Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn het Verenigd Koninkijk en vooral Amerika de popculturele wereldmachten, maar de wind is aan het keren. De opmars van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische artiesten in het spoor van Despacito zet zich verder, de Zuid-Koreaanse hitfabriek van de K-pop blijft op volle toeren draaien en nu mengen ...

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn het Verenigd Koninkijk en vooral Amerika de popculturele wereldmachten, maar de wind is aan het keren. De opmars van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische artiesten in het spoor van Despacito zet zich verder, de Zuid-Koreaanse hitfabriek van de K-pop blijft op volle toeren draaien en nu mengen zich ook steeds meer producers en performers uit het Afrikaanse continent in de debatten. Vergis u niet: als Madonna een woordje Spaans of Portugees zingt op haar zuiders getinte album Madame X, als een rist West-Afrikaanse gasten meedoet op Beyoncé's The Lion King: The Gift, is dat om een graantje mee te pikken van de rijke oogst aan Afrikaanse en latinopop die tegenwoordig ook in het Westen stevig opgang maakt. De Nigeriaanse klepper Burna Boy werkte dit jaar samen met r&b-ster Future en producer Skrillex, is te horen op de nieuwe Stormzy en verkocht Wembley uit (en in ons land Paleis 12 op de Heizel). Zijn landgenoten Yemi Alade en WizKid braken YouTube- en Spotify-records. In Spotify's African Heat-playlist kun je hen spotten naast namen als Chris Brown, Ed Sheeran en Tyga, die op de nieuwe golf meesurfen. Ook in Latijns-Amerika zetten steeds meer artiesten hun voet naast die van westerse collega's. J Balvin (Colombia), Anitta (Brazilië) en Ozuna (Puerto-Rico) zijn geen exotische uitzonderingen meer, maar eisen hun deel van de koek op. Het Amerikaanse indiebastion Pitchfork zette X 100pre van de Puerto-Ricaanse reggaetonzanger Bad Bunny op zes in zijn lijst van beste albums van het jaar. Drake doet daarop mee, voor de gelegenheid zowaar in het Spaans. Vergeet dat oubollige etiket 'wereldmuziek', in 2019 ging pop keihard internationaal.