Maandagnamiddag, de kerktrappen van Moen. Van zijn allereerste intrede in deze dorpskom - toevallig enkele weken eerder tijdens een weekendje weg - had uw reporter drie beelden opgeslagen: een centraal plein dat zich moedeloos in zijn lot als parkeerplaats schikt, een brede verbindingsas die ooit scheef is getekend, en naast de kerk de mogelijke oorzaak van die onvaste hand: een cluster van uitnodigende cafés, op dit uur van de week en dag weliswaar nog dicht. 'Dit is Ter Moude', zegt Michiel Libberecht (28), zanger, gitarist en songschrijver van Mooneye, over de straat vol terrassen. 'Vroeger de hoofdstraat van Moen, met de beenhouwer, de bakker en de apotheek, nu een straat vol cafés. Wat verderop, nog voor je aan het kanaal Bossuit-Kortrijk bent, ligt het café van mijn vader en broer, Bij Julo.'
...

Maandagnamiddag, de kerktrappen van Moen. Van zijn allereerste intrede in deze dorpskom - toevallig enkele weken eerder tijdens een weekendje weg - had uw reporter drie beelden opgeslagen: een centraal plein dat zich moedeloos in zijn lot als parkeerplaats schikt, een brede verbindingsas die ooit scheef is getekend, en naast de kerk de mogelijke oorzaak van die onvaste hand: een cluster van uitnodigende cafés, op dit uur van de week en dag weliswaar nog dicht. 'Dit is Ter Moude', zegt Michiel Libberecht (28), zanger, gitarist en songschrijver van Mooneye, over de straat vol terrassen. 'Vroeger de hoofdstraat van Moen, met de beenhouwer, de bakker en de apotheek, nu een straat vol cafés. Wat verderop, nog voor je aan het kanaal Bossuit-Kortrijk bent, ligt het café van mijn vader en broer, Bij Julo.' Julo Depraetere, naar wie het café vernoemd is, was een wielrenner die ooit de tweede plaats behaalde in Kuurne-Brussel-Kuurne en Brussel-Luik, na zijn fietscarrière voorzitter werd van voetbalclub F.C. Moen, en zich tot aan zijn dood in 2005 liet eren in het volkscafé van zijn vrouw Denise. Enkele jaren na haar dood, kochten de ouders van Michiel Libberecht de zaak. Sinds deze zomer staat jongere broer Ward er achter de toog. De familie Libberecht zit stevig verankerd in de Moense grond. Michiels grootouders hadden er een boerderij, zijn ouders wonen er nog altijd en de muzikant zelf is nog maar twee jaar geleden naar Kortrijk verkast. Michiel Libberecht: Vroeger repeteerden mijn broer en ik met onze stonerrockband Forward in de kelder van ons huis. De buren hebben elke repetitie gehoord, maar nooit geklaagd. (lacht) Aan de overkant van het plein zitten de verenigingen: de voetbalclub en de jeugdbewegingen. Zelf heb ik in de scouts gezeten. Op de jaarlijkse kermis hadden we een podium, waar ik vaak heb opgetreden. Eerst met Forward, en later solo. Voor een klein dorp als Moen worden er veel evenementen georganiseerd. Als jonge muzikant voel je je vree ondersteund door mensen die vroeger ook muziek hebben gespeeld, de oude rockers zeg maar. 'Moen Oltegoare', Moen tezamen dus, staat daar op een affiche. Heet de kermis zo? Libberecht: Nee, Moen Oltegoare is een ander initiatief. Alle cafébazen van Moen baten dit weekend samen een café uit aan het pleintje bij de voetbalclub. Nu ja, op twee na. Moen heeft acht cafés. Een hoog cijfer in verhouding tot het bevolkingsaantal. (lacht)Voor eens en altijd: wat is de connectie tussen Moen en je bandnaam? Libberecht: Gelukkig toeval. Ik was niet aan het puzzelen met 'Moen', maar wou wel één mooi woord als bandnaam. Bij sommige groepsnamen weet je meteen hoe een band klinkt, en ik wou net ruimte laten voor interpretatie. Ik wist niet dat ' eye' en ' moon' samen ook werkelijk een betekenis hebben (mooneye is de naam van een Noord-Amerikaanse zoetwatervis, nvdr .). (staat stil) Kijk, we zijn bij Julo. *** Wielerbekers, vergeelde foto's van Julo Depraetere en vader Luc die de vloer aan het schrobben is. We betreden het café van de familie Libberecht. 'Ik organiseer hier morgen een vergadering. We hebben gene powerpoint of beamer, maar dit is véél efficiënter dan een zaal huren.' Toch maar eerst een wandeling dan. Libberecht voert ons in een wijde boog om zijn thuisdorp heen, langs paadjes, bosjes en pleintjes. Voor je Mooneye oprichtte, heb je een tijdje solo opgetreden als Mickey Doyle. Waarom leek jou dat zo'n goed idee? Libberecht:(lacht) Ik luisterde toen veel naar artiesten die onder hun eigen naam optreden, zoals Mark Lanegan. Als kind was ik fan van Ierse en Keltische muziek. Maar ik wou mezelf vooral niet te serieus voordoen, om druk of verwachtingen te vermijden. Mickey Doyle begon als een eenvoudig soloproject. Ik speelde liedjes met drie akkoorden op een akoestische gitaar. Vrij snel bleek er solo meer te bewegen dan bij Forward. Omdat mijn stem solo puurder overkomt, en de nummers eenvoudig en poppy zijn. Op de Gentse Feesten van 2017 speelde ik een van de laatste shows als Mickey Doyle en heb ik de talentenjacht Jonge Wolven gewonnen. Toen het publiek ging geloven dat ik écht een Ier was, had Mickey Doyle zijn tijd wel gehad. Zo grappig was die naam nu ook weer niet. In de zomer van 2018 wou ik een ep opnemen en ben ik bij Pascal Deweze beland. Ik had nog geen groep, maar wou wel drums en extra gitaren inzetten. Op het podium voelde ik bij bepaalde nummers: dit moet ik met een band spelen. In 2019 won je met Mooneye De Nieuwe Lichting. Zevende keer, goede keer. Libberecht: Ik heb inderdaad sinds 2013 elk jaar meegedaan. Met Forward zijn we zo een keertje op de radio gedraaid, wat we al zot vonden. Het is niet zo uitzonderlijk dat je blijft deelnemen aan zo'n wedstrijd. Waarom zou je het niet doen? Één klik en je bent ingeschreven. Ik ben blij dat we niet vroeger zijn gewonnen. We waren er klaar voor. Na zo'n overwinning moet je live gaan spelen en verwacht men al snel een tweede single. Wij hadden toen net een ep uitgebracht. Je kunt altijd nog beter voorbereid zijn, maar zeker ook minder. ( lacht) De luisteraars van StuBru duiden de winnaars van De Nieuwe Lichting aan. Dat je hier in de streek al goed bekend bent, heeft in jullie voordeel gespeeld. Had je met de scouts ook geen festivalletje in Moen georganiseerd? Libberecht: Ja, Mouwerock. Mouwe is een oude naam van Moen. Net als Mulnis, trouwens. De eerste editie van Mouwerock vond plaats in 2015. Een jaar later hebben we er een idee aan gekoppeld waar ik al láng mee rondliep: een trottinettenkoers. (lacht) Het is eens iets anders dan een fuif. Ik was toen de voorzitter van de vzw achter het festival. We waren een soort oudercomité: als er geld over was, ging dat naar een nieuwe tent voor de lokale scouts. Ondertussen maak ik alleen nog de affiches. Je hebt grafische vormgeving gestudeerd, maar sinds je De Nieuwe Lichting won, ben je voltijds muzikant. Libberecht: Na De Nieuwe Lichting was het plots een stuk meer gerechtvaardigd om mijn gewone job op te geven. Ik werkte om mijn muziek te bekostigen, mijn spaargeld zit in de ep. Ik heb gewerkt in de keukens van Volvo Gent, bij een chocolatier, en bij een begrafenisondernemer. Ik maakte er rouwkaartjes en -brieven maar stond na een tijdje ook kisten en urnen te verkopen. Toen begon ik toch te denken: waar ben ik in godsnaam beland? ( lacht) Veel songs op Big Enough gaan over die onzekerheid. Libberecht: Ik heb het nummer Big Enough geschreven net voor we naar de studio trokken, en vond de titel wel bij de plaat passen. ' Big enough' is ambigu. Vraag je je af of je wel goed genoeg bent, of is het een bevestiging: hier sta ik? Als we het nummer live spelen, komt vooral dat laatste naar voren. Maar ik blijf een twijfelaar. Tegelijk kan ik heel openhartig babbelen met mijn ouders en vrienden. Ik laat veel input toe. Soms te veel misschien, wat dan weer een nieuwe bron van onzekerheid is. (lacht)Mag ik aannemen dat Bright Lights, Only Because of Her Eyes en If We Hadn't Met over onenightstands gaan? Libberecht:(lacht) Euh... Ja, maar ... (herpakt zich) Bright Lights gaat toch wel wat breder dan dat. ' I met someone new last night / I don't know her name. ' Ver hoeven we het nochtans niet te zoeken. Libberecht:(lacht) Dat nummer gaat inderdaad over gewoon je zin doen, zonder te veel vragen te stellen. Maar in If We Hadn't Met zit die twijfel weer. En Only Because of Her Eyes gaat over spijt. Ik vind het fijn dat je opmerkt dat de plaat niet over één persoon gaat. Onlangs vroeg iemand mij of het een break-upplaat geworden is. Dat is het níét. En toch zijn Not the One en Don't Ask Where I'll Be songs waarin je het onomwonden met iemand uitmaakt. Je schrijft heel direct, dat heb je met The Bony King of Nowhere gemeen. Libberecht: Net om die reden ben ik een grote fan van Bony King en Strand of Oaks. Ik kan nog geen sterke poëtische teksten schrijven, en dan ben ik beter zo onverbloemd mogelijk. Ik heb de nummers op Big Enough gedurende een periode van enkele jaren geschreven. Wat mij daarin is overkomen, maakt, euhm, deel uit van jong zijn. *** Uitgerekend nu Libberechts antwoorden beduidend korter worden, bereiken we Bij Julo weer. Hij reikt twee opties aan: we kunnen in de tuin gaan zitten of nog even verder struinen. 'Ik wil niet dat mijn vader ons hoort, dan voel ik me niet helemaal op mijn gemak. Al zal hij het artikel wel lezen, hoor.' Volgens je broer, wie je soms helpt tappen, klik je door naar het volgende nummer als er in de playlist van het café een nummer van Mooneye passeert. Libberecht:(lacht) Daar kan ik echt niet tegen. Raar hé, ik sta op een podium en wil dat mijn muziek gehoord wordt. Maar als er plots een song van Mooneye speelt, loop ik weg. Tenzij ik vree zat ben, dan zou ik er misschien op dansen. (lacht) De eerlijkheid van de nummers doet me ineenkrimpen. Vandaar die monumentale steen op de hoes. Die verstopt zich niet. *** Intussen is de fotograaf aangekomen en neemt Libberecht ons mee naar het terrein van F.C. Moen. Hij speelde er tot zijn zeventiende, en wijst van achter de tribune de boerderij van zijn grootvader aan. Ter hoogte van de cafetaria stuiten we op mensen die het fameuze Moen Oltegoare aan het opbouwen zijn. Libberecht kent ze allemaal. 'Wie we daar hebben! Hij keert graag terug naar Moen, hé', lacht iemand broederlijk. Of zijn vader mee zal komen helpen, vraagt een ander. 'Dan zal hij zich toch frisser moeten voelen dan gisteren!' Met het daaropvolgende lachsalvo nog in de oren bereiken we even later voor de derde keer Bij Julo. De man des huizes is gelukkig nergens meer te bespeuren. Wannes Cappelle van Het Zesde Metaal is na jaren in Antwerpen weer in het naburige Zwevegem komen wonen. In een voormalig café, nota bene. Libberecht: Ik ben er onlangs geweest. (glimlacht) Wannes woont in een prachtig oud café, maar het gebouw heeft een heel andere stijl dan Bij Julo. Het is chiquer. Wannes heeft deze zomer in zijn living kleine concerten georganiseerd. Onder meer Meskerem Mees (die op de plaat van Mooneye meezingt in Bright Lights , nvdr.) heeft er opgetreden. Ik ken Wannes sinds zijn manager en jeugdvriend ook mijn manager is geworden. Verder heb je nog wel wat bands in de streek. Wolker bijvoorbeeld, de groep van Gert-Jan Loobuyck, een jeugdvriend van mij uit Avelgem, die vorig jaar tweede werd in Humo's Rock Rally. En Jonas Desmet, die vroeger bij Forward speelde, heeft onlangs Pingpongclub opgericht. Een bánd, ja. (lacht)Ik heb gehoord dat er aan deze toog al eens Mooneye-fans zaten die helemaal uit Brussel kwamen. Libberecht: Klopt. Waarschijnlijk waren ze toevallig in de buurt, maar toch. Zot. Ze moeten de sessie die ik hier heb gespeeld op YouTube hebben gezien, en gelezen dat ik het nummer Fix the Heater in dit café heb geschreven. Geïnspireerd door die gaskachel daar. Libberecht: Ja. Maar laten we dat niet overdrijven. Ik heb hier al vaker songs geschreven, maar in Fix the Heater is de verwijzing overduidelijk. Mijn vader was hier toen toevallig met een technicus de kapotte kachel aan het herstellen. Mijn broer vertelt dat verhaal graag, maar ik heb de indruk dat hij het elke keer een beetje groter maakt. (lacht)