In 1988 waait er een verfrissende bries door het rocklandschap, in de vorm van indie-classics als Daydream Nation van Sonic Youth, Bug van Dinosaur Jr, Isn't Anything? van My Bloody Valentine, House Tornado van Throwing Muses en dus ook Surfer Rosa, het zeer tot de verbeelding sprekende langspeeldebuut van Pixies.
...

In 1988 waait er een verfrissende bries door het rocklandschap, in de vorm van indie-classics als Daydream Nation van Sonic Youth, Bug van Dinosaur Jr, Isn't Anything? van My Bloody Valentine, House Tornado van Throwing Muses en dus ook Surfer Rosa, het zeer tot de verbeelding sprekende langspeeldebuut van Pixies.Het gezelschap uit Boston komt op de proppen met een album vol licht ontvlambare, furieuze hardcorepunk waar een melodieus poprandje aan zit. Daarmee laat Pixies zich voor het eerst zien als de band van extremen die ze ook vandaag nog is en legt ze ook het fundament voor de hard-zacht-hard-dynamiek waar bands als Nirvana later rijk mee zullen worden. De viscerale sound van Pixies steunt echter net zo goed op de schreeuwerige, half-hysterische zangpartijen van Black Francis en op diens grillige, afgekloven songstructuren vol verrassende wendingen. De muziek van het kwartet is tegendraads en intens, nerveus en spontaan, explosief en gebald. 'Als tweeminutensongs goed genoeg waren voor Buddy Holly, dan zijn ze dat zeker ook voor ons', aldus de voorman van de groep.Pixies ontstaat halverwege de eighties aan de universiteit van Massachussetts, waar Black Francis (echte naam: Charles Thompson IV) en de Filipijnse gitarist Joey Santiago in hetzelfde studentenhuis wonen. Via een advertentie in de plaatselijke krant gaan ze op zoek naar een bassiste die zowel de punkrock van Hüsker Dü als de folk van Peter, Paul & Mary moet kunnen smaken. Kim Deal, een laborante die zich op dat moment nog Mrs. John Murphy laat noemen, heeft nog nooit een bas aangeraakt, maar voelt zich aangesproken. David Lowering, een collega van haar echtgenoot, is toevallig drummer en maakt de line-up compleet.De eerste demo van de groep, The Purple Tape, belandt op de kantoren van het Britse label 4AD. Acht tracks van die opname komen in 1987 terecht op de mini-lp Come On Pilgrim. De muziek - rafelig, schurend en zo scherp als een scheermes - brengt vooral in Europa een kleine aardverschuiving teweeg. Dat heeft voor een deel ook te maken met de teksten, die naar het Oude Testament verwijzen en over incest, reïncarnatie en een meisje met een terminale hersentumor gaan. Pixies klinkt als niemand anders, Black Francis en de zijnen worden plotsklaps de nieuwe helden van het college-circuit.Surfer Rosa, dat het licht ziet op 21 maart 1988, bouwt voort op de thema's en het rauwe gitaargeweld van Pilgrim en combineert onconventionele, vaak contrasterende stijlen: punk, sixtiespop en surfrock, maar ook fiftiesdoowop en vroege r&b. Maar ook al pleurt de groep zoveel mogelijk willekeurige ingrediënten in de kookpot en zijn de songs even chaotisch als onstuimig, steevast hebben ze hooks die in je geheugen blijven hangen. Pixies balanceert tussen experimenteel en bedachtzaam, maar razendsnel gespeelde, net niet uit de bocht vliegende nummers als Something About You of I'm Amazed hebben tegelijk iets nonchalants. 'Niet dat onze plaat zó radicaal of extreem klonk', vindt Black Francis. 'Alleen: het verschil met wat je in die dagen op de radio hoorde was kolossaal.' Zelf noemt hij Iggy Pop en Violent Femmes als inspiratiebronnen, terwijl gitarist Joey Santiago instinctief iedereen wantrouwt die níet naar The Velvet Underground luistert.Op de inmiddels iconisch geworden hoes van Surfer Rosa prijkt een zwart-witfoto van een halfnaakte flamencodanseres in een Spaans bordeel, met op de muur een opvallend aangebrachte crucifix. Religie zal in de songs van Pixies altijd een belangrijke rol blijven spelen. Black Francis beschouwt zichzelf weliswaar als een atheïst, maar is opgegroeid in een milieu van evangelische christenen. Zijn ouders zijn lid van de pinksterbeweging en, zoals blijkt uit zijn latere platen, is de bijbel voor hem vertrouwde lectuur.De meeste nummers van het kwartet zijn het product van automatic writing, wat verklaart waarom ze zo abstract aandoen. 'Ik heb weinig vat op de inhoud van mijn songs', zegt Francis. 'It's just what comes out'. De zanger heeft een zwak voor de surrealistische films van Luis Buñuel (op Doolittle, de opvolger van Surfer Rosa, verwijst hij letterlijk naar diens Un Chien Andalou) en David Lynch (een cover van de song In Heaven, uit de soundtrack van Eraserhead, stond al op de eerste demo van Pixies), maar ook de absurdistische theaterstukken van Samuel Beckett hebben indruk op hem gemaakt. Net als zijn favoriete schrijvers en cineasten streeft hij in zijn werk een zekere vaagheid na en laat hij veel onuitgesproken. 'Mocht ik alle onderdelen van het verhaal prijsgeven, dan zou dat alleen maar saaie, doodgeboren liedjes opleveren', stelt de opper-Pixie. 'Net het mysterieuze trekt de aandacht van de luisteraar. Een goeie song moet er uitzien als Zwitserse gruyère: hij moet vol gaatjes zitten'.Black Francis goochelt om de haverklap met onverwachte beelden en manifesteert zich nog vaker als een graficus dan als een literator. Zijn nummers leunen nauw aan bij stripverhalen of animatiefilms. Eén van die klank geworden cartoons is Tony's Theme, over een jeugdige superheld die met wasknijpers speelkaarten op de spaken van zijn fiets aanbrengt om op een stoere hell's angel te lijken.De zanger is ook gefascineerd door de kwetsbaarheid van het menselijk lichaam. In veel van zijn songs verwijst hij naar fysieke letsels of vormen van mutilatie. Op Surfer Rosa doet hij dat onder meer in Break My Body en Broken Face. Waar het eerste precies over gaat is niet geheel duidelijk, maar een regel als 'Somebody Got Hurt' klinkt al dreigend genoeg. In het tweede nummer is, net zoals in Nimrod's Son uit Come On Pilgrim weer sprake van een incestueuze relatie: 'There was this boy who had two children with his sister'. In Bone Machine - sleutelzin: 'You're so pretty when you're unfaithful to me'- blijkt een gevaarlijke pedofiel rond te lopen ('He bought me a soda and tried to molest me in the parking lot') en in Cactus, een T. Rex-pastiche die later door David Bowie zal worden gecoverd op zijn cd Heathen, zitten nog méér verwijzingen naar perversie. De ik-figuur is een bajesklant die van zijn vriendin wel zeer bizarre dingen verlangt: 'Bloody your hands on a cactus tree / Wipe it on your dress and send it to me'.Eén van de populairste tracks uit Surfer Rosa blijft het vaak door andere artiesten opgenomen Where is My Mind. Black Francis schrijft het na een partijtje diepzeeduiken in de Caraïbische zee en naar zijn zeggen gaat het over 'de diepe kloof tussen de materiële en spirituele werelden', wat filmregisseur David Fincher er wellicht toe inspireert het te gebruiken in de spectaculaire slotscène van Fight Club.Geweld mag dan een steeds terugkerend thema zijn in het Pixies-universum, sardonische humor en zelfs slapstick zijn nooit veraf. Neem nu het catchy, door Kim Deal gezongen Gigantic, waarin de bassiste zich lyrisch toont over de seksuele prestaties van een groot geschapen zwarte man, of River Euphrates, waarin het hoofdpersonage, wanneer hij tijdens een rit door de Gazastrook met een lege benzinetank komt te zitten, een rivier oversteekt, dobberend op een autoband. Geografisch lijkt een en ander niet te kloppen, maar zoiets zal Black Francis worst wezen.Twee songs uit Surfer Rosa worden, net als Isla de Encanta uit Come on Pilgrim, geheel of gedeeltelijk in het Spaans gezongen. Daardoor krijgen ze vanzelf een exotisch karakter. Als antropologiestudent heeft de zanger zes maanden in Puerto Rico doorgebracht en er zijn talenkennis bijgespijkerd. Dat leidt tot Oh, My Golly en de verwrongen rockabilly van Vamos, waarin de eunuchenstem van Black Francis op hol slaat als een paard dat net een elektrische schok heeft gekregen.Wat het langspeeldebuut van Pixies voorts bijzonder maakt, is de samenwerking met undergroundproducer -zelf noemt hij zich liever geluidsingenieur- Steve Albini. De spilfiguur van bands als Big Black en Rapeman weet, door de ingenieuze plaatsing van microfoons, bands live in de studio op te nemen en hen te doen klinken zoals in hun repetitieruimte. Dat bezorgt Surfer Rosa een unieke sound die een diepgaande invloed zal hebben op de grunge-generatie. Zijn werk met Pixies drijft zowel PJ Harvey als Nirvana in zijn armen om respectievelijk Rid of Me en In Utero in te blikken. Albini neemt niet alleen conversatieflarden op, die hij tussen de tracks monteert, hij experimenteert ook nog op andere vlakken. In Something About You jaagt hij de stem van Black Francis door een gitaarversterker om ze extra te vervormen, hij neemt de zangpartij van Gigantic op in de toiletten om de natuurlijke echo te kunnen gebruiken en laat Joey Santiago tijdens de reprise van Vamos allerlei geschifte gitaarpartijen spelen, die hij vervolgens uit elkaar rafelt en terug samenplakt tot één definitieve solo. Al die ingrepen maken Surfer Rosa tot één van de ultieme cultplaten van de eighties, al kun je bezwaarlijk van een commercieel succes spreken: de plaat haalt pas zeventien jaar na haar oorspronkelijke release goud in de VS. Voor Black Francis is dat echter geen punt. Want zoals hij ons ooit zal toevertrouwen tijdens een interview: 'It's only volume and entertainment'.