Cohen was, althans op muzikaal vlak, een laatbloeier. Toen hij in 1967 zijn eerste plaat uitbracht, lag zijn dertigste verjaardag al een poosje achter hem. Vóór die tijd had de joodse Canadees al naam gemaakt als dichter en romancier. En ook al had hij tijdens zijn studentenjaren deel uitgemaakt van de countryband The Buckskin Boys, pogingen om zijn liedjes tijdens de fifties aan de man te brengen liepen op niets uit. Pas toen zangeressen als Judy Collins en Joan Baez zijn werk in hun repertoire opnamen, vond de man een platenmaatschappij die brood dacht te zien in zijn poëtische ontboezemingen.
...

Cohen was, althans op muzikaal vlak, een laatbloeier. Toen hij in 1967 zijn eerste plaat uitbracht, lag zijn dertigste verjaardag al een poosje achter hem. Vóór die tijd had de joodse Canadees al naam gemaakt als dichter en romancier. En ook al had hij tijdens zijn studentenjaren deel uitgemaakt van de countryband The Buckskin Boys, pogingen om zijn liedjes tijdens de fifties aan de man te brengen liepen op niets uit. Pas toen zangeressen als Judy Collins en Joan Baez zijn werk in hun repertoire opnamen, vond de man een platenmaatschappij die brood dacht te zien in zijn poëtische ontboezemingen. Het in Nashville ingeblikte Songs of Love and Hate, dat officieel het licht zag op 19 maart 1971, wordt tot Leonard Cohens meest intense platen gerekend. Het is een collectie complexe, tekstueel gelaagde songs die hem de bijnaam 'the poet laureate of melancholia' opleverde. Zelden heeft een vlag de lading beter gedekt dan op de opvolger van Songs From A Room, want liefde en haat liggen in Cohens universum bijzonder dicht bij elkaar. De derde lp van de artiest is een verzameling liedjes waarin het lichamelijke, emotionele en spirituele de rode draad vormen en ook lust en religie steeds terugkerende thema's zijn.Hoewel Leonard Cohen zich eerder al in de kijker had gewerkt met nummers als Suzanne, So Long, Marianne, Bird on the Wire en Hey, That's No Way To Say Goodbye, zou Songs of Love and Hate niet de verhoopte commerciële voltreffer worden. In de VS haalde het werkstuk ternauwernood de 145ste plaats in de charts en overwogen de teleurgestelde bazen van Columbia zelfs een einde te maken aan Cohens platencontract. In Europa gold de man echter als een cultfiguur. Zo mocht hij tijdens het laatste weekend van 1970 zijn opwachting maken op het festival van het Britse eiland Wight, de Europese tegenhanger van Woodstock, waar hij om vier uur 's ochtends optrad voor een half miljoen hippies. Geruggensteund door zijn band The Army moest de troubadour met zijn verstilde luisterliedjes het publiek trotseren na een legende als Jimi Hendrix. Dat was zeker niet vanzelfsprekend, want even tevoren was Kris Kristofferson door de rockminnende massa al genadeloos uitgefloten. Toch hield Leonard Cohen, die later naar Wight zou verwijzen als een 'psychedelisch concentratiekamp' en allesbehalve een natuurlijke performer was, zich wonderwel staande. Voor het eerst in zijn leven begon hij geld te verdienen, maar ironisch genoeg had het leven 'on the road' op hem een vernietigend effect. Niet alleen had hij er de pest aan avond na avond dezelfde liedjes te moeten zingen, het kostte hem ook de grootste moeite de emotie, die hij als songwriter tijdens het schrijfproces had gevoeld, op het podium weer op te roepen. Cohen zag zich als een charlatan, een mislukte acteur en zocht daarom zijn toevlucht tot chemische substanties. Volgens Jennifer Warnes, die de artiest in die periode ondersteunde als backingzangeres, waren drugs alomtegenwoordig: 'Wiet, LSD, cocaïne, alcohol, Leonard ging zich te buiten aan alles wat hem binnen handbereik kwam. Hij was echter een gevoelige natuur en dat bandeloze bestaan bezorgde hem een spirituele en intellectuele crisis. Dat moet hij zelf ook hebben ingezien, want na die Europese tournee heb ik hem nooit meer verdovende middelen weten gebruiken. Voortaan leidde hij een clean, gedisciplineerd bestaan. Hij rookte nog wel en dronk af en toe een glas, maar de excessen had hij voorgoed afgezworen.'Tijdens de ontstaansperiode van Songs of Love and Hate leed Leonard Cohen aan depressies. De opnames verliepen moeizaam, bekende hij aan het magazine Throat Culture. 'Ik had het gevoel dat alles om me heen begon in te storten. Het leek alsof ik geen eigen wil meer had'. Er waren veel onzekerheden in zijn leven, niet het minst op relationeel vlak. Met uitzondering van Sing Another Song, Boys bevatte de plaat uitsluitend donkere folksongs die hij vele jaren eerder had geschreven maar die tijdelijk in het vriesvak waren beland. Toen Songs of Love and Hate werd losgelaten, waren de reacties uiterst gemengd. Rolling Stone deed de plaat af als 'somber en zwartgallig'. Een andere recensent sprak onomwonden over 'muziek om je de polsen bij door te snijden', terwijl een werknemer van de BBC de lp omschreef als 'one of the scariest albums of the last forty years'. Naar aanleiding van een latere re-release stelde Pitchfork dat de artiest op Songs of Love and Hate 'tekenen van disoriëntatie' vertoonde en meer dan eens 'de spijker mis sloeg'. Cohens emotionele onrust en diepgewortelde pessimisme, ook over het wezen van de liefde, hielpen evenmin om hem richting mainstream te katapulteren. Zijn teksten, waarin zelfhaat en bedrog centraal stonden, klonken buitengewoon complex. Ze stonden bol van woede en venijn, maar gaven bij momenten ook blijk van een verlammende angst. Bovenal getuigden de songs van Cohens onverdroten zoektocht naar de Waarheid, ook al deed die onbehaaglijk aan, en van zijn overtuiging dat geluk een overschatte conditie was.Los van de weinig opkikkerende inhoud was er ook nog de Spartaanse muzikale vormgeving. De productie van de Texaan Bob Johnston klonk sober, kaal, ongekunsteld en minimalistisch. Bovendien waren de songs eenvoudig van structuur. De nadruk lag steevast op Cohens toonloze bariton en zijn door flamenco beïnvloede klassieke gitaarstijl. De strijkers, die occasioneel in het geluidsbeeld verschenen, zorgden hooguit voor wat emotionele interpunctie. Het (kinder)koortje dat her en der opdook, maakte, net door zijn contrastwerking, de songs extra beklijvend.Het mocht duidelijk zijn: potentiële luisteraars dienden tegen een stootje te kunnen. Toch werd Songs of Love and Hate, zeker buiten de VS, Leonard Cohens succesrijkste plaat tot dan toe. In de Britse hitlijsten kwam ze binnen op nummer vier, terwijl ze in Australië de achtste plaats bereikte. Het is dan ook geen toeval dat Avalanche, het openingsnummer, later indrukwekkend werd gecoverd door Nick Cave & The Bad Seeds. Cave zag de song als een ironisch commentaar op zijn relatie met pers en publiek: 'When I'm on a pedestal / You did not raise me there / Your laws do not compel me / To kneel grotesque and bare'. Cohen wist het resultaat zeer naar waarde te schatten. 'Cave ging ermee tot het uiterste', vertelde hij aan een journalist. Avalanche, de bewerking van een gedicht dat de zanger al jaren eerder had gepubliceerd, steunde op gramschap en paranoia. Het was een lied over zelfvernedering, dat tegelijk een vernietigende kijk op de mensheid illustreerde.Songs of Love and Hate bevatte nog twee andere songs die vandaag tot hoogtepunten uit Leonard Cohens oeuvre worden gerekend. Famous Blue Raincoat was een vergevingsgezinde song in briefvorm, gericht aan een naamloze vriend ('My brother, my killer') die de zanger had bedrogen door met zijn (fictieve) vrouw Jane te slapen. Het is voor velen één van de mooiste liederen over bedrog, ontrouw en promiscuïteit die de populaire muziek ooit heeft opgeleverd.Haast even klassiek was Joan of Arc, een soort liefdesdialoog tussen de van ketterij beschuldigde Jeanne d'Arc en het vuur dat haar op haar negentiende in Rouen op de brandstapel zou verteren: 'She clearly understood / If he was fire, she must be wood', luidde Cohens metafoor voor de destructieve kanten van de liefde. Uiteindelijk liet hij zijn vertwijfelde verteller besluiten: 'Myself I long for love and light / But must it come so cruel, must it be so very bright?'Jeanne d'Arc dook ook op in Last Year's Man, dat verteld werd door een soldaat uit haar leger. Het was een op walsbenen geplante song die Leonard Cohen pas na vijf jaar schrappen en kneden voltooid kreeg en waarin hij volop goochelde met beelden uit het Oude en Nieuwe Testament. Het nummer klinkt bitter en obsessief. Het is een verhaal over wanhoop en mislukking, verlamming en verval, dat de luisteraar meeneemt op een emotionele roetsjbaan.Het afgekloven Dress Rehearsal Rag, vijf jaar eerder al opgenomen door Judy Collins, staat bekend als één van Cohens meest getormenteerde nummers. De zanger heeft het hier over de uitdagingen van het succes en voert een verslaafd personage op dat uiteindelijk de hand aan zichzelf slaat. Naar zijn eigen zeggen was het zíjn tegenhanger van Gloomy Sunday, een Hongaars zelfmoordlied, in 1933 geschreven door Rezsö Seress, dat acht jaar later bekend raakte in de Westerse wereld dank zij de vertolking van Billie Holiday.De ballad Love Calls You By Your Name, over verlangen en teleurstelling, is wellicht de sereenste song op de lp, al wordt hij enigszins gesaboteerd door de toonloze melodie en Cohens zeurderige zangstijl. Blijven over: het tussen reggae en dronkemanslied zwalkende Diamonds in the Mine, door een criticus omschreven als 'het meest deprimerende opgewekte nummer ooit opgenomen'. De Canadees klinkt hier totaal 'over the top' en spuwt meer dan hij zingt. Het is in wezen punk avant la lettre. En ook in het tijdens het festival van Wight live ingeblikte Sing Another Song, Boys heeft Cohen het nog eens over een gedoemde relatie: 'They'll never reach the moon / At least not the one we're after'.Zelf was de zanger aanvankelijk niet zo tevreden over Songs of Love and Hate. 'Bij iedere plaat die ik opnam, raakte ik verder ontmoedigd', zou hij achteraf verklaren. Hij vond het een 'mislukt experiment' en was van oordeel dat zijn stem authenticiteit miste. Het publiek dat zijn melancholie aanvankelijk nog wist te waarderen, haakte af toen zijn songs te depri werden. Maar twee decennia later was de plaat aan een revaluatie toe. Toen Rolling Stone in 2000 een poll publiceerde van de vijfhonderd beste langspelers aller tijden, was Songs of Love and Hate de enige lp van Leonard Cohen die een vermelding kreeg (op nummer 295) en van de acht songs werden er minstens vijf meermaals opgenomen door andere artiesten. Cohen dreef op zijn derde langspeler resoluut enkele van zijn demonen uit. Anno 1971 had hij nog niet de geestesrust gevonden die een latere plaat als You Want It Darker zou typeren. Niettemin wordt zijn vijftig jaar oude 'ode aan de Europese blues' vandaag algemeen beschouwd als een tijdloos meesterwerk dat, ook zonder opsmuk, moeiteloos overeind blijft.