Wanneer we aan protestmuziek denken, denken we al te vaak aan kwade, briesend luide mannen en vrouwen. Van radicale punkers tot militante rappers. Van White Riot van The Clash tot The Blacker The Berry van Kendrick Lamar. Van Bikini Kill tot Rage Against The Machine (hoewel niet iedereen helemaal mee was met hun aspiraties).
...

Wanneer we aan protestmuziek denken, denken we al te vaak aan kwade, briesend luide mannen en vrouwen. Van radicale punkers tot militante rappers. Van White Riot van The Clash tot The Blacker The Berry van Kendrick Lamar. Van Bikini Kill tot Rage Against The Machine (hoewel niet iedereen helemaal mee was met hun aspiraties).Zelden denken we bij protestmuziek aan zoetgevooisde folkcoryfeeën in een lange, fleurige jurk uit het zonnige California. Joni Mitchell stond en staat dan ook niet bekend als een tafelspringer of politiek geïnspireerde donderpreker. Op haar eerste twee albums Song To A Seagull (1968) en Clouds (1969) zingt ze met haar sopraanstem eerder delicate, soms fabelachtige observaties over de ups en downs van de liefde, over de ambiguïteiten en mysteries van het aards en bovenaards bestaan.Zo ook op Ladies Of The Canyon (1970), geïnspireerd door de idyllische, naar eucalyptus geurende hippie- en muzikantenenclave Laurel Canyon in de heuvels rond Hollywood, waar Mitchell toen resideerde. Haar songteksten krijgen intussen steeds meer een spirituele, filosofische dimensie mee. 'She speaks in sorry sentences/ Miraculous repentances', zoals het klinkt in Conversation.Op Ladies Of The Canyon staat ook één van Mitchell's bekendste, meest opgewekte composities: Big Yellow Taxi - een protestsong, nochtans. Niet over gele taxi's, of toch niet letterlijk, maar over de verwoestende impact van de mensheid op de natuur. Een klimaathymne avant la lettre, dus, met een tekst die vijftig jaar na verschijningsdatum jammer genoeg nog even relevant klinkt. 'They paved paradise and put up a parking lotWith a pink hotel, a boutique, and a swinging hot spot'Mitchell kwam op het idee voor Big Yellow Taxi tijdens een trip naar Hawaii. Toen ze de gordijnen van haar hotelkamer openzwierde zag ze in de verte majestueuze, weelderig begroeide bergen opdoemen. Maar voor haar neus strekte zich een gigantische, geasfalteerde parking uit, zo ver het oog kon reiken. Een enorme, grijze kanker op het groene, tropische paradijs. 'They took all the trees, put 'em in a tree museumAnd they charged the people a dollar and half just to see em'.Ook het tweede vers werd door Mitchell recht uit het leven geplukt: het 'bomenmuseum' in kwestie is de Foster Botanical Garden in Honolulu, zes hectaren groot, waar heel wat bedreigde plantensoorten 'bewaard' worden. Ironisch genoeg werden in het park ooit vele uitheemse planten- en dierensoorten geïntroduceerd, waardoor later in heel Hawaii een groot deel van het natuurlijke ecosysteem werd weggevaagd.'Hey farmer, farmer, put away the DDT nowGive me spots on my apples But leave me the birds and the bees, please'.Dichloordifenyltrichloorethaan, daarover gaat het, in het derde vers. Kortweg DDT, een insecticide dat oorspronkelijk ontwikkeld werd als antimalariamiddel, maar na de Tweede Wereldoorlog over de hele wereld werd geïntroduceerd in de agricultuur en als huishoudmiddel.Het uiterst giftige product bleek kankerverwekkend, was nauwelijks natuurlijk afbreekbaar, en had een verwoestende impact op álle, wereldwijde fauna en flora, zoals wel meer pesticiden die de beruchte chemiereus Monsanto op de mark bracht - denk maar aan het intussen eveneens (althans officieel) in de ban geslagen Roundup. Twee jaar na Big Yellow Taxi, in 1972, besloot de Verenigde Staten DDT te verbieden, later gevolgd door zowat de hele internationale gemeenschap. Maar ook vandaag moeten 'the birds and the bees' uw honger naar perfecte, vlekkeloze appeltjes nog steeds bekopen met hun voortbestaan. Joni Mitchell was in de jaren '70 al een uitgesproken groene jongen. Peetmoeder van klimaatjongeren als Greta Thunberg en Anuna De Wever, lid van de door bepaalde politici zo graag geridiculiseerde of verguisde 'klimaatkerk'. Dat Big Yellow Taxi verscheen in 1970 is trouwens geen toeval. Samen met de counter culture en de vredesbeweging van eind jaren '60 - waarover Mitchell op hetzelfde album zingt in Woodstock - won ook de groene beweging aan kracht. Hetzelfde jaar vond de allereerste Earth Day plaats, een jaar later werd in Canada Greenpeace opgericht.In 1970 werd dan ook behoorlijk wat milieubewuste songschrijverij geoogst, waaronder klassieke hits als After The Gold Rush van Neil Young en Apeman van The Kinks. Het jaar nadien zong Marvin Gaye over 'oil wasted in the ocean' en 'fish full of mercury' in Mercy, Mercy Me (The Ecology). Ontbossing, oprukkende droogte, vervuilde zeeën, overbevolking, kernafval... problemen van vandaag waar vijf decennia geleden al muzikaal protest tegen klonk. Dus, de volgende keer dat u Joni Mitchell via Janet Jackson 'Don't it always seem to go, that you don't know what you've got 'til it's gone' hoort zingen, bedenk dan dat ze het toen niet over een ex-minnaar had, maar wel over de bedreigde bomen, vogeltjes, bloemen, bijtjes, en schone lucht.En bedenk vooral, zoals Q-Tip in Got 'Til It's Gone zegt: 'Joni Mitchell never lies'.