Igor Gehenot's Delta: een format van lyriek en sturm und drang

Voor Belgische jazzmuzikanten heeft de taalgrens nooit bestaan, maar het is mooi om te zien dat die nu ook voor het publiek en de organisatoren begint te vervagen. Zo mocht de Luiks-Brusselse pianist Igor Gehenot in Gent voor de tweede maal zijn ding doen op de Main Stage. Dat hij zich sinds zijn meest recente release Delta in internationaal gezelschap bevindt, zal daar niet vreemd aan zijn.
...

Voor Belgische jazzmuzikanten heeft de taalgrens nooit bestaan, maar het is mooi om te zien dat die nu ook voor het publiek en de organisatoren begint te vervagen. Zo mocht de Luiks-Brusselse pianist Igor Gehenot in Gent voor de tweede maal zijn ding doen op de Main Stage. Dat hij zich sinds zijn meest recente release Delta in internationaal gezelschap bevindt, zal daar niet vreemd aan zijn. De akoestische jazz met lyrische inslag van zijn cd's werd in Gent verder uitgediept, maar tevens ook vakkundig opengetrokken. Drummer Jérôme Klein, bassist Jérôme Regard en flugelhornspeler Alex Tassel tilden onder leiding van Gehenot diens composities op tot een hoger niveau. Branie heeft de bandleider, die goed gekeken en geluisterd heeft naar Jef Neve, alleszins genoeg. Stilzitten achter de piano was niet aan hem besteed. Continu zocht hij de uiteinden van zijn pianoklavier op en af en toe stond hij recht om wat met de snaren te goochelen. Zijn drie begeleiders gingen er eveneens helemaal voor, met Tassel in een glansrol. De elastische opbouw van de set met een continue tegenstelling tussen spanning en ontspanning was lovenswaardig, maar leidde uiteindelijk tot een licht gevoel van beperking waarbij slechts tot een bepaalde grens uit de comfortzone getreden werd. Toch komt het zeker goed met deze pianist. Binnen een paar jaar zien we hem hier gegarandeerd terug.Sinds Toots Thielemans heeft geen enkele jazzmuzikant van bij ons zo'n breed publiek bereikt als Jef Neve. De man heeft het talent, het charisma, de humor, de bescheideneid en het drukke internationale tourschema die ons doen afvragen waarom hij nog wereldster is. Neves lingua franca is jazz, maar zijn liefde voor klassiek komt steeds opnieuw bovendrijven, ook in Gent. Hij bracht de bezetting mee die ook op zijn nieuwe plaat, het muzikale dagboek Spirit Control te horen is: een strijkerskwartet, aangevuld met een toetsenist en zijn vaste ritmesectie van bas en drums. De epische intro, getekend met parallellen uit de werelden van Max Richter en Wim Mertens maar met de onmiskenbare Jef Neve-touch, zette meteen de toon. Dit zou geen intiem huiskamerconcert worden. Geleidelijk aan groeide alles uit tot een volumineus luisterspektakel met Wagneriaanse trekjes. Het was een goede zet om de jonge Nederlandse trompettist Teus Nobel uit te nodigen voor een paar intermezzo's. Een krachttoer hoe deze het hele gezelschap op sleeptouw nam, aanvankelijk schoorvoetend maar stilaan naar hoge sferen stuwend. Barok on acid leek het wel. Dat Neve ook een carrière als stand-upcomedian aan zou kunnen, weten we al lang. Maar hij blijft ook geëngageerd. Zo droeg hij Crystal Lights op aan de slachtoffers van de aanslagen op 22 maart in Brussel en Zaventem. Extasemoment van het concert was toen Neve samen met Lennart Heyndels (contrabas) en Jens Bouttery (drums) in trio uit de bol gingen. De drie roerden zich als (rode) duivels in een (Braziliaans) wijwatervat, continu aanvallend en nieuwe invalshoeken zoekend. Het liet ons dromen van een volgende hardcore jazz-cd in deze bezetting. Ze sloten af in grandeur met het godspeed Nothing But A Casblanca Turtle Slideshow Dinner, ondertussen een klassieker uit het repertoire van Neve. Dat het publiek de Vlaamse jazzpubliekslieveling nummer één bedacht met een staande ovatie, was niet meer dan terecht. De bewondering van wijlen Prince en een contract bij Blue Note moeten Kandace Springs aan wereldfaam helpen. Met Soul Eyes bracht ze alvast haar eerste officiële visitekaartje uit, een album vol late night soul voor verliefde zielen en nachtvlinders met gebroken hart. Het is muziek die best gedijt in een peperdure club met fluwelen zetels en een single malt whisky in de hand. De grote festivaltent van Gent is natuurlijk een totaal ander gegeven. De Amerikaanse pianiste en zangeres zette gepast in met een portie funky rythm & blues, om zich helaas meteen daarna terug te trekken in de beschermde cocon van haar meer intieme plaat. Willens nillens moest je denken aan Minnie Ripperton, maar het octaafbereik van Springs is toch wat beperkter. En niet iedereen kan zomaar in de voetsporen treden van Eryka Badu of Lauryn Hill. Dat ze regelmatig vanachter haar piano kwam om over te schakelen op Fender Rhodes, getuigt van haar veelzijdig talent. Ondanks de opnieuw wat stevigere afsluiter en de (misplaatste) bas- en drumsolo's midden de set, bleef het geheel steken op het niveau van de knuffelsoul. Toch nog maar eens luisteren naar het oudere werk van Steely Dan. Niemand is perfect, zelfs advocaten niet. Paolo Conte liet de wereld van rigide wetgeving indertijd achter zich en koos voor de vrijheid van het muzikantenbestaan. Geen pleidooien meer maar poëzie gegoten in canzone met een elegant vleugje jazz. Een keuze die hem wereldfaam en respect opbracht dankzij hits als Un Gelato Al Limon, Snob, Azzurro en natuurlijk Max.Een golvend schouwburggordijn op de achtergrond, een uitgebreid orkest met iedereen in pak en de aangepaste verlichting zorgden voor een sfeer uit een Italiaanse film van de jaren vijftig. Paolo Conte, zelf in het zwart gehuld met de onafscheidelijke zonnebril die hij deze keer regelmatig afzette, was in zijn nopjes. Met zijn rauwe bromstem en typisch parlando-stijl leidde hij het publiek anderhalf uur langs zijn 'boulevard of broken dreams'. Een mediterrane wereld van melancholia en sentimento maar ook van swing, tango, milonga en commedia. De gouden dagen van ballroom dancing leken terug. Met natuurlijk de grote hits die de revue passeerden en voor de gelegenheid een uitgesponnen versie van Diavolo Rosso. Na afloop kuierde iedereen rustig en gelukzalig de tent uit, een glimlach op het gelaat, in gedachten zijn It's Wonderful neuriënd. Een hartverwarmend concert zoals dat heet. Saxofonist Bart Defoort blijft trouw aan zichzelf. Geen gekke spielereien met elektronica of hiphop maar een vakkundig verder bouwen op de grondbeginselen van de jazz uit het midden van de jaren zestig. Sterke eigen composities en de keuze van gepaste begeleiders blijven daarbij zijn troeven zoals te horen op zijn meest recente cd Inner Waves is dat zo. Op de Garden Stage kwam hij dat drie keer illustreren. En aangezien er negen tracks staan op die release was het mathematisch snel uitgerekend. Drie nummers voor evenveel sets. We zagen hem het voorbije jaar een paar keer live met dit repertoire en telkens waren we onder de indruk. Met Ewout Pierreux (piano), Toni Vitacolonna (drums), Hans Van Oost (gitaar) en Christophe Devisscher (contrabas) heeft hij de perfecte sparringpartners. De heren laafden zich ook nu weer gretig aan de diverse bronnen van bop, swing en soul om het publiek in te palmen. Dat leidde tot een aantal sterke momenten zoals Late Night Drive met Hans Van Oost in pure Grant Green-stijl en het gospel-getinte No More Church. Opvallend hoe pianist Ewout Pierreux meer en mee blues in zijn stijl verweeft. Ergens bleven we lichtjes op onze honger zitten en ontbraken de punch en de verrassingselementen die we gewoon zijn van de groep. Maar dankzij Bart Defoort & co kwamen de echte jazzliefhebbers die dag toch nog aan hun trekken.