De weg die Marc Mâhfoud, zoals hij voluit heet, aflegde om in de dancewereld terecht te komen is al evenmin typisch: vóór hij zich toelegde op house en hypnotische electronica heeft hij klassieke gitaar gestudeerd. En zijn fysieke weg leidde van Aleppo naar Maastricht. Die achtergrond hoor je nog steeds op zijn in maart verschenen album The Fear of Dying with Potential.

Marc Mâhfoud: Mijn familie behoort tot de christelijke minderheid in Syrië. Mijn ouders zijn in 1994 geëmigreerd, lang voor de oorlog dus, toen Hafiz al-Assad, de vader van de huidige president, nog aan de macht was. Mijn moeder was erg jong en studeerde nog, mijn vader was een ondernemer die in Spanje film gestudeerd had en in Duitsland even voor de Syrische ambassade had gewerkt. De christenen hebben het altijd moeilijk gehad in Syrië en toen onze situatie niet meer vol te houden was, ging het dus naar Duitsland.

Jullie Belgen weten echt wat feesten is! En Oscar and the Wolf: gewéldige band!

Maar jij bent uiteindelijk in Nederland beland?

Mâhfoud: In 2009 ben ik samen met een vriend naar Maastricht getrokken om er aan de universiteit de bachelor European Studies te volgen. Ik wilde graag voortstuderen in het Engels en de hele geschiedenis en politieke evolutie van Europa heeft me altijd geboeid.

Wanneer is muziek een rol van betekenis in je leven beginnen te spelen?

Mâhfoud: Al van bij mijn geboorte, eigenlijk. Muziek is belangrijk in álle Syrische gemeenschappen. Het is er simpelweg onmogelijk om als familie samen te komen zónder dat er muziek gespeeld, gezongen en gedanst wordt. Elk etentje mondt uit in een nachtelijke jamsessie. Elk gezin heeft minstens één 'ster' die uitblinkt op het ene of andere instrument of goed kan zingen. Ik was destijds te jong om echt deel te nemen aan die avonden - we zijn op mijn vierde verhuisd - maar in Duitsland organiseerde ik van kleins af al woonkamerconcertjes. Onbewust zette ik zo onze familietraditie verder. Vooral mijn vader vond het heel belangrijk dat ik al vroeg zo veel mogelijk vaardigheden leerde, waaronder muziek. Later ben ik dan klassieke gitaar gaan studeren. Muziek is voor mij een bron van comfort en warmte, iets dat diep in mijn identiteit ingebakken zit. Als ontworteld iemand bepaalt muziek zelfs mijn hele definitie van 'thuis'.

Zie je jezelf als Syriër, als Duitser of als Nederlander?

Mâhfoud: In Duitsland heb ik lang mijn afkomst verwaarloosd. Als migrant ga je gebukt onder stereotypen. Ik was 'de Arabier' of 'de moslim'. Onderscheid tussen de verschillende religies, culturen en nationaliteiten maken de meeste mensen niet. Ik heb zelfs lang beweerd dat ik Grieks ben. Mensen zien het verschil toch niet, en niemand die iets weet over of iets heeft tegen Grieken. Toen toch niet. (lacht) Pas toen ik in Maastricht ging wonen, ben ik me beginnen te verzoenen met mijn roots. Ik kwam er terecht tussen goed opgeleide, creatieve mensen die met een open blik naar de wereld keken, die het net erg interessant vonden dat ik uit Syrië afkomstig was. Ik had geen nood meer aan een masker. 'Tiens,' dacht ik, 'misschien moet ik ook zélf eens wat beginnen bij te leren over mijn roots.' En zo kwam ik terecht bij de Assyrische cultuur, bij Babylon en Mesopotamië. Mijn wortels liggen in de bakermat van de beschaving, iets om trots op te zijn.

Aan sommige promotoren vraag ik zelfs om me niet meer te boeken na een bepaald uur. Je hoort het: ik ben altijd de saaie piet.

De openingstrack van je album is opgebouwd rond een Arabisch klinkende sample.

Mâhfoud: De stem die je hoort, is die van Fairouz, een Libanese zangeres met dezelfde roots als ik en een icoon in het Midden-Oosten. Het lied dat ik gesampled heb, heet Shobho al haw qolo, een christelijke hymne, maar dan in het Assyrische dialect. Toen ik het voor het eerst hoorde in die versie met koor, kreeg ik rillingen over mijn hele lijf. Alsof die melodie me genetisch in contact bracht met al mijn voorvaderen. Heel fysiek, heel intens.

Bezwijk je voor de Babylonische verlokkingen eigen aan het dancecircuit?

Mâhfoud: Díé link had ik nog niet gelegd! (lacht) Ik hou van de samenhorigheid op de dansvloer, maar het is toch een haat-liefdeverhouding. Drugs en andere geestverruimende substanties, daar hou ik niet van. Het verschilt van stad tot stad, maar op sommige plekken zijn die wel érg dominant in het nachtleven. Aan sommige promotoren vraag ik zelfs om me niet meer te boeken na een bepaald uur. Je hoort het: ik ben altijd de saaie piet.

Heb je al eerder in België gespeeld?

Mâhfoud:Eén keer heb ik in de Labyrinth in Hasselt gedraaid, en in juni stond ik op Extrema Outdoor met de band Yin Yin, vrienden van me uit Maastricht die Thaise psychedelische muziek spelen. Ik verving hun toetsenist. Twee heel leuke ervaringen: jullie Belgen weten echt wat feesten is! Nederlandse artiesten zakken graag naar hier af. Jullie hele cultuursector staat trouwens hoog aangeschreven.Fantastische muziekgeschiedenis ook: van Toots Tielemans over Allez Allez tot Soulwax. En Oscar and the Wolf: gewéldige band! Ik ken hun bassist Ozan Bozdag goed. Hij heeft ook in Maastricht gestudeerd en kwam vaak meespelen tijdens de jamsessies die ik vroeger organiseerde.

Nog één vraagje: een van je tracks heet Music for Plants. Onderzoek heeft uitgewezen dat planten vooral goed gedijen bij klassieke muziek en traditionele jazz. Heb je het effect van jouw muziek al eens uitgetest?

Mâhfoud: Man, ik heb heel groene vingers. Je zou de planten bij me thuis moeten zien: ze groeien en bloeien als zot! (lacht) Ik stel ze constant bloot aan mijn muziek, maar ik hou er ook van om naar hén te luisteren.

Excuus?

Mâhfoud: Het klinkt bizar, ik weet het, maar je kunt planten wel degelijk horen groeien. En wanneer ik ze in de zomer zie bloeien, geven ze me enorm veel inspiratie. Een plant die kiemt en vervolgens uitgroeit tot die prachtige, complexe, elegante structuur, daar zit toch pure muziek in?

Mâhfoud

Speelt op zondag 11/8 op WeCanDance. Alle info: wecandance.be

Mâhfoud

Geboren in 1990 in Aleppo.

Groeit op in Duitsland, woont ondertussen al tien jaar in Maastricht.

Heeft in maart zijn debuutalbum The Fear of Dying with Potential uitgebracht op het label Klassified.

Maakt jazzy house en electronica bestoven met invloeden uit het Midden-Oosten.

CheckEverybody's Gotta Learn Sometime, zijn cover van de hit van The Korgis uit 1980.

Motto:'Once a task has just begun, never leave it 'til it's done. Be the labour big or small, do it well or not at all', naar Quincy Jones.