mijn beperkte techniek en mijn dito opnamemogelijkheden. Ik had toen geen mooie studio, geen vleugelpiano en geen goede microfoons, maar mijn amateurisme was wel een leidraad in het zoeken naar mijn eigen geluid. Een aanpak die misschien makkelijk te kopiëren is, en daarin schuilt het gevaar voor anderen: jezelf bewust beperken is iets helemaal anders dan je beperkingen onderkennen. Een pianist die denkt het vandaag te maken door de regels van het minimalisme te volgen maakt het zichzelf alleen maar moeilijker om zijn eigen stem te vinden. Tegenwoordig moet ik niet meer in mijn slaapkamer opnemen, of stil zijn voor de buren, en maar goed ook. Mijn inspiratie wordt niet meer beperkt. Je hebt niet alleen een eigen studio, maar samen met je manager nu ook een eigen productiebedrijfje, Leiter. Wat zijn de plannen? Frahm: Behalve een vehikel voor een hoop praktische zaken - de productie en verkoop van merchandise, bijvoorbeeld - is het vooral de bedoeling onze knowhow en infrastructuur ter beschikking te stellen van anderen. Ik hoef hier niet elke dag in de grote studioruimte te zitten, dus waarom ze niet af en toe verhuren? En ik heb opnieuw zin om achter de knoppen te zitten en albums te producen. Een grote, professionele ruimte zoals deze biedt gigantische mogelijkheden, zelfs voor orkesten, maar is doorgaans onbetaalbaar voor jonge artiesten, zeker zonder de steun van een grote platenfirma. Ik zou het geweldig vinden mocht iemand hier de nieuwe Dark Side of the Moon kunnen maken, zonder op voorhand failliet te gaan. En als de nieuwe Nils Frahm zich aandient? Frahm: Dan hoop ik in de eerste plaats dat hij of zij net zoals ik de inspiratie ergens anders dan op Spotify is gaan halen. (grijnst)