Minstens de helft van mijn opvoeding als tiener kwam uit de cultuur van de hardcore en punkrock. Hoewel ik al vijftien jaar geen muziek meer speel of me op andere manieren voor de scene inzet, zijn de principes, gewoontes en prioriteiten die ik daar vond nog steeds degene waar ik vandaag mijn beslissingen op baseer, persoonlijk of zakelijk.
...

Minstens de helft van mijn opvoeding als tiener kwam uit de cultuur van de hardcore en punkrock. Hoewel ik al vijftien jaar geen muziek meer speel of me op andere manieren voor de scene inzet, zijn de principes, gewoontes en prioriteiten die ik daar vond nog steeds degene waar ik vandaag mijn beslissingen op baseer, persoonlijk of zakelijk. Voor wie er een voordeel mee wil doen, de regels komen min of meer neer op: familie en vrienden doen ertoe, al de rest kun je missen als het moet, dus leef vrij van geest en leef goed. Geld of bezit zullen nooit bepalen waar ik ga. Niemand zal ooit mijn baas zijn, wat een naamkaartje of een stuk papier ook moge beweren. Waar ik ongelukkig ben, daar ga ik weg. Plezier maken terwijl mijn broer of zus op de grond ligt, is onmogelijk. Een stem dient om opbouwend kritiek te geven, niet om negatief te zijn zonder iets toe te voegen. Te veel macht of te veel geld is altijd slecht. Wat je ook doet, als er geen kameraadschap en plezier bij komen kijken, dan is het waardeloos. Lach met alles, begin met jezelf. Ik geloof dat sommige trajecten tijdens je jeugd het denkkader van een mens zodanig kunnen beïnvloeden dat ze je hele leven sterk mee zullen bepalen. Bijvoorbeeld: naar de scouts of de Chiro gaan, rechten of geneeskunde of economie studeren, elk weekend pillen pakken in The Villa, jezelf opsluiten om tegen je vijftiende een jaar te pieken als turnster, bij een rechtse studentenvereniging gaan en andere mensen walgelijke shit laten doen. Een interessante vraag - daarom stel ik ze dus maar even zelf - is daarbij: vindt de mens het traject, of omgekeerd? Met andere woorden, zoeken we iets wat ons bevestigt en versterkt, of worden we als het ware ingevuld. Harry Mulisch wist alvast: schrijver word je niet, als schrijver word je geboren. Of: bepaalde persoonlijkheidskenmerken kun je nu eenmaal niet aanleren. In die zin was de hardcorescene waar ik in rolde misschien meer het huis dat ik onbewust had gezocht dan wat anders. Hard en luid om de buitenwereld buiten te houden, no-nonsense en veel lachen achter de schermen. Nou, daar kon ik wel wat mee. Respect en vriendschap waren zowat de modewoorden toen. We probeerden die ook toe te passen, en dat lukte meestal. Eigenlijk was de hardcorescene woke voor een leger Instagramprofeten dat woord van de zwarte beweging pikte om er belerende story's over te maken vanuit hun driegevelwoning in de verkaveling. En jongens toch, ook in de scene werd er gepreekt en gezaagd en moralistisch geluld, net zoals nu, maar toen kreeg je tenminste een klap op je kop als het te lang duurde. Daarvan zou ik er nu soms ook graag een paar uitdelen, maar dat zou dan weer 'toxisch' zijn, zeker? Ook wij hadden onze onnozele trends, onze cool kids en heel, heel veel drama. Ik was trouwens slechts een groentje, enkele jaren jonger dan de big boys, dus pikte ik met die naïeve blik enkel mee wat ik kon, en dat zijn twintig jaar later nog steeds vooral goede dingen. En de muziek was ook niet slecht.