Volgende week staat Antoine Valentinelli, zoals het op zijn identiteitskaart staat, in Vorst. Goed mogelijk dat u hem luttele uren voor dat optreden nog fluitend over de Brusselse trottoirs ziet sjezen op zijn skateboard. 'Voor een optreden trek ik graag de stad in met mijn skatevrienden. In Brussel ken ik ondertussen de beste plekjes: aan de Ursulinenstraat bijvoorbeeld, of aan de trappen van de Koninklijke Bibliotheek.'
...

Volgende week staat Antoine Valentinelli, zoals het op zijn identiteitskaart staat, in Vorst. Goed mogelijk dat u hem luttele uren voor dat optreden nog fluitend over de Brusselse trottoirs ziet sjezen op zijn skateboard. 'Voor een optreden trek ik graag de stad in met mijn skatevrienden. In Brussel ken ik ondertussen de beste plekjes: aan de Ursulinenstraat bijvoorbeeld, of aan de trappen van de Koninklijke Bibliotheek.' Het is ook via de skatescene dat Lomepal (spreek uit als 'l'homme pâle', de bleekscheet) zijn muzikale talent ontdekte: 'Als puber trok ik heel Frankrijk rond voor competities. Je ontmoet mensen, ontdekt nieuwe plekken. Maar vooral: muziek en videoclips spelen in die scene een belangrijke rol. Beetje bij beetje leerde ik videomontages maken en rappen.' Zijn jeugdvrienden spelen nu mee in promoclips van wereldmerken als Supreme en ook Lomepal wordt geregeld gevraagd voor skate-events. 'Nike gebruikte mijn nummer Pommade voor een skatevideo', glundert hij. 'Ik ben zeer trots dat die scene me nog steeds omarmt als een van hen, want er heerst daar toch veeleer een punkattitude: alles wat te succesvol is, stoten ze af.' Brussel is ook op hiphopvlak geen onbekend terrein voor jou: je bent nauw verbonden met de kliek rond Caballero en Roméo Elvis, die een gastrol heeft op Jeannine. Lomepal: In 2011 was ik met de Franse rapper Nekfeu voor een optreden mee naar Brussel gekomen, waar Caballero me een cd in de handen drukte. Ik beluisterde die op de terugweg en was zo onder de indruk dat ik hem meteen voorgesteld heb naar Parijs te komen en samen iets op te nemen. Het klikte. We kunnen uren praten over rijmtechnieken, ritme... Enfin, zaken waar anderen misschien geen ruk aan hebben. (lacht) Ondertussen reken ik Caballero tot mijn beste vrienden. Via hem leerde ik JeanJass en Roméo Elvis kennen. Brussel is mijn tweede thuis. In België had ik mijn eerste grote optredens, Frankrijk volgde pas later. Je brengt al sinds 2011 ep's uit, maar pas met je eerste langspeler Flip (2017) werd je plots door de mainstream opgepikt. Hoe komt dat? Lomepal: Voordien maakte ik eerder rechttoe-rechtaan rap, op Flip had ik meer aandacht voor melodie. Het is meer zingen dan rappen. Bovendien raakte de thematiek van die plaat - zoeken naar wie je bent - een gevoelige snaar. Op de cover van dat album stond je afgebeeld als een huilende vrouw. Best gewaagd in de 'masculiene' hiphop- en skatewereld, toch? Lomepal: Je ziet mij in dat beeld als een vrouw die zich niet goed in haar vel voelt. Die identiteitscrisis wilde ik tonen. Puristen vinden dat het met hiphop de verkeerde kant op gaat... Troppédé. Maar rap is nu van iedereen. Ook de meer feminiene kant mag getoond worden, zoals Young Thug dat heel goed doet. De titel van je nieuwe album Jeannine refereert aan je grootmoeder. Lomepal: Ik heb haar maar kort gekend, maar mijn moeder deed niets liever dan anekdotes over haar vertellen. Ze was gek, maar dan écht: ze werd geregeld opgenomen in psychiatrische instellingen. Zo zijn zij en mijn moeder eens plots naar Engeland vertrokken omdat ze ervan overtuigd was dat aliens Frankrijk gingen binnenvallen. Daarna hebben ze een jaar in een soort Engelse sekte geleefd. Later heeft Jeannine nog door India gereisd, in de waan dat God haar had gestuurd om de wereld te redden en voedsel te verdelen. Na Flip heb ik een tijd veel nagedacht over mijn roots. Tegelijkertijd vond ik steeds meer mijn stem als artiest en leerde ik de roes van het optreden kennen. Jezelf honderd procent durven te smijten, dat is van het mooiste dat er bestaat. Jeannine staat daarvoor symbool en daarom zing ik 'C'est beau la folie', wat mij betreft het krachtigste zinnetje op het album. Waarom is er een nummer op Jeannine dat Dave Grohl heet? Lomepal: Ik had gewoon een bekende drummer nodig om de vergelijking te maken met het bonken van je hart. 'Mon coeur bat comme Dave Grohl': Dat is hoe ik liefde voel. Die song gaat over populair én single zijn... In het begin lijkt op tournee gaan als vrijgezel zeer leuk, maar al snel merk je dat je jezelf de hele tijd herhaalt. Steeds dezelfde gesprekken en grapjes. Elke avond opnieuw een andere vrouw willen veroveren: op de duur krijgt dat iets pathetisch. In juli vorig jaar heb ik een meisje ontmoet op Dour. Ik was echt verliefd, maar toen ik naar Parijs terugkeerde, besefte ik dat het nooit zou kunnen werken. Een trieste vaststelling. Over haar zing ik in dat nummer. 'On s'est reconnus dans l'océan puis on est partis s'embrasser loin des autres.' Die oceaan is eigenlijk Dour. (lacht)